Tot nu toe heb ik aansluitingen gevonden naar reeksen van Karel de Grote.

Die lopen grotendeels via dezelfde lijn van Geertruida Marchant naar Quirijn Verhuell, en dan naar Anna Helena Ripperda.

Aansluiting 1. Via Catharina van Polanen (niet waterdicht)

Aansluiting 2. Via Ermgard van Hackfort (niet waterdicht)

Aansluiting 3. Via Aleyd van Buchorst (aansluitend op reeks 105) NB Deze aansluiting is onjuist, zie gegevens bij de reeks zelf !

Aansluiting 4. Via Sophia Valcke

Aansluiting via Anna Helena Ripperda (te zien als reeks 174 op de site http://www.kareldegrote.nl)

1 Karel de Grote, geb. bij Aix-la-Chapelle 2.4.748, gedoopt door Bonefacius aartsbisschop van Mayence; Karel en zijn broer Carloman volgen hun vader Pippijn samen op, waarbij Karel in hoofdzaak Neustrië, Bourgondië en de Provence, en Carloman in hoofdzaak Austrasië krijgen; beiden worden gezalfd op 9.10.768, Karel te Noyon en Carloman te Soissons; na de dood van Carloman in 771 en onder het passeren van diens minderjarige zonen, wordt Karel de enige koning der Franken; hij wordt dan wederom gezalfd als zodanig te Corbeny; na een geslaagde veldtocht tegen zijn ex-schoonvader de koning der Longobarden, volgt in 774 zijn proclamatie tot koning der Longobarden; Karel was reeds met zijn vader Pippijn gezalfd tot koning, Saint-Denis 28.7.754, en tevens door paus Stephanus II verheven tot ‘patricius Romanorum’, maar deze titel voert hij pas na zijn overwinning op de Longobarden; door paus Leo III tot keizer gekroond, Rome 25.12.800; laat dan zijn ‘patricius’-titel vallen; zijn uiteindelijke titulatuur wordt: ‘Karolus serenissimus augustus a Deo coronatus magnus et pacificus imperator Romanum gubernans imperium et per misericordiam Dei rex Francorum et Longobardorum’; zijn (westers) keizerschap wordt in 812 door de Oostromeinse ‘basileus’ Michael I Rhangabe erkend; overl. Aken 28.1.814, begr. ald. (Dom). 
Hij had 4 echtgenotes en 6 concubines: 
1. in ca. 768 een relatie met Himiltrudis (Chimiltrudis: Amautru), van Frankische origine, maar van onbekende familie. 
2. tr. in 769 met een dochter van Desiderius, koning der Lombarden, en van Ansa. Karel verstootte haar echter in 770 of begin 771 en stuurde haar terug naar haar vader. 
3. tr. voor 30.4.771 Hildegard (Houdiard), geb. in 758, overl. Thionville (Moselle) 30.4.783, begr. in de kerk van de abdij Saint-Arnoul van Metz (Moselle), dochter van Gerold I, frankisch graaf [in de Vinzgouw] en van Imma (Emma, Emme), dochter van de Alamannen-graaf Hnabi, achterkleindochter van hertog Godfried. Zij vergezelde Karel naar Italië in 773 en 781. 
4. een relatie met een onbekende vrouw 
5. tr. te Worm in oktober 783 de oost-Frankische Fastrada (Fastrée), overl.Frankfurt aan de Rijn 10.8.794, begr. in de basiliek van Saint-Alban te Mayence, dochter van Radolf, graaf van Franconië. 
6. tr. tussen de herfst van 794 en 796 Liutgardis (Liedgarde, Liégeard), een Alamannische, overl. Tours (Indre-et-Loire) 4.6.800 op pelgrimstocht en begr. in de kerk van Saint-Martin te Tours. 
7. een relatie met Madelgardis (Mathalgarde), gezien de naam mogelijk familie van de edele Vincent Madelgaire (overl. 677). 
8. een relatie met de Saxische Gerswindis 
9. een relatie met Regina (Régine, Reine) in 800 

10. een relatie met Adelindis in 806. 

Uit 1): 
a. Alpais (?), geb. ca. 765/70, overl. 23 juli, uiterlijk in 852. Als weduwe werd zij abdis van Saint-Pierre te Reims. Tr. Beggo, overl. 28.10.816, graaf van Parijs (ca. 815) en stichtte de abdij van Saint-Maur-des-Fossés bij Parijs. 
b. Pippijn, geb. ca. 770, overl. 811.

Uit 3): 
c. Karel, de jonge, koning, geb. 772/73, overl. Beieren 4.12.811. 
d. Adelais, geb. Italië tussen sept. 773 en juni 774, tijdens het beleg van Pavië, overl. Italië aug. 774., begr. in de kerk van de abdij Saint-Arnoul te Metz. 
e. Hrothrudis, geb. ca. 775, overl. 6.6.810; na aanvankelijk verloofd te zijn (in 781) met Constantijn VI Porphyrogénete, waaruit echter geen huwelijk voortvoeide, had zij een relatie met Rorico, graaf van Rennes, overl. 1.3.839, bij wie ze een zoon had. 
f. Pippijn,
g. Lodewijk,
volgt 2B 

 

2B Lodewijk I, geb. bij Poitiers tussen 16 april en de herfst van 778, door paus Hadrianus I tot koning van Aquitanië gezalfd Rome Pasen (154)-781; na de dood ,van zijn oudere broers Karel en Pippijn door zijn vader tot keizer gekroond en als mederegent aangesteld Aken 11.9.813; alleenheerser 28.1.814; doet zich door paus Stephanus IV opnieuw tot keizer kronen Reims 28.10.816; ontwerpt in Aken juli 817 een regeling van de toekomstige verdeling van zijn rijk (Ordinatio Imperii) welke hij echter in 829 wijzigt ten gunste van de uit zijn tweede huwelijk geboren zoon Karel hetgeen tot een reeks burgeroorlogen leidt; tot afstand gedwongen Çompiègne okt. 833 doch door zijn jongere zoons hersteld Saint-Denis 1.3.834; dit bevestigd door hernieuwde kroning Metz 28.2.835; overl. op een eiland in de Rijn bij Ingelheim 20.6.840, begr. Saint-Arnould bij Metz; had in ca. 793 een verhouding met een onbekende vrouw,  tr. (1) 794 of 795 Irmingard, overl. 3.10.818, dr. van Ingram, graaf in de Haspengouw, en N.N.; tr. (2) Aken febr. 819 Judith (Welf), geb. ca. 800, overl. Tours 19.4.843, begr. ald. (Saint-Martin), dr. van Welf I, graaf in Beieren en Eigilwich uit Saksen. Voorts had Lodewijk tussen 851 en 853 een relatie met een onbekende vrouw. 
Uit 1): 
a. Arnulf, graaf van Sens (vermeld 817), overl. ca. 794.

