Hengstdijk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hengstdijk wordt al in 1161 genoemd in een oorkonde, die melding maakt van de bouw van een kerk:

 MCLXI
Bisschop Godefrid machtigt Wouter abt van Tronchiennes om op het nieuw
ontgonnen land genaamd Hengesdic eene kerk te bouwen.
Gedrukt: De Smet, Corpus chonicorum Flandriae I, 712
Vgl. Wauters II 435

Tronchiennes is tegenwoordig beter bekend als Drongen bij Gent. Toch is dit niet de oudste vermelding uit Hulsterambacht die ik ben tegen gekomen, want in 1156 wordt melding gemaakt van Hulsterlo:

(1156 juli 31) Datum apud Trajectum II Kal. Augusti, anno incar. 1156
Godefrid, elect van Utrecht, machtigt de kloosterlingen van Tronchiennes om
te Hulsterloo godsdienstuitoefening te houden en hunne dooden te begraven.
Gedrukt: de Smet, Corp. Chron. Flandr. I 712
Vgl. Wauters II 395

Blijkbaar werd Hulsterambacht bedient door kloosterlingen afkomstig uit Drongen. Ik heb nog een paar aardige regesten verzameld, die ik hier ook zal weergeven:

(1221, maart) Actum anno Dom. 1221, mense Martio
Bisschop Otto staat met toestemming zijner kerk aan de abdij Ter Does af de
tienden van Zando, Hinghesdic, Elvesdic en Frankendic.
Gedrukt: Cronica et Cartularium monasterii de Dunis (Bruges 12864) 327 no. 227
Vgl. Wauters III 573
 

(1263 april, 23) Feria II post Jubilate (1263)
Bisschop Hendrik vergunt onder zekere voorwaarden, dat de kerk van Hinsdijck
verplaatst wordt naar Ultra Voghele.
Gedrukt: De Smet, Corpus chron. Flandriae I 718 no. 31
Vgl. Wauters V 306
 

(26 dec. 1258) Datum anno Dom. 1258, in die b. Stephani prothomartiris
Drie scheidsrechters beslechten den twist tusschen de kapittels van
Oudmunster te Utrecht en van O.L.V. te Kortrijk, zoodat het eerste zal
behouden het patronaatsrecht over de kerk van Hulst, het tweede dat over de
kerken van Hontenesse en Ossenesse.
HS Oorspr. archief ND Courtrai - lib. fundat. f.23,56.
Gedrukt: Mussely et Molitor Cartul. 115 - Documenta capituli Curtracencis III p. 107
Vgl. Wauters VII 904
 

Hulsterambacht maakte deel uit van het bisdom Utrecht. Daarom bepaalde het kapittel Oudmunster in principe de gang van zaken in Hulsterambacht. Bovenstaand regest toont aan, dat dat allemaal niet zo vanzelfsprekend was. Bovendien doet het regest van 1263 vermoeden, dat er iets is gebeurd met de oorspronkelijke plaats van de kerk van Hengstdijk, en dus met het gehucht zelf. Een verplaatsing naar 'Ultra Voghele' vond plaats, wat doet vermoeden dat er een lokatie is gevonden, die noordelijker lag dan de oorspronkelijke plaats.
 

In Hengstdijk woonde Guilliam Bogaert. Waarschijnlijk had hij een stuk land in pacht. Vermoedelijk geboren rond 1615 trouwde hij vrij laat in 1641 met Josijna de Waele, op dat moment weduwe van Cornelis Dinghensens, die in 1640 overleed in Hengstdijk. Uit dat huwelijk, gesloten in 1626, werden tenminste 5 dochters en twee zoons geboren. Josijna de Waele zal rond 1605 geboren zijn, dus misschien moet Guilliam's geboortejaar wat eerder gelegd worden dan 1615. In haar tweede huwelijk met Guilliam Bogaert baarde zij toch nog twee kinderen, Elisabeth in 1642 en Petrus in 1644. Het is niet bekend of Guilliam al eerder was getrouwd. In 1641 stond in het huwelijksboek van de RK parochie Hengstdijk de volgende vermelding:

Den 10den February 1641 sijn ghetraut
Gulliame Van Den Bogaerde ende Josyntien Waelens
prnt Inghel Van den Bogaerde ende Pr Van den Bogaerde

In het boek  'Uit het rijke verleden van Hontenisse, haar Hof te Zande en omliggende plaatsen:
bijdrage tot de geschiedenis van Oost Zeeuwsch-Vlaanderen
Fruytier, Amedeus / St. Bernardsabdij / 1950 komt het volgende citaat op pag. 92:

Fr. de Waele paghter vande visscherije van sijne hooght. genaemt de Vogel waer van sijn hooght. de eene
helft ende de ander helft het clooster van Baudeloo is competerende ons ecciberen de sijne huurcedulle
hebben deselfs ingetrocken ende hem daer op verleent continuatie onder willige condemnatie
voor den tijt van negen jaeren voor behoudelt. dat hij in plaetse vande toepaght van botten ende palingh
bijden rentmeester bij desen bedongen betalen soude twee ponden grts.vls. sjaers ende hij voor de voldoeninge vande
voorst. paght soude stellen suffisante borgen, soo als haer oock daer voor tot borgen geconstinueert hebben
onder reinnichiatie als naer reghte Engel van Bogaerden en Guilliam van Bogaerden wonende in Hontenisse en
Heijnsdijck respective sinde de voorst. ingetrocken huurcedulle get ...
Guilliam van Bogaerden huurt ''als deecken van schuttersgilde van St. Bastiaen tot Heijnsdijck
150 roeden lants bij het voors. gilde in gebruijck'' (met dank aan Peter de Smet)

En op pag. 95-96:

Voor het toezicht op de dijkwetten werden in iedere parochi (Hontenisse, Ossenisse, Hengstdijk)
aangesteld een burgemeester, zes schepenen en twee schatters voogden.
Parochie Hengstdijk
Burgemeester:
Corn. Blanckaert
Schepenen:
Francois Everaert
Joris Fransen
Pauwels Volckenrijck
Gilles Schelfhout
Huybrecht de Coster
Willem Neve
Schatters:
Gijs Gijsbreghtsen
Guiliaeme Veerman

Schelfhout die intussen overleden was, wordt vervangen door Guilliaume Bogaert.
Na het afleggen van de eed worden zij in hun ambten bevestigd (1646)
 

Rond 1650 vervulden Engel en Guilliam Bogaert ook de functie van Armenmeester respectievelijk in Hontenisse en Hengstdijk. In die functie moesten ze hun dorpsgenoten ook aanmanen, om toch vooral hun 'vrijwillige' bijdrage aan het armenfonds te voldoen. De hoogte van die bijdrage werd bepaald door de welstand van betrokkenen. Van nazaten van Guilliam Bogaert (enkele generaties later) heb ik gezien, dat die niet zoveel plichtsbesef hadden, want die hadden hun bijdrage nog niet voldaan.