Inleiding

Door een toevalligheid heeft mijn kwartierstaat aansluiting op riddermatige geslachten, vooral uit het grensgebied Overijssel-Gelre-Westfalen. Die aansluiting komt tot stand via Anna Helena Ripperda, die gehuwd was met Joannes van Hagen, burgemeester van Doetinchem en rentmeester der geestelijke goederen van de graafschap Zutphen. Hun dochter Cunegunda Van Hagen was in 1651 getrouwd met Krijn Verhoel (de familie noemt zich later heel deftig Ver Huell), drossaard van de heerlijkheid Wisch, burgemeester van Doetinchem, gecommitteerde bij H. H. Mog. wegens de staten van Gelderland, was in de commissie om Willem III den hertogstitel aan te bieden. Hun zoon Everhard Verhuell trouwde in 1698 met Christina Sophia Sels (een notabele familie afkomstig uit Gladbach). Een dochter uit dit huwelijk was Cunegunda Helena Verhuell, die getrouwd is in 1730 met luitenant Henric Wunder, zoon van Michael Wunder, rechter in Zevenaar en de Liemers. Hun dochter Catharina Mechteld Wunder trouwde in 1771 met Philip Jacob Marchant, die de grootvader was van Geertruida Marchant, gehuwd met Jan Blancke, mijn betovergroot-vader.

Ik had deze gegevens al een tijdje liggen, maar had er eigenlijk nooit enige aandacht aan gegeven, omdat ik bezig was met andere genealogische dingen. Bovendien was er wat onduidelijkheid over Anna Helena Ripperda, omdat zij de tweede dochter was met die voornamen, maar niet als zodanig bekend was. Die eerder geboren zuster overleed op 8-jarige leeftijd ca. 1595-1596 nadat zij rattengif had binnen gekregen, zoals Sweder Schele vertelt in zijn Huiskroniek. Uit stukken blijkt echter overduidelijk, dat er daarna nog een dochter is geboren, die dezelfde voornamen kreeg, en zij wordt later ook in een acte genoemd met enkele van haar broers en zusters. Pas vanaf dat moment ben ik wat dieper in deze voor mij nieuwe materie, omdat onderzoek voor 1600 een heel andere manier van werken vereist dan het werken via DTB-gegevens.

Dat betekent: literatuur doornemen, actes zoeken, leenactes vinden, en dan op een zo aanvaardbaar mogelijke manier de gevonden gegevens met elkaar combineren. Deze manier van werken vereist dus een heel andere manier van werken en van denken. Zaken zijn veel minder duidelijk, soms ook 'onbewijsbaar' ook al zijn de aanwijzingen sterk.

En van de eisen, die ik mijzelf stelde, was om zoveel mogelijk gebruik te maken van oorspronkelijke, of zo oorspronkelijk mogelijke brongegevens. Want literatuur vertoont een groot manco: de gepresenteerde feiten zijn meestal niet slechts feiten, maar zijn meestal feiten gecombineerd met interpretaties. Een voorbeeld daarvan is, als de schrijver van een artikel een acte tegenkomt, waarin X een neef wordt genoemd van Y, waarna de schrijver concludeert en neerschrijft:

de vader van X was een broer van de moeder van Y. (1)
(1) zie acte nnn in NNN.

Op grond van de voetnoot, die een verwijzing geeft naar een bronstuk, zou je denken, dat in die acte dan duidelijk staat, dat de vader van X een broer was van de moeder van Y, maar dat staat er niet. Er staat slechts dat X een neef heet van Y. Maar dat is een volstrekt ander feit dan het door de schrijver gepresenteerde, dat immers op een interpretatie berust. Helaas gebeurt dit zo vaak, dat ik tot de conclusie ben gekomen, dat voetnoten met verwijzingen naar bronstukken in genealogische artikelen onbetrouwbaar zijn, soms zelfs gebruikt worden om een sfeer van betrouwbaarheid te geven aan onbetrouwbare interpretaties. Het is mijn stellige mening, dat zolang de redactie van een genealogisch tijdschrift, geen controle uitoefent op dit soort zaken, dat artikelen dan onbetrouwbaar zijn.

Dit is een standpunt, waarmee ik mij vermoedelijk niet populair maak, maar ik heb te vaak gezien, hoe 'genealogen' uit hun hoge hoed meestal allerlei dochters tevoorschijn toveren om een bepaalde constructie vorm te geven, meestal gestoeld op hun 'inzicht', maar niet op grond van feiten.

Ik haast me te zeggen, dat ook ik mij daar aan schuldig maakte, en misschien nog wel eens. Maar ik span mij in, om zo duidelijk mogelijk te maken, dat een bepaalde veronderstelling van mij geen waarde heeft, als het niet ondersteund wordt door bewijzen. Graag word ik er ook op gewezen, als ik mijn eigen 'strenge' regels overtreed.

Via Anna Helena Ripperda kreeg mijn kwartierstaat dus aansluiting op allerlei riddermatige geslachten, en ik doe op deze bladzijden een poging om enkele daarvan nader onder de loep te nemen. Sommige geslachten zijn al beschreven in de literatuur, maar dat vormt geen beletsel, om daar nog eens kritisch naar te kijken. Daarom koos ik ervoor om zoveel mogelijk ook actes e.d. weer te geven. De materie is niet erg 'sappig' en misschien zelfs wat saai, soms misschien ook rommelig, want tijdens het schrijven kwam nog nieuwe informatie boven tafel. Maar het zijn geen tijdschrift-artikelen, maar eerder een weergave van mijn zoekprocessen.

Anna Helena Ripperda was de dochter van Baltasar Ripperda en Sophia Valcke. Dankzij de Huiskroniek van Sweder Schele, die sinds kort te zien is via Internet http://lehre.hki.uni-koeln.de/schele/ kon ik deze families verder naspeuren. Een aantal van die naspeuringen zijn te zien op mijn site.


 

Alle gegevens op deze site zijn onderworpen aan copyright. Voor persoonlijk gebruik zijn deze gegevens vrij te gebruiken, maar zodra gegevens op enigerlei wijze commercieel worden gebruikt, dient u contact met mij op te nemen.
Free only for personal and non-commercial use.

© Copyright 2002 Ronald Blancke