Uit het eerste huwelijk: 
b. Lotharius I,
c. Pippijn I,
d. Rotrude, geb. ca. 800 
e. Berta 
f. Hildegardis, geb. ca. 802/04, overl. na okt. 841, abdis van N.-D. en van Saint-Jean de Laon. 
g. Lodewijk II,

Uit het tweede huwelijk: 
h. Gisela, geb. tussen 819 en 822, misschien in de lente van 821, overl. na 1.7.874, ber. in de abdij Saint-Calixte van Cysoing (noord), waarbij ze aan de basis stond van de oprichting. Tr. tussen 835 en 840, waarsch. ca. 836 Everhard, hertog of markies van Friuli, overl. Italië 16.12.866, begr. in de abdij van Saint-Calixte te Cysoing, zoon van Unruoch, graaf van Ternois. 
i. Karel de de Kale, volgt 3E
 

3E Karel II, de Kale, koning, daarna keizer, geb. Frankfurt aan de Main 13.6.823, overl. Maurienne op 6.10.877, begr. klooster Nantua, later Saint-Denis. Vormt reeds vanaf 829 het middelpunt van handelen van zijn ouders om hem (in strijd met de als definitief bedoelde Ordinatio Imperii) een eigen rijk te bezorgen; door zijn vader tot koning gekroond en aangesteld tot hertog van Maine, Quierzy sept. 838 en van Aquitanië 13.12.838; strijdt na de dood van zijn vader samen met zijn halfbroer Lodewijk de Duitser tegen hun oudste broer Lotharius I, welke zij verslaan bij Fontenoy (bij Auxerre) 25.6.841; verkrijgt West-Francië bij het verdelingsverdrag van Verdun aug. 843; wordt na jarenlang verzet van de aristocratie in het hem toebedeelde rijksdeel alsnog door ‘bijna alle’ wereldrijke en geestelijke groten van Aquitanië tot koning gekozen en door de aartsbisschop van Sens gezalfd en gekroond, Orléans 848; weet echter (o.a. door de voortdurende Noormannen-invallen) pas vanaf 860 een zekere consolidering te bereiken; schaart zich van dan af, samen met Lodewijk de Duitser, aan de zijde van Theutberga wier huwelijk met hun neef Lotharius II kinderloos is, wat dus tot een komende verwerving, althans deling van het middenrijk kan leiden; laat zich na de plotselinge dood van Lotharius II (8.8.869) tot koning van Lotharingen wijden Metz 9.9.869, doch moet het oostelijke deel daarvan afstaan aan Lodewijk de Duitser bij het verdrag van Meersen 8.8.870; laat zich na de dood van zijn neef Lodewijk 11 door paus Johannes VIII tot keizer kronen, Rome 25.12.875; geacclameerd door een Italiaanse Rijksverzameling als ‘protector et defensor’ (en daarmee feitelijk tot koning) Pavia febr. 876; tracht na de dood van Lodewijk de Duitser (28.8.876) via een bliksemveldtocht naar Aken alsnog het hele middenrijk te verwerven, maar wordt door Lodewijk de Jonge bij Andernach verslagen 8.10.876; treft op een rijksverzameling te Quierzy (waar voor de duur van zijn afwezigheid de erfelijkheid van lenen per cartularium wordt afgekondigd 14.6.877) voorbereidingen om de paus tegen de Saracenen te hulp te komen, maar ziet daartoe in Italië geen kans. Tr. (1) Quierzy 13.12.842 Ermentrudis, geb. ca. 830; overl. 6-10-869; dr. van graaf Odo van Orléans; tr. 2) 12 .10.869, bevestigd Aix-la-Chapelle 22.1.870, een Bosonide vrouw, overl. tussen 910 en 3 febr. 911, dochter van Bivin, graaf en abt van Gorze en van NN, dochter van Boso de Oude, graaf van Italië, en nicht van koningin Theutberga, echtgenote van Lotharius II. 
Uit het eerste huwelijk: 

4.  Judith van West-Francie, geb. omstr. 844, overl. na 870, 
(dochter van 3E Karel II, de Kale)    tr. (1) Verberie 1 okt. 856 Aethelwulf, koning van Wessex, tr. (2) 858 Aethelbald, koning van Wessex, werd in de lente van 862 geschaakt, tr. Auxerre 13 dec. 863 Boudewijn I IJserenarm, graaf van Terwaan 866, bestuurder van de gouwen Kortrijk, Aardenburg en West Vlaanderen en mogelijk Mempiscus (tussen Gent en Kortrijk), verloor na de schaking van Judith van West Francië zijn graafschappen 862 maar verzoende zich met Karel de Kale en werd opnieuw aangesteld tot graaf in de gouwen Vlaanderen, Waas en Gent 864 en na 866 in de streek Sint-Omaars (Ternois), leke-abt St. Pietersabdij te Gent 870, toezichthouder en raadgever van kroonprins Lodewijk (de Stamelaar) bij het vertrek van Karel naar Italië, overl. 21 jan. 879

