de Cock van Weerdenberg
(discussiestuk)

 

                               

Zegel uit 1375 van Gerard van Weerdenburg

Agnes de Cock van Weerdenberg trouwde omstreeks 1380 met Willem, Heer van Broeckhuysen. In 1409 is er een regest, waaruit blijkt dat beiden dan nog in leven zijn, en het stuk geeft direct ook enige genealogische informatie:

1409 September 11 [des Woensdages na onser Vrouwendach Nativitas]
Willem, heer tot Broechusen. en Agnese. vrouwe tot Broechusen en Werdenberch, erkennen door heer Hubrecht, heer van Culenborch etc., voldaan te zijn van hetgeen hun moeder Henric van Culenborch, vrouwe van Weerdenberch, aanbestorven was van haar broeder heer Jan, heer van Culenborch etc.

Over deze zelfde zaak zijn al eerder wat regesten bekend:

Stukken betreffende de boedelscheiding tusschen Gerrit, heer van Culemborg, en zijn zusters aangaande de nalatenschap van hun broeder Johan, heer van Culemborg, 1378, 1381

1390 Februari 27
Geryt, heer van Culenborch en van der Lecke, verklaart, dat zijn zusters de vrouwe van Montfoorde, wijlen de vrouwe van den Vlyet, de vrouwe van Miinden en de vrouwe van Weerdenberch met hemzelf erfgenamen zijn van hun broeder heer Johan.

Agnes de Cock van Weerdenberg was dus een dochter van Henrica van Culemborg, zuster van Gerrit heer van Culemborg en van der Lecke, die zijn oudere broer Johan, heer van Culemborg, was opgevolgd na diens dood omstreeks 1377. Henrica van Culemborg was getrouwd met Gerard de Cock, de 5de heer van Weerdenberg, uit welk huwelijk omstreeks 1360 Agnes de Cock van Weerdenberg zal zijn geboren.

Gezien de bekende beleningsreeks van Weerdenberg lijkt het erop, dat Agnes enig kind was. En Gerard de Cock van Weerdenberg stelt ook in 1397 duidelijk, dat hij zijn kleinzoon Johan van Broeckhuysen tot zijn erfgenaam maakt van Weerdenberg, via zijn dochter Agnes. Gerard de Cock van Weerdenberg is kort daarop overleden.


Daarmee hebben we dus voorlopig gekregen:


                                    Hubert heer van Culemborg X Jutta van der Lecke
                                                        |..................................................|
Gerard de Cock      X (ca. 1355)  Henrica van Culemborg         Johan (+1377), Gerard, Maria, Jutte, Mechteld van Culemborg
van Weerdenberg                       
(1335- ca. 1400)
        |
Agnes de Cock van Weerdenberg X (ca. 1380) Willem, Heer van Broeckhuysen
( 1360- na 1415)                                                    (+ ca. 1415)

Hierboven geef ik het slot van een acte uit 1371, waarin getuigen worden genoemd, en waarin we vermeld zien ridder Gerard de Cock, heer van Weerdenberg. In 1371 was hij dus ridder, en hij trouwde waarschijnlijk rond 1360 met Henrica van Culemborg. Zijn dochter Agnes zal omstreeks 1360 zijn geboren. Daarom kunnen we rustig stellen, dat Gerard van Weerdenberg geboren is voor 1340. Hij was de opvolger van Johan de Cock, heer van Weerdenberg. Over hem lezen we in Kroniek Werken Gelre nr 5 (1904) op pagina 53 en 54:

.... ende was knecht (=knaap) anno 1337 en ridder 1340 en nam tot eenre vrouwen Agnes die weduwe was heer Berens van Hokelem , ende verkrege die momberschap over Otten hoeren soon van heren Otten her van ASPEREN in 1333.

... dese her Johan de KOC was rentmeister des lants van Gelre mit her Henric van KRYCKENBEECK, doe men screef 1355 en tymmerde tot WEERDENBURCH den grote VIERKANTE toorn int oosteinde (in 1388 de eerste RONDE toren met de sale) mit der ringmueren ende dat voerborcht.

