Wunder

Op 23 juli 1771 trouwden in Zevenaar Philippus Jacobus Marchant en Catharina Mechteld Wunder:

RBS Zutphen 1912.18 pag. 157 volgnr. 16
Ondertrouw op 7.7.1771 van Philippus Jacobus Marchant, lieutenant in garnisoen alhier met Catharina Machteld Wunder, wonende te Zevenaar, op 22.7.1771 met attestatie naar Zevenaar

Hij was zoon van Johan Marchant, zelf ook kapitein in het Staatse Leger en Christina Tecklenburg, dochter van de Cap. d'armes Johan Teckelenburg. De bruid was een dochter van Henricus Wunder en Cunegunda Helena Verhuel. Zij werd in Zevenaar geboren in 1739 als 5de kind. Haar vader Henricus Wunder was zelf Luitenant in het Staatse Leger, toen hij in 1749 overleed na een kortstondige ziekte.

Catharina Mechteld Wunder had een iets oudere zuster, Everharda Sophia Wunder, die in 1766 trouwde met Pieter J. van As. Een dochter uit dat huwelijk, Mechelina van As, trouwde in 1805 met Gijsbertus Marchant, zoon van Philip Jacob Marchant en Catharina Wunder.

Henricus Wunder trouwde met Cunegunda Verhuel in 1730 in Zevenaar. Hij was het 9de of 10de kind uit het huwelijk van Michael Henricus Wunder in 1675 getrouwd met Joanna Jhew. Dat huwelijk vond plaats in Kleve, maar het echtpaar woonde in Zevenaar, waar hij rechter was. Ook Michael's oudste zoon Derck Christiaen Wunder werd rechter, volgde zelfs zijn vader op na diens dood in 1703 als rechter van Zevenaar en de Lymers. Joanna Margaretha Jhew was afkomstig uit Sittard, afkomstig uit een familie van oorspronkelijk molenaars, maar waar de nazaten tamelijk vooraanstaande functies hadden. Margareta Jhew zelf was dochter van Joannes Theodorus Jhew en Maria van Ryckenroy. De naam van de laatste wordt op nogal wat manieren weergegeven, zelfs als Ryckenrath.

Michael Wunder werd rond 1643 geboren en hij overleed in 1703. Zijn vader heette Elger Wunder, oom wel Hilger genoemd. Deze Hilger Michelszoon Wunder was vermoedelijk afkomstig van Duisburg. Ook Hilger Wunder was ook rechter in Zevenaar en de Liemers, en hij was dat minstens tot 1675. Hilger Wunder trouwde met Margareta Wilckia. Haar achternaam is niet met zekerheid vast te stellen, maar staat in de hier gegeven vorm gegraveerd op een zilveren beker. Van dit echtpaar ken ik uitsluitend één kind, de hier genoemde Michael Wunder.

 

Verhuel

 

Cuenegunda verhuel trouwde in 1730 met Henricus Wunder. Haar ouders waren Everhard Verhuel en Christina Sophia Sels. Cunegunda werd uit dat huwelijk geboren als 5de kind in 1707 te Doetinchem.

Minutenboek Huis Bergh:
28-7-1723 35 [folio 11 verso]:
Ordre aen de Heer Drost Verheull om eenige diensten te Baeden tot het Haelen van eenen Moelen Steen.
Wy Johanna etc.
Ordonneren aen onsen Seer Lieven getrouwen Everhard Verheull Drossard der Heerlickheeden Gendringen en Etten, dat hij soo veel paerden sal Laeten opbaeden, als tot het Halen van eenen moelensteen in de Gendringse molen nodigh Zijn; Reserverende wel expresselijck onse actie, die wij tegens d’onwillige sullen hebben:
Sig: opt Slott S Heerenberg den 28 Julij 1723.

Everhard Verhuel zien we hier genoemd worden als Drost van Gendringen en Etten, nog in 1723. Hij trouwde in 1698 in Doetinchem met Christina Sels op 33-jarige leeftijd. Zijn ouders waren Quirijn Verhuel en Cunegunda van Hagen, dochter van de rentmeester Joannes van Hagen en Anna Helena Ripperda. Quirijn Verhuel was een man van aanzien:

Quirijn Ver Huell, gedoopt te Zutphen 29 Juni 1621, drossaard van de heerlijkheid Wisch, burgemeester van Doetinchem, gecommitteerde bij H. H. Mog. wegens de staten van Gelderland, was in de commissie om Willem III den hertogstitel aan te bieden.

Hij trouwde in 1651 in Doetinchem met Cunegunda van Hagen:

7 Sept. 1651. Quirin Vorhoel, ehelicke sone vhan captein Gerhardt Vorhoel binnen Zutphen, ende Juffer Cunnegunda van Haegen , ehelicke dochter van Johan vhan Haegen , borgemeester der stadt Doettinchem ende rentmeester der geistlicker guder vhan de graveschap
Zutphen ; cop : 12 Oct.