5. Boudewijn II de Kale, geb. omstr. 864, graaf van Vlaanderen 879-918, usurpeerde na afloop van invallen van de Noormannen van de jaren 879-883 grondbezit en rechten in de hele streek tussen Schelde en Artois, gold als grondlegger van Vlaanderen als terrotoriaal vorstendom, wisselde herhaaldelijk van partij in de strijd tussen de diverse Westfrankische Koningen en liet aartsbisschop Fulco van Reims (900) en graaf Heribert I van Vermandois (voor 907) vermoorden, richtte een groot aantal burchten op ter bescherming van zijn gebied, overl. 10 sept. 918, begr. Gent, tr. omstr. 884 Aelfthryth van Wessex, geb. omstr. 872 (dochter van Alfred I de Grote, koning van Engeland 871-899, en Elswitha van Gainsborough), stak omstr. 884 het Kanaal over, gravin van Vlaanderen, overl. 7 juni 929

6. Arnulf I (de Grote), geb. 885/90, graaf van Vlaanderen 918-964, na de dood van zijn vader graaf van Noord-Vlaanderen en na de dood van zijn broer Adalofi heer van Boulogne 933, veroverde het graafschap Ponthieu, bevorderde de kloosterhervormingen van Gerard van Brogne, deed grote schenkingen aan de St.Pieter te Gent, trof regelingen met de Westfrankische Koning Lotharius ter bescherming van diens jeugdige kleinzoon als opvolger in 962, overl. 27 maart. 965, begr. St.Pieter te Gent, tr. 933 of 934 Adela van Vermandois, geb. 910/15 (dochter van Heribert II, graaf van Vermandois 907-943) en Adela (of Liegarde) van Neustrie), werd uitgehuwelijkt om de vrede tussen het huis Vlaanderen en de Heribertiner graven te bestendigen 933, gravin van Vlaanderen, overl. tussen 958 en 960, begr. Gent .
 

7. Hildegard van Vlaanderen, geb. 936/37, overl. tussen 11 apr. 975 en 11 apr. 980, begr. Egmond onder één steen met graaf Dirk III, tr. 938 Dirk II, geb. omstr. 932 (zoon van Dirk I (Bis), vermeld 936-941, en Gerberga (Geva) van Hamalant), graaf in het WestFriese gebied tussen Maas en Vlie 962-988, schonk ter ere van de bijzetting van St.Adalbertus Egmond een stenen kerk 15 juni 950, nam de grafelijke burcht in Gent in (965), bood de Egmondse abdij een evangeliarium aan 975, kreeg zijn lenen in Maasland, Kennemerland en op Texel van koning Otto III in vrij eigendom 25 aug. 985, overl. 6 mei 988.

8. Arnulf ‘Gandensis', geb. Gent omstr. 951, graaf van Holland 988-993, vergezelde keizer Otto II van Duitsland naar Rome 983, breidt zijn gebied uit naar het zuiden, overl. (gesneuveld) 18 sept. 993 (vermoedelijk aan de mond van de Maas), begr. Egmond (abdijkerk), later als heilige vereerd, tr. mei/aug. 980 Liutgard van Luxemburg (dochter van Siegfried van Verdun, graaf van Luxemburg 963-998, en van Hadewig (van Lotharingen), schenkt het bezit Rugge aan de St.Pieterskerk van Gent voor het zieleheil van haar gemaal 20 sept. 993, verzoende zich met de opstandige West-Friezen juni 1005, overl. 13 mei (na 1005), begr. Egmond (abdijkerk).

9. Dirk III 'Hierosolomyta' van Holland, geb. omstr. 981, volgde zijn vader op als graaf van Holland onder voogdij van zijn moeder 993, koloniseerde de Riederwaard omstr. 1015, versloeg het keizerlijk leger van Hendrik II bij Vlaardingen 1018, maakte een bedevaart naar Jeruzalem, steunde Koenraad II in de strijd om het Duits koningschap na 1024, overl. 27 mei 1039, begr. Abdijkerk Egmond, tr. voor 1019 * Othilde von de Nordmark, geb. omstr. 993 (mogelijk dochter van Bernard I, markgraaf van de Nordmark 1018-1044, en N.N. Vladimirovna van Kiev), vertrok na de dood van haar man terug naar Saksen (1039), overl. Quedlinburg 31 mrt. 1044

Volgens broeder Leo (Egmondse annalen, 1370) was zij een dochter van Bernard, hertog van Saksen. Hij geeft hiervoor geen enkele bronvermel-ding. Tegen deze filiatie is als belangrijkste punt in te brengen dat Floris I zelf met een dochter van Bernard I von Saksen was gehuwd, waardoor Floris en Gertrudis neef en nicht zouden zijn. Ramaer (1932) baseert zich op een artikel van Cohn (1871), die aangeeft dat Othelhilda als dochter van markgraaf Bernard II was (zoon van Bernard I van de Nordmark) zonder verdere verklaring. Europaische Stammtafeln I Teilband I geeft slechts één Bernard aan, gehuwd met een onwettige dochter van de vorst van Kiev en vader van Koenraad von Haldensleben. Deze Bernard heeft een zus, eveneens Othelhildes genoemd en stamt uit een belangrijkse Saksische familie (bron: jttp:www.genealogie-mittelalter.de).

10. Floris I van Holland, geb. na 1019, volgde zijn broer Dirk IV op als graaf van Holland 1049-1061, trachtte zijn macht uit te breiden in de Bommelerwaard doch werd vermoord bij Nederhemert 28 juni 1061 door een handlanger van bisschop Willem van Cuijk, begr. Egmond, tr. omstr. 1050 Gertrudis (Geertruida) van Saksen, geb. Saksen omstr. 1033 (dochter van Bernard II Billung, hertog van Saksen 1011-1059, en Eilika van Schweinfurt), regentes voor haar minderjarige zoon Floris II 1061-1071, week met haar tweede man naar Gent uit toen Godfried III met de Bult tegen Holland ten strijde trok 1069, overl. 4 aug. 1115, begr. St.Walburgskerk, Veurne (B.), tr. (2) 1063 Robert I de Fries, graaf van Vlaanderen .