... verwierf recht op het gemael tot HIER en YNEN waarop controle door de amptman van Tielreweert in acte van de hertog Reynalt de vette van Gelre 1356 en op dezelfde dag ook Eduard hertoge van Gelre waarbij getuigen: Io. de STRATE, Io. de Mirlaer et Otto de Bueren

 

Johan de Cock van Weerdenberg trouwde tussen 1333-1340 met Agnes, weduwe van Herbaren van Heukelem. Dat wordt gestaafd doordat Johan de Cock het momberschap neemt over Herbaren's zoon Otto, die we later kennen onder zijn naam Otto, heer van Acqoy. In Gens Nstra 1991 pag. 632 staat het aldus:

vermeld als minderjarig onder voogdij van zijn oom Otto heer van Asperen (1333), daarna van zijn stiefvader (Johan de Coc van Waardenburg) met wie hij wordt vermeld in 1340 en 1343. Zegelt (1336), ridder (1353) en beleend dan met l.te Beesd, door zijn neef Otto heer van Arkel met korentiende te Borchmalsen en koppeltiende te Buurmalsen (1363).

Het gebruik van de term stiefvader in bovenstaand citaat is weer eens verwarrend, want onduidelijk is het, of dit een interpretatie is, dan wel gebaseerd op een bewijsstuk, waarin die relatie wordt genoemd. Meestal blijken dit soort citaten te berusten op een interpretatie die ooit eens door iemand is gedaan, en daarna een eigen leven ging leiden. Over Agnes is niet veel bekend. Zij wordt soms een van Mirlaer genoemd, maar dat wordt niet door feitelijk materiaal ondersteund en het lijkt mij niet erg waarschijnlijk. Bekijken we de namen van haar kinderen dan zit daar geen Jacob bij, toch zo ongeveer de belangrijkste voornaam bij een aantal opvolgende generaties van Mirlaer. Haar eerste kind met Johan de Cock van Weerdenberg heet Gerard, vernoemd naar zijn grootvader aan vaderskant, de tweede zoon heet Sweder, de derde Roelof en de vierde Alard. De tweede zoon zou dus vernoemd kunnen zijn naar zijn maternele grootvader, maar dan is ook de suggestie Mirlaer dubieus, omdat die voornaam mij in die tijd niet bekend is bij de Mirlaer's.

N.B. Van Herbaren van Heukelem zou nog een tweede zoon hebben; zijn naam was Laurens, maar hij was een bastaardzoon van Herbaren, en zijn moeder was dus een andere dan Agnes.

Voor de namen van de kinderen van Johan de Cock van Weerdenberg en Agnes baseer ik me op de genealogische tabel uit het huisarchief Weerdenberg

 

Waarschijnlijk de laatste acte waarin Johan de Cock van Weerdenberg wordt genoemd, is bij de landsvrede van 25 januari 1359, waarin een verbond wordt gesloten tussen de Heren, Ridders, Knapen en Steden der Landen van Gelre en Kleve. Het is wel aardig om het hele lijstje te geven van alle genoemden:

Reynout Hertog van Ghelre Graaf van Zutphen en zijn broer Edward,
Johan graaf van Cleve,
Didderic van Hoerne here van Perweys,
Willem here van Bronckhorst,
Willem here van den Berghe,
Conrart here van der Dick,
Johan van Moerse,
Vrederic van den Berghe,
Sweder here van Voerst,
Arnt van Erkel,
Arnt van Herlaer here van Amersoyen,
Didderic van Lyenden,
Jacop here van Myerlaer,
Willem van Broechusen here van Wickerade,
Johan here van Broechusen,
Johan van Myerlaer,
Arnt here van Wachtendonc,
Mathijs van Kessel,
Johan die Koc here van Werdenbergh,
Henric van Criekenbeke,
Sander van Vossem,
Willem van Baerle,
Johan ende Henric van der Straten,
Alart van Dryele,
Johan van Benthem,
Didderic van Apelteren die jonge,
Otte van Buren daude,
Johan van Wye,
Willem van Ysendoren,
Borre van Dornic van Hymmen,
Johan van Homoet,
Henric van Bryenen,
Didderic van Bylant,
Stheven van Bymmen,
Jacop van Ambe,
Henric die Koc,
Hertberen van Putten,
Didderic van Keppel,
Didderic here van Wyssche,
Stheven van Oy,
Gerart van Herlaer van Poderoyen,
Everwijn van Gaterswijc,
Boue van Vrimerssem,
Roland Hagedorne,
Johan van Ossenbroeke,
Evert van Wisschel,
Didderic van Hessen,
Johan van Lynne,
riddere,