In deze huwelijksinschrijving zien we ook Quirijn's vader genoemd worden, kapitein Gerard Verhuel. Deze trouwde in Zutphen in 1615 met Hermanna Tiedeman:

Gerhard Ver Huell, kapitein van een compagnie voetknechten in dienst dezer landen, huwt te Zutphen 17 Mei 1615 met Hermanna Thiedeman ( Nicolaas dr., gestorven als weduwe te Doetinchem in 1660 (Op een geschilderd in lood gevat vensterglas, in bezit van Mr. Alex. Ver Huell, staat «Hermanna Tiedeman, wed.van Zaliger Gerhard Ver Huell, in sijn leven kapitein over eene compagnie voetknechten, in dienst der Vereenigde Nederlanden).”

Gerard en Gijsbert Verhuel (de laatste trouwde in 1613 te Zutphen met Geertruida Wessels of Wischel. Mogelijk was hij de oudste van de twee) waren kinderen van Krijn Verhuel en Lutgardina Schoolwick.  Deze laatste hertrouwt in 1604 met Peter Sels. Zij was een dochter van Hendrick Schoolwick en Christina Kreynck.

Krijn Verhuel was waarschijnlijk een zoon van Gijsbert Verhuel:

JB1964 GN pag. 120

Mr. Gijsbert van der Hoell (Verheulen, Verhoel, Verhuell, Verhuell, van der Huell), als ,,medicus” lid geworden van de St. Antonie Grote Broederschap te Zutphen 1562, stadsmedicus aldaar 1567-‘73, sterft kort voor 20 juli 1573, huwt Willemken N.N., als weduwe vermeld te Zutphen in 1578, stadsvroedvrouw te Harderwijk 1585, begr. te Harderwijk 30 juli 1605.

 

Jhew

 

Johanna Margaretha Jhew, haar naam komt oom voor als Jehw, Jew, Iheu, Jheu, Jeujen, Jhev etc., trouwde 14 juli 1675 in Klebe met de rechter Michael Henrich Wunder. Haar man overleed in 1703 in Zevenaar, maar zelf leefde zij nog in 1724, omdat zij toen genooemd werd bij de doop van Henricus Joannes Wunder, zoon van Henricus Wunder met diens eerste vrouw Maria Masschops. Daar staat als doopgetuige:

Zevenaar 3 januari 1724
doop van Henricus Johannes Wunder, z.v. Henricus Wunder en Maria Masschops.
Getuigen waren de heer Schepen Masschop van Emmerik en
grootmoeder mevr. Wunder
.
Doopattestatie afgegeven op 5 juni 1749.

Dit was dus de echtgenote van Michael Wunder, en omdat mij niet bekend is, dat die nog een tweede keer getrouwd was, ga ik er -tot het tegendeel blijkt- vanuit, dat Johanna Margaretha Jhew toen nog in leven was. Dat betekent tegelijk, dat zij tamelijk op leeftijd is gekomen, want vermoedelijk werd zij gedoopt in 1645 met als doopnaam Joanna Maria Jhew, dochter van Joannes Jhew en Maria van Ryckenroy.  De gegevens beginnen in deze tijd al schaars te worden, deels ook omdat een aantal leden van de familie Jhew noordwaarts zijn getrokken. Van oorsprong vinden we Jehw's in Sittard, waar zij molenaars waren. Maar al snel zijn leden van deze familie naar Roermond getrokken, terwijl anderen nog noordelijker in Kleve terecht kwamen.

Onder de kinderen van Johanna Jhew en Michael Wunder vinden we o.a. een zoon genaamd Peter Godfried, waarvan aannemelijk is, dat hij vernoemd werd naar Peter Gotfried Jhew, die in 1688 in Kleve trouwde.  Een andere broer van haar was Aldophus Theodorus Jhew, die omstreeks 1668 zal zijn getrouwd met Anna Catharina Boelmans. Hij werd geboren in 1640. Nog een broer was waarschijnlijk Johan Werner Jhew, die in Kleve trouwde in 1677. In 1681 trouwde in Kleve dan nog Dietrich Jhew met Anna Maria Huls.

Ik noemde al als mogelijk doopdatum van Johanna Jhew 1645, maar het is mogelijk dat zij enkele jaren later is geboren. Hierboven heb ik een aantal van haar broers gegeven; van enkelen is de doopdatum bekend. Kinderen van Joannes Jhew en Maria Ryckenroy. Joannes Jhew is waarschijnlijk twee keer getrouwd geweest: in eerste huwelijk met Joanna Raben of Raab, en in tweede huwelijk met Maria Ryckenroy. Zijn eerste huwelijk is dan geweest in 1616, en dat werd gesloten in Sittard. Uit dat huwelijk zijn 3 kinderen bekend, allen gedoopt in Sittard: Margaretha, Joannes Theodorus en Johanna Maria Jhew, geboren resp. 1619, 1621 en 1623 (gegevens Gendalim 6).