11. Dirk V van Holland, geb. omstr. 1054, onder voogdij van zijn stiefvader Robrecht de Fries 1061-1071, zag zijn    landen bij Rijnland en Westflinge vervallen verklaard aan Utrecht bij oorkonde van keizer Hendrik IV 30 apr. 1064, verdreven uit Kennemerland 1071 doch werd opnieuw aangesteld tot graaf na de moord op hertog Godfried II 'met de Bult' 1076, onttrok de Zuid-Hollandse eilanden aan de macht van de Utrechtse bisschop en nam de sterkte IJsselmonde in juni 1076, steunde in de Constituurstrijd de pauselijke partij (1078), overl. 17 juni 1091, begr. Egmond, tr. voor 26 juli 1083 Othelhildis, overl. 18 nov. (?), begr. Egmond.

12. Floris II de Vette, volgde zijn vader Dirk V op als graaf van Holland 1091, voerde als eerste de titel graaf van Holland 1101 als leenman van de Utrechtse bisschop, nam geen deel aan de eerste kruistocht 1096 maar stimuleerde nieuwe veenontginningen bij de grote rivieren, overl. 2 mrt. 1122, begr. Abdijkerk Egmond, tr. omstr. 1108 Geertruida van Lotharingen, verwekte een natuurlijk kind bij N.N.
Hieruit (o.m.):

13.   Dirk VI graaf van Holland, geb. ca. 1109, overl. 5.8.1157, begr. Rijnsburg, tr. ca. 1124 Sophia van Rheineck, overl. Jeruzalem 26.9.1176, begr. aldaar. 
Hieruit (o.m.): 

14    Otto IV/ I van Bentheim, graaf/Burggraaf van Coevorden, geboren rond 1135, overleden rond 1207/08. Otto vergezelt zijn moeder op haar tweede tocht naar Jeruzalem in 1173, hij is op 23 en 27 Mei 1182 aan het hof van de Duitse Keizer te Mainz, hij neemt deel aan de derde Kruistocht in 1189. Tr.  voor 1172, Alveradis van Arnsberg, geboren rond 1140, overleden na 1205. 

15.  Boudewijn, graaf van Benthem, burggraaf van Utrecht, vermeld 1203-1247, overl. voor 9.5.1248. Begr. klooster Wietmarschen. Tr. Jutta (van Rietberg), overl. na 23.4.1246 en voor 9.5.1248. Begr. klooster Wietmarschen.  

16.  Elisabeth van Bentheim tr. voor 1244 Ludolf III, heer van Steinfurt, geb. voor 1225, overl. na 1269, zoon van Ludolf II von Steinfurt

Verwezen wordt naar:

·         Europ. Stammtaf. NF VIII, 81

·         Höting, Ingeborg: Studien zur Geschichte der Herrschaft Steinfurt: vornehmlich um 1500 - Münster, 1985.

17.  Boudewijn von Steinfurt geb. voor 1244, overl. ca. 1317-1319, tr. Elisabeth zur Lippe, overleden 1316

Verwezen wordt naar:

·         Europaische Stammtafeln, Band VIII, Tafel 82

·         Höting, Ingeborg: Studien zur Geschichte der Herrschaft Steinfurt : vornehmlich um 1500 - Münster, 1985.

·         Europ. Stammtaf. NF VIII, 81

24.12.1282, Bischof Everhard bekundet die Verzichtleistung des Edlen Balduin von Steinfurt auf die Vogtei des Klosters Asbeck und nimmt dasselbe gegen eine Abgabe in seinem Schutz. Vrouw: Elizabeth, kinderen: Ludolf, Lyse en Elizabeth (Westfällisch Urkunde Buch III, nr. 1191).

1.4.1284, Der Edle Baldewin von Steinfurt verkauft mit seiner Gemahlin die Hälfte des Schlosses Bredervoort nebst mehreren anderen benachbarten Besitzungen an den Bischof Everhard und das Hochstift Münster.

Vrouw: Elisabeth; kinderen: Ludolphus, Lisa, Elisabeth en Lutgardis (Westfällisch Urkunde Buch III, nr. 1243).

18.  Elisabeth van Steinfurt, geb. voor 1282, overl. na 1347, tr. vermoedelijk rond 1290-1300 Gijsbert IV, heer van Bronckhorst en Reckhem, ridder in 1294, dorst van Over Rijn, (vermeld 1284-1315), overl. ca. mei 1315, zoon van Willem van Bronckhorst en Ermgard. 

Gijsbert IV leeft nog 11 maart 1315, omdat zijn zoon dan domicellus genoemd wordt  (Inv. NichtStNatl Archive, kreis Steinfurt, blz. 104), is gestorven voor 6 juni 1313 (Westf. Urk. Buch VIII, no. 923 en 936). Elisabeth von Steinfurt is na het overlijden van haar man ingetreden in het klooster ter Hunnepe, waar Elisabeth, abdis en weduwe, na 1347 overlijdt (Arch. Ter Hunnepe, Inv. no. 422 en reg. no. 105 en 109. Kloosterzegels 1, no. 334).

Verwezen wordt naar:

·         Europäische Stammtafeln, J.A. Stargardt Verlag Marburg., Schwennicke, Detlev, Editor, Reference: VI 44

·         Höting, Ingeborg: Studien zur Geschichte der Herrschaft Steinfurt : vornehmlich um 1500 - Münster, 1985.

·         Ned. Leeuw 1957 (Blz. 69).

·         H.M.Schleicher (Hrsg.): Ernst v. Oidtman und seine genealogisch heraldische Sammlung, Band III. WGfF, Köln, 1999

·         D.Schwennicke: Europaeische Stammtafeln, Vol. XVIII, Tafeln 41. Marburg, 1998

19.  Willem III, heer van Bronckhorst, maarschalk in dienst van Reinald II van Gelre, geb. ca. 1286, overl. 25 sep 1328 in Hasselt België, tr. ca. 1305 Johanna van Batenburg, geb. ca. 1285,  overl. na  1332, dochter van Dirk van Batenburg en Mechteld. 