Didderic greve van Moerse,
Didderic van Bronckhorst here van Batenborgh,
Gerart van Leyenbergh,
Segher van Groesbeke,
Otto van Bylant van Loenen,
Willem van Drueten Arnts sone,
Evert uten Weerde,
Johan van der Ese,
Didderic van der Kemenaden,
Seyne van Durrite,
Gerart van Hackevoerde,
Stheven van Wissche,
Otte van Buren,
Evert van Sculenborch,
Rutgher van den Boetslaer,
Didderic van Eyle,
Johan van Monemente,
Henric van Aerde,
Henric van Vrimerssem,
Henric van Struncke,
Godert van Honepel,
Sander van den Boetslaer,
Didderic van Hulhusen,
Johan van Strowic,
Stheven van den Dunen,
knapen.



Johan de Coc, de 4de heer van Weerdenberg staat in deze acte uit jan. 1359 nog genoemd, maar na 1360 zien we hem niet meer, terwijl in 1368 blijkt dat hij is opgevolgd door Gerard de Coc als heer van Weerdenberg. Johan de Cock, heer van Weerdenberg trouwde dus tussen 1333-1340 met Agnes, en zij kregen als kinderen: Gerard, Sweder, Rolof, Alard, Johan en Joanna, die geboren zullen zijn tussen 1335 en 1350. Het is niet geheel duidelijk, wanneer Johan de Cock voor het eerst optrad als heer van Weerdenberg, maar dat zal vermoedelijk geweest zijn rond 1330. Zijn voorganger zou zijn geweest Gerard de Cock, die bekend staat als de derde heer van Weerdenberg, en die -volgens Nijhoff- zou zijn gestorven op 6 januari 1339.

Bij de stukken die Nijhoff geeft in verband met het huwelijk van Hertog Reynald II van Gelre met Eleanora in 1331 komen een stel de Cock's voor:



We zien Ricold de Cock, miles, Johan de Cock, miles, Johan de Werdenberk, famulus, Gisbert de Cock, famulus, Willem van Isendoren, famulus, Daniel de Cock, famulus, en Gerard Koc van Bruechem, famulus, maar nergens zien we een heer van Weerdenberg optreden.

Dat heeft ongetwijfeld te maken met een kwestie die eerder gespeeld heeft n.l. het conflict tussen Reynald I, graaf van Gelre en zijn zoon Reynald II, in de periode rond 1318. Tijdens dat conflict had Reynald II van Gelre in de Bommelerwaard de steun van onder meer Johan de Cock, ridder, Gerard van Weerdenburg en Staes van Brakel. In Berkelbach en Nijhoff vinden we een aantal stukken, die op dat conflict betrekking hebben.

 













 




Alois van Doornmalen schrijft in het december nummer van 2001 in 'Tussen Voorn en Loevestein' een interessant artikel over de roeringen in de Bommelerwaard, en verwijst daarin naar de schadevergoeding die deze drie, en ook de edelen Walraven van Benthem en Jan van Noordeloos moeten betalen. Ik ga verder niet teveel in op de historische kant, omdat dat buiten mijn blikveld valt. Maar op grond van de stukken in die periode speelden er in elk geval twee zaken (maar er lijkt wel meer te spelen). Enerzijds het conflict tussen Reynald I en II, vader en zoon, waarin Reynald II uiteindelijk aan het langste eind trekt, en de uitvoerende macht krijgt in Gelre. Zijn vader krijgt daarvoor een schadevergoeding in de vorm van een jaarlijkse toelage, maar zal zich niet meer met staatszaken bemoeien. Daarnaast is er kennelijk nog een strijd tussen de bisschop van Utrecht en lokale 'machthebbers', die op de golven van dit vader-zoon drama, hun onderlinge strijd uitvoeren. Daarboven op spelen ook nog globalere machtsverhoudingen tussen de Hertog van Brabant, de graaf van Holland en de graaf van Gelre een rol, die juist in dit gebied Bommelerwaard allemaal hun invloed hebben. Wat dat betreft geeft onderstaande uitspraak enig inzicht in de onderlinge verhoudingen.