Het tweede huwelijk met Maria Rijckenroy zal gesloten zijn voor 1635. In 1636 is er in elk geval een doop bekend in Roermond, van Joannes Jacobus Jhew van dit echtpaar. Ik heb een tijdlang gedacht dat deze Joannes Theodorus Jhew de zoon was van Joannes Jhew en Joanna Raab, maar dat kan niet zo zijn, omdat hij dan in 1621 is geboren, en in 1636 een zoon krijgt op 15-jarige leeftijd. Dat bracht mij ook tot de conclusie dat het moet gaan om twee huwelijken van Joannes. Het lastige daarvan is de twee verschillende lokaties -van 1616-1623 in Sittard, en vanaf 1636 in Roermond- maar ook omdat hij in tweede huwelijk vaak Joannes Theodorus Jhew wordt genoemd. Maar Joannes in huwelijk met Maria Ryckenroy was een zoon van Dietrich Jhew, die ook wel Dederich Theodorus Jhew heet. En daarmee is zijn zoon Joannes best gekend als Joannes Theodorus Jhew.

Joannes (Theodorus) Jhew was dus een zoon van Dederich Theodorus Jhew gehuwd met Margaretha NN.  Zijn geboorte zal liggen rond 1590-1598. Van hem zijn een broer en zuster bekend: Adolphus Jhew geboren in 1692, en Trine of Catharina Jhew, geboren in 1595. Zij getuigde in 1623 bij de doop van Joanna Maria Jhew in Sittard.

 

Signatur: 2927 - AA 002 (dd. ca. 1640-1643)
Aktenzeichen: I/J 64/280
Beteiligt als (2) Kläger: Erben des Dietrich Jhew (Gew), jül.-berg. Landrentmeisters, (Kl.)
Beteiligt als (3) Beklagter: Johann Wilhelm von Knippenberg zu Köln als Erbe des Wessel von Knippenberg (Knippenberg), jül.-berg. Küchenmeisters, (Bekl.)
Beteiligt als (4) Prokuratoren (Kl.): Dr. Eylinck (1640)
Sachverhalt des Falls:Streitgegenstand: Schuldforderungsklage der Appellanten auf Zahlung von 1000 Rtlr. nebst Zinsen. Die Appellanten haben Güter des Appellaten zu Neuss beschlagnahmen lassen und sollten gemäß dem Urteil der 1. Instanz vom 23. April 1633, das die 2. Instanz am 15. Jan. 1638 bestätigte, alles, was den Wert von 1000 Rtlr. übersteigt, wieder herausgeben.
Prozessart: (5) Prozeßart: Appellationis
Instanz: (6) Instanzen: 1. Kurfürstl. Hohes Weltliches Gericht (Greve und Schöffen) zu Neuss 1627 - 1633 - 2. Kurköln. Hofgerichtskommissare zu Köln 1633 - 1638 - 3. RKG 1640 - 1643 (1611 - 1643)
Folgende Beweismittel wurden vorgelegt:
(7) Beweismittel: Urkunde des Markgrafen Ernst von Brandenburg von 1611 anläßlich der Dienstentlassung des Wessel von Knippenberg (33f). Anweisung des Markgrafen Ernst von Brandenburg an den Landrentmeister Dietrich Jhew von 1612, dem Wessel von Knippenberg ein Gnadengeld von 1500 Rtlr. von einem erwarteten Eingang von 4000 Rtlr. auszuzahlen (34-36).
Beschreibung: (8) Beschreibung: 5,5 cm, 255 Bl., lose; Q 1 - 3, 4* - 6* und 8, 1 Beilage.

 

Rijckenroy

Maria Rijckenroy trouwde rond 1630-1635 met Joannes Theodorus Jhew. Haar naam wordt op vele manieren geschreven: Rijckenroy, Rijckenraedt, Rickenrath, Rickrad, Ricqenroy, Rijckelroy, soms ook met het tussenvoegsel 'van' erbij. Zij werd geboren in 1608 in Roermond, als dochter van Joannes Rijckenroy en Joanna NN. Uit dat huwelijk werden zeker 9 kinderen geboren, de eerst bekende in 1594 was ook een Maria, de laatste in 1613 was Rumoldus. Zij bleven lang niet allemaal in leven. Van ééntje is de doopdatum niet bekend, maar hij hoort zeker in het rijtje thuis, Werner Rijckenroy, die omstreeks 1620 trouwde met Judith Wyckx. Margarteha Rijckenroy was een iets oudere zuster van Maria. Zij werd geboren in 1600, en trouwde vermoedelijk rond 1628 met Helias Baseleer.

Joannes Rijckenroy was stadsschrijver te Roermond, tusschen de jaren 1604 en 1634. Na voor dezen post bedankt te hebben, bleef hij het ambt van secretaris der landsvergadering bekleden. Hij schreef een Kroniek der stad Roermond van 1562-1685, uitgegeven in de Publications de la Sociétê historique et archéologique dans le Duché du Limbourg.

13 november 1608.
Daar Mathijs van Lom door sijnen aengevangenen huwelijck tot Coln het Secretaris ambt niet langer kan vaceren, is in dien plaats aangesteld Johan van Rijckenroy. Uit: Het verdrachtsboek der stad Roermond, 1574-1656, A.F. van Beurden, blz. 153.

Mr. Johan van Rijckenroy wordt genoemd in het burgerboek van Roermond op 27 september 1599.