1328: Jhan, heer van Baer, ridder. Getuige bij het magescheid tussen Johanna van Bronkhorst Batenburg en haar zoons.  Behalve leden van het geslacht van Bronkhorst, treden verder nog als getuigen op Walraven van Bentheim en Frederik van den Bergh.

De graven van Limburg Stirum in Gelderland en de geschiedenis hunner bezittingen, Assen 1961 door A.P. Van Schilfgaarde, III, 2 reg. 31.

20.  Gijsbrecht, heer van Bronckhorst en Batenburg overl. 1356, tr. Catharina van Leefdael, overl. 13 apr 1361, dochter van  Rogier van Leefdael en Agnes vvan Kleve. 
NB. Via Catharina Van Leefdael gaat er een tweede lijn naar Karel de Grote (zie
reeks 60 op http://www.kareldegrote.nl). Bovendien zijn er via haar moeder Agnes van Kleve ook enkele lijnen naar Karel de Grote, via haar voorouders Arnold van Kleve in huwelijk met Ida van Brabant. Via die laatste gaat er een lijn naar Lodewijk de Vrome. Ook via eerdere voorouders van Agnes van Kleve is er een verbinding met het gravenhuis van Holland.

Verwezen wordt naar:

·         Ned. Leeuw 1957 Genealogie van Bronkhorst (Blz. 71); Gens Nostra 1991 (Blz. 610)

·         Europäische Stammtafeln, J.A. Stargardt Verlag Marburg., Schwennicke, Detlev, Editor, Reference: VI 44

·         H.M.Schleicher (Hrsg.): Ernst v. Oidtman und seine genealogisch heraldische Sammlung, Band III. WGfF, Köln, 1999

·         D.Schwennicke: Europäische Stammtafeln, Vol. XVIII, Tafeln 41. Marburg, 1998

21.  Elisabeth van Bronckhorst overl. ca. 1408-1411, tr. Allard heer van Buren en Beusichem (vermeld 1350-1403), Knaap in 1360, 1367 beleend met het huis Buren, overl. ca. 1408, zoon van Allard van Buren en Mabelia van Caets.

Verwezen wordt naar:

·         Ned. Leeuw 1957 Genealogie van Bronkhorst (Blz. 72)

·         Genealogie der Heren van Borselen, Zaltbommel, 1979. , Dek, Dr. A. W. E., Reference: 40

·         Europäische Stammtafeln, J.A. Stargardt Verlag Marburg., Schwennicke, Detlev, Editor, Reference: VI 44

·         Genealogie van Buren met dank aan Hans Vogels

22.  Elisabeth van Buren, tr. vóór  02 jan 1398 Johan van Vianen, heer van Beverweerde, geb. ca. 1356, overl. ca. 1417, zoon van  Sweder van Vianen en Mechteld van Zuylen. 

Verwezen wordt naar:

·         Ned. Leeuw 1975 Genealogie van Vianen (Blz. 132)

·         Gen. en Her. Bladen 1907 (Blz. 340)

2.1.1398: Jan van Vianen van Beverweerd, ridder, en Elisabeth van Buren, vrouwe van Beverweerd, erkennen verkocht te hebben aan Jan uten Weerde Loefsz. 2 morgen 4 hont land onder Rijdwijk (Culemborg, R395, d.d. 2.1.1398)

23.  Willemtje van Vianen van Beverweerde (vermeld 1434, 1442, 1457), overl. na  1464, tr. 1419 Alof van den Rutenberg, overl. ca. 1462, zoon van  Egbert van den Rutenberg en Agnes [van Coeverden], erfdochter van Zuythem. 

Ten aanzien van het huwelijksjaar 1419 wordt verwezen naar: Inventaris van acten, brieven etc., in het sterfhuis van Adolph van Rutenberg, heer van Zuthem en Staverden (overl. 1629), in: Arch. Gemeente Zwolle, rechterlijk Archief, Inv.Nr. RA 001-00167, p. 99 (doch de daar genoemde 'huwleijksbrief' bleef niet bewaard).
 

Verder wordt verwezen naar:

·         Wapenheraut 1915 (Blz. 498)

·         De Ridderschap van Overijssel, 1460-1795, Een Genealogisch Overzicht, deel II, door A.J. Mensema, 1993 Zwolle, nr. 4

·         De Havezaten in Salland en hun Bewoners, pag. 88, A.J. Gevers

·         NL 1977 blz 4 e.v.

Repertorium op de Leenregisters van de leen  en hofhorige goederen van de proosdij St. Lebuinus te Deventer 1408-1809 door AJ Mensema blz. 150, nr. 114 Dalfsen, Leusssen:

18 okt. 1434 Aleff van Rutenberge verkrijgt consent om zijn vrouw Willem van Beverwerde de lijftocht te maken (deel I, fol. 56v, 110)

Schoutambt Ommen en Den Ham/buurschap Vilsteren

't Goet to Enghelbertinch to Vilsteren ende den tienden to Vilsteren, die daer toebehoren, gheleghen in den kerspel van Ummen

1435 dec 3 (Repertorium op de Overstichtse en Overijsselse leenprotocollen 1379-1805, E.D. Eijken, BC fol 62v)

Willam van Vyanen van Beverweerde, vrouw van Adolph van den Rutenberge, na opdracht door Henric Borre van Amerongen. Hulder Henric van Ryn.

(De Ridderschap van Overijssel, 1460-1795, Een Genealogisch Overzicht, deel II, door A.J. Mensema, 1993 Zwolle, nr. 4)

Alof van den Rutenberg , zoon van [Egbert] Hake vd Rutenberg en Agnes (Nese) van Zuthem, verschreven als riddermatige ter klaring Vollenhove 6 oktober 1460, beleend met Zuthem 1434, overl. 1462; huwt 1419 Willemtje van Vianen van Beverweerde, dochter van Johan van Vianen van Beverweerde en Elisabeth van Buren, overl. na 1464.