Met name die schadevergoedingen zijn dermate hoog, en dienen op zo korte termijn voldaan te worden, dat het hen in grote problemen brengt:

Mieris 1754, 243-244 (17 september 1320):
'Wy Willem, grave van Henegou, van Hollant enzovoort ontbieden U, Jan van Bergen onsen baiillu van Zuythollant, dat ghy Reynout van Gelre overlevert 't huys te Weerdenburg, 't huys te Zoulen ende 't huys te Niewerlede, over de borgtogte die wy ende onse borgen hem gedaen hebben voor Walraven van Benthem, Jan van der Noordeloos, Gysbrecht van Waerdenburgh ende voor heur helpen. Ende soo wat ghy hiertoe doet, die sullen wy in gewaert houden. Gegeven tot Dordregt op Sint Lambregtsdagh in 'tjaer Ons Heeren duysent driehonden en twintig.'

Betalingsproblemen zullen geleid hebben tot deze confiscering van de huizen Weerdenberg, Zoelen en Nieuwerlede. Het valt natuurlijk op dat er in dit stuk gesproken wordt over Gijsbrecht van Weerdenberg! Enkele jaren later is er het volgende regest:

Verder onderzoek hiernaar zal meer duidelijkheid moeten verschaffen, maar het heeft er alle schijn van, dat Gerard van Weerdenberg kort na 1320 is overleden (De opmerking van Nijhoff, dat hij gestorven is op 6 juni 1339 is ook niet nader gedocumenteerd door hem).

N.B. Zuiderent noemt hem nog in 1320.

Bert Blommers noemde nog een aantal latere vermeldingen van Gerard van Weerdenburg in bericht 9000 van het KdG-forum:

Cart. Abdij Marienweerd, no's :
- 157: 1315 april 14: Gerard van Weerdenberg zegelt voor Alard en Otto van Buren
- 173: 1316 juli 13: Jan van Arkel geeft anderhalf morgen te Enspijk 'die
Gheraerd van Werdenberch van mi plach te houden te lene" aan de abdij
- 217: 1321 okt. 22: borgen voor Hendrik van Wijk: Gerardus de Werdenberch,
Rodolphus et Henricus dicti Coc - fratres (broeders)
- 242: 1324 maart 29: Gerardus de Werdenberch verkoopt tien morgen in het
gerecht Hier aan Willem Hacco's zoon van Tuyl
- 307: 1328 april 18: Gijsbert Hacco's zoon van Tuyl verkoopt land, belend door
de erfgenamen van Gerard van Weerdenburg (heredes Gerardi de de Werdenberch)

Gerard de Cock van Weerdenburg:
Vermeld sedert 1313, knape 1314, heer van Weerdenberch 1317, heer van Puiflik, dienstman van Gelre 1318, beleend met 20 morgen in Gameren, eigenaar van goederen in Waardenburg (o.m. de Vaudacker), op 22.01.1320 veroordeeld tot het betalen van boetes en zoengelden na een conflict tussen Reinoud van Gelre enerzijds en Walraven van Benthem, Jan van Noordeloos, Gerrit van Weerdenberch en Stasekin van Brakel anderzijds, vermeld in 1321, 1324 en is dood in 1328.



In bovenstaand stuk wordt ook Ricoud Kok genoemd, die schadeloos wordt gesteld door graaf Reynald van Gelre, omdat deze zich borg had gesteld voor de vergoeding die 'de kinderen van Weerdenberg' moeten betalen aan Gooswijn van Rossum. Deze zelfde Ricoud Kok komen we ook al tegen in 1318, en daar wordt hij Gijsbrechts zoon genoemd:

 

 

 

Samenvattend:

In de periode 1316-1319 is er het conflict tussen Reynald II van