Uit dit huwelijk:

1. Egbert Hako, overleden 1477, huwt Elisabeth van Amstel, dochter van Amelis v Amstel van Mynden, Heer tot Kronenborg, en Johanna Van IJsselstein, overl. 1506

2. Johan, maakt in 1484 een testamentaire beschikking ten behoeve van zijn [bastaard]dochter Willemtje

3. Alof, proost van Sint Marie te Utrecht, overl. 1494

4. Otto

5. Steventje, huwt Otto van Rechteren

[Ten aanzien van Agnes, de echtgenote van Egbert van Rutenberg, wordt voorts verwezen naar de Nederlandsche Leeuw 1957, kolom 8 en 9. Onderstaande afbeelding uit Buchell's Monumenta geeft duidelijk het wapen Zuythem. We kunnen derhalve het betoog van Haga waarschijnlijk naar de prullemand verwijzen. Mogelijk was Wolter van Coevorden wel een halfbroer of zwager van Nese en Alef van Zuythem]

Oorkondelijk is (nog) geen bewijs gevonden dat Willemtje/Wilhelmina van Vianen van Beverweerd een dochter is van Jan van Vianen van Beverweerd en Elisabeth van Buren. Een en ander blijkt overigens wel uit de onderstaande kwartieren:

In de Waalse Kerk te Deventer staat op een grafzerk van Otto van den Rutenberg, zoon van Alof van den Rutenberg en Willemtje van Vianen:

Het wapen van Ruitenburg en de kwartieren:

Ruitenburg           Vianen

Suthem                  Buren

Gedenkwaardigheden Overijssel, 87, nr. 5, door Bloys van Treslong Prins

--------------------------------------------------------------------------------------------------

Afbeelding links geeft het overlijden van Adolf van den Rutenberg. Hij was
kleinzoon van Wiilemina van Vianen van Beverweerde. Duidelijk herkenbaar
zijn de wapens:

Rutenberg        Vianen van Beverweerde (het wapen bestaat uit gedeeld Vianen-
                                                                          Goye, verwijzend naar Hubert van
Suythem           Van Buren                            Vianen en Catharina Uten Goye)

Bron: Monumenta Buchell fo. 64v

------------------------------------------------------------------

Van Rhemen: Boeck der Quartieren fo. 247v: In glasen te Rijssen in de kerck

Rutenberg        Vianen

Doorninck (?)   Beverwert

Suthem              Bronckhorst

Isendoren         Bueren

24.  Otto van den Rutenberg,  overl. 24 jul 1500 in Grimberg, Rijssen, Ridder in 1478, tr. vóór  1482 Maria van Twickelo geb. 1445, overl. 20 okt 1501 in Grimberg, Rijssen, dochter van Johan van Twickelo en Jacoba van Keppel.

Verwezen wordt naar:

·         De Ridderschap van Overijssel, 1460-1795, Een Genealogisch Overzicht, deel II, door A.J. Mensema, 1993 Zwolle, nr. 78

·         Gedenkwaardigheden Overijssel, 87, nr. 5, door Bloys van Treslong Prins

·         In de Waalse Kerk te Deventer staat op een grafzerk van Otto van den Rutenberg, zoon van Alof van den Rutenberg en Willemtje van Vianen:

Het wapen van Ruitenburg en de kwartieren:

Ruitenburg         Vianen

Suthem                 Buren

Ao 1500 in vigilia Si Jacobi apost. obit Strenuus vir Otto de Ruitenburg armiger.

·         van Rhemen, Boeck van Quartieren, fol. 249v: Anno Domini 1501 in profesto 11000 virginum obiit generosa domina Maria de Twickelo, uxor quondam strenui Ottonis de Rutenberch, hic sepulta, cuius anima requiescat in pace. Te Ryssen in de kerck op een saeck.

·         Wapenheraut 1915 (Blz. 498)

·         Buchell Monumenta fol. 64v

1482 maart 15 (opten naesten vrijdach nae Gregorii pape)            

Otto van Rutenberch en zijn vrouw Marie verklaren dat zij hebben beloofd Johan van Rechteren, heer tot Almelo, en Godert van Reede schadeloos te zullen houden voor de door hen voor hun gedane borgstelling tot betaling van de jaarlijkse rente van vijf Rijnse guldens uit hun erve en goed geheten het Heynenhues aan de provisoren en raadslieden van de kerk van St. Plechelmus te Oldenzaell.       

Origineel charter (inv.nr. 72), met het zegel van Otto van Rutenberch

(Huisarchief Almelo - Regestenlijst 1154-1578)

25.  Wilhelmina van den Rutenberg tr. voor 1506 Johan van Welvelde, overl. 21 sep 1521, zoon van  Gerard van Welvelde en Sophia Mulert

1548 mei 14 (Regestenlijst van het Huisarchief Almelo 1154-1578, door H. Bordewijk, R.M. de Raat, dl. B, fol. 3v).

Otto van Rutenberge verkrijgt goedkeuring van de overeenkomst, waarbij hij tot zijn erfgenamen aanwijst de kinderen van zijn zuster te weten juffer Anna van Welvelde, weduwe van Sweder Schelen, Sophia van Welvelde, echtgenote van Evert van Varendorp, en juffer Steven van Welvelde, echtgenote van Peter van Voirst.

Get.: Albert Belman en Adolpff Reyger.

Verwezen wordt naar:

·         Ned. Leeuw 1981 kolom 270 e.v. door J.W. Schaap

·         Wapenheraut 1915 (Blz. 496)

26. Anna van Welvelde geb. 1506 in Borne, overl. 1548 in Sledehausen, tr. 1521 Sweder Schele Tot Schelenburg, geb. 1490 in Schelenburg, overl. 03 feb 1533 in Sledehausen, zoon van  Heidenreich Schele en Geertruid van Knehem.  NB. Vanaf de familie Schele zou er ook een lijn gaan naar Karel de Grote

Opgesteld wat betreft de generaties 15 t/m 26 in nauwe samenwerking met Bert Berings. Voorts wordt verwezen naar:

·         NL 1981 blz. 291

·         Wapenheraut 1916 Geslacht van Welvelde

·         Navorscher XXXVII 1887, bl. 433

·         Mededelingen Gelre 1924, blz. 226

·         "Godt beter desen tidt" door A. de Bakker en D.Schluter, (Oldenzaal 1995)

Sweder Schele tot Schelenburg, geb. Westfalen ca. 1490, edelman, overl. Sledehausen 1533, zoon van Heidenreich de Schele, ridder en Gertrut van Knehem, tr. kerk 1521 Anna van Weleveld, geb. Borne, overl. Sledehausen ca 1548. dr. van Johannes van Weleveld, eigenaar van Weleveld, rechter, en Wilhelmina van Rutenberg.

Uit dit huwleijk:

1. Casper Schele, geb. ca. 1525, kasteelheer van Schelenburg, overl. Osnabruck 1578, tr. Adelheid Ripperda, geb. na 1534 dr. van Unico Ripperda , drost van Salland, en Judith van Twickel.

2. Christoffer Sweder Schele , geb. Kommende Lage 1529.

3. Johanna Schele, overl. 1585, tr. Herman Valke , overl. 1585.

4. Judith Schele.

5. Gertrut Schele, tr. Langenbruggen 1548,  Jean Ledebur.

 

Van Rhemen, Boeck der Quartieren, fol. 69: Anna Helena Ripperda, obiit 24 octobris 1655. Te Doetekum.

Ripperda                       Valck

Twickloe                       Schele

Boeckhorst                   Baren

Sticke                             Welvelt

Keppel                           Langen

Middachten                  Kochem

Broeckum                      Hahren

Ruitenberg                    Ruitenborg

 

Uit de bovenste twee kwartieren zijn de ouderparen af te lezen:

Unico Ripperda X Judith van Twickelo

Herman Valcke X Joanna Schele.

 

Vervolgens de grootouders:

Eggerik Ripperda X Aleijt van Buchorst

Johan Van Twickelo X Jutte Sticke

Berndt Valcke X Anna Van Baren

Sweder v Schele X Anna van Welvelde

27.  Johanna Schele, geb. ca. 1530 Schelenburg, overl. ca. 1585, tr. ca. 1550 Herman Valcke, overl. ca. 1586, zoon van Bernd Valcke en Anna van Baren.

Zie ook voor de toelichting bij generatie 26.

Joanna Schele was een tante van Sweder Schele, zoon van Christopher Schele, die onder meer bekend is vanwege een dagboek dat hij bijhield. Daarin schrijft hij ondermeer:

‘Daerher ick tesamen gebracht ende in minen sael (offte atria) opgehangen laeten soveel ick der vorolderen conterfeitungen gehebben mögen, als nemlick: Johans Schelen ende siner gemhalin Agnese van Oer, so to Sledehusen hinder den altaertafelen befonden’ (Huiskroniek, deel II, 874).

De Johan Schele X Agnes van Oer, die hij hier noemt als zijn voorouders, waren de grootouders van zijn grootvader Sweder Schele, gehuwd met Anna van Welvelde (zie generatie 26).

Op een andere plaats schrijft hij nazaat te zijn van Karel de Grote:

‘Ende hebben besloten, gunt mi Gott het leven, met den torn in den hoeck na die bleke, die porte en niehuiss een woninge hoger te trecken end laten alsdan baven die niehuises daer setten een belde Constantini Magni […].

Baven die schoelduer, daer die genealogia der Schelen soll kommen Caroli Magni beldniss, ock mit seinem symbolo […]’ (Huiskroniek, deel II, 818-822).

28.  Sophia Valcke geb. ca. 1560 in Veenhuizen, tr. 1586 Veenhuizen Baltasar Ripperda geb. ca. 1546, overl. 29 dec 1616 in Tjamsweer, zoon van Unico Ripperda en Judith van Twickelo.

Verwezen wordt naar:

·         Wapenheraut 1901 blz. 149 ev

Später waren Besitzer: Hermann v. Langen, der selbst auf seiner Burg Hanika (Haneken bei Lingen) saß; die Grafen von Bentheim; Bernd v. Valke, von dem es heißt, daß ihm 18 Erben Höfe eigenhörig waren; dann Herman v. Valke, dessen Tochter Sofie als Erbin v. Valke den streitlustigen Balthasar von Ripperda heiratete. (Tibus: Geschichte der Kirchen).

·         Fahne’s Denkmale und Ahnentafeln in Rheinland und Westfalen, VI Band, Düsseldorf 1883 pag. 161

Van Rhemen, Boeck der Quartieren, fol. 69: Anna Helena Ripperda, obiit 24 octobris 1655. Te Doetekum.

Ripperda                       Valck

Twickloe                       Schele

Boeckhorst                   Baren

Sticke                             Welvelt

Keppel                           Langen

Middachten                  Kochem

Broeckum                      Hahren

Ruitenberg                    Ruitenborg

 

Uit de bovenste twee kwartieren zijn de ouderparen af te lezen:

Unico Ripperda X Judith van Twickelo

Herman Valcke X Joanna Schele.

 

Vervolgens de grootouders:

Eggerik Ripperda X Aleijt van Buchorst

Johan Van Twickelo X Jutte Sticke

Berndt Valcke X Anna Van Baren

Sweder v Schele X Anna van Welvelde

29.  Anna Helena Ripperda geb. ca. 1596 in Onstwedde, overl. 24 okt 1655 in Doetinchem tr. ca. 1625 Joannes van Haghen, zoon van  Everhardt van Haghen en Cunera Weyer. 

Verwezen wordt naar:

·         van Rhemen, Boeck der Quartieren, fol. 69: Anna Helena Ripperda, obiit 24 octobris 1655. Te Doetekum. (zie generatie 28)

·         Genealogie van Ripperda in Wapenheraut 1901 blz. 149, 173, 213, 269

·         Ned. Leeuw 1930 blz. 254-255

·         Ned. Leeuw 1953 blz. 375

·         Fahne’s Denkmale und Ahnentafeln in Rheinland uad Westfalen, VI Band, Düsseldorf 1883 pag. 161

30.  Cunegunda van Haghen geb. 1626 in Zutphen, overl. na  17 mei 1674 in Doetinchem tr. 12 okt 1651 in Doetinchem Quirijn VerHuell, Drossaart der Hoogh, geb. 29 jun 1621 in Zutphen, overl. tussen 1674 en 1688 in Doetinchem, zoon van Gerhard VerHuell en Hermanna Tiedeman. 

Verwezen wordt naar:

·         Ned. Leeuw 1916 blz. 16

DTB Doetinchem: 7 Sept. 1651

Quirin Vorhoel, ehelicke sone vhan captein Gerhardt Vorhoel binnen Zutphen, ende Juffer Cunnegunda van Haegen , ehelicke dochter van Johan vhan Haegen , borgemeester der stadt Doettinchem ende rentmeester der geistlicker guder vhan de graveschap Zutphen ; cop : 12 Oct.

Bij de doop van Sophia Elisabeth VerHuell, dochter van Quirijn VerHuell en Cunegunda van Haghen, op 24 augustus 1652 te Doetinchem waren doopgetuigen: Paulus Sels, Anna Helena Ripperda, Hermanna Tijdemans (DTB Doetinchem)

31.  Everhard VerHuell, Rechter en Rentmeester, geb. 20 sep 1665 in Doetinchem, overl. okt 1738 in Gendringen, tr. 16 dec 1698 in Doetinchem Christina Sophia Sels, geb. 14 aug 1672 in Amsterdam, overl. vóór 18 aug 1739 in Gendringen, dochter van  Johan Sels en Anna Muntz. 

32. Cunegunda Helena VerHuell, geb. 05 feb 1707 in Doetinchem, overl. na  nov 1778, tr. 28 mei 1730 in Zevenaar Hendricus Wunder, geb. 24 mei 1693 in Zevenaar, en overl. 13 sep 1749 in Zevenaar (na een onpasselijkheid van weinig dagen is overleden de heer Luijtenant Wunder), zoon van Michael Wunder en Johanna Jhew.  

33.  Catharina Mechteld Wunder geb. 13 sep 1739 in Zevenaar, wonende op den Toutenburgh  in Ooy-Oud-Zevenaar, tr.  23 jul 1771 op de Toutenburg in Zevenaar, Philippus Jacobus Marchant, geb. 11 nov 1728 in Venlo, en overl. na  1779, bij zijn huwelijk Luijtenant onder het tweede battaljon van den Luijtenant Generaal Onderwater, majoor van het fort Pinsen, zoon van Johannes Marchant en Christina van Teckelenburg. 

DTB Zutphen RBS 1912.18 pag. 157 volgnr. 16

Ondertrouw op 7.7.1771 van Philippus Jacobus Marchant, lieutenant in garnisoen alhier met Catharina Machteld Wunder, wonende te Zevenaar, op 22.7.1771 met attestatie naar Zevenaar

DTB Zevenaar 4 juli 1771:

De weledele manhafte Heer Philippus Jacobus Marchand, Lieutenant in Hollandsche Dienst, j.m. geboren te Venlo oud 40 jaar met mej. Catharina Machteld Wunder oud 32 jaar j.d. op den Toutenburg, tegenwoordig woonende te Bergen Op Zoom.

34.  Gijsbertus Frederikus Marchant, geb. 06 okt 1779 in Bergen op Zoom/Halsteren, overl. 02 apr 1840 in Coevorden, bij zijn huwelijk in 1818 1e Luitenant 8ste afdeling Infanterie te Groningen, tr. (2) 20 nov 1818 in Coevorden Arnoldina Notten, geb. 07 jan 1793 in Heusden, overl. 29 jan 1858 in Coevorden, dochter van  Jan Notten en Arnoldina van Alema. 

35.  Geertruida Joanna Elisabeth Marchant, geb. 13 mrt 1824 in Coevorden, overl. 04 okt 1870 in Coevorden,  tr.  23 apr 1858 in Coevorden Jan Blancke, geb. 08 mrt 1822 in Coevorden, en overl. 27 jun 1872 in Coevorden. zoon van  Gosewinus Antonius Josephus Blancke en IJkjen Brink. 

36. Gijsbertus Frederikus Anthoon Blancke, geb. 17 jan 1859 in Coevorden, overl. 08 apr 1927 in Amsterdam, tr. 06 dec 1881 in Zwolle Hendrika Alberta Oldenhof, geb. 24 feb 1855 in Zwolle, dochter van  Jan Oldenhof en Maria Rodink. 

37. Jan Blancke geb. 19 sep 1895 in Amsterdam, overl. 18 jul 1974 in Amsterdam, tr. 20 jun 1918 in Amsterdam Elisabeth Maria Bartelsman, geb. 03 apr 1895 in Amsterdam, overl. 1958 in Amsterdam dochter van  Johan Bartelsman en Antonia Kouwenberg.

38. Johan Daniel Hillebrand Blancke,  geb. 25 jan 1925 in Amsterdam, overl. 02 apr 1987 in Heiloo, tr. 12 nov 1947 in Amsterdam Maria Theresia Bogaert, geb. 06 okt 1930 in Terneuzen, overl. 07 okt 1996 in Heiloo, dochter van  Joseph Bogaert en Anna Doppegieter.

Hieruit:

1.      Joan Peter Marchand Blancke, geb. Amsterdam 25.5.1948, overl. Purmerend 5.12.1997.

2.      Ronald Egbert Blancke, geb. Amsterdam 26.10.1950

3.      Hans Martin Blancke, geb. Amsterdam 10.1.1960

 
 
Ingezonden door: R.Blancke
Bronnen:
  • zie de separate generaties
  • de generaties 16 tot 26 zijn tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de heer Bert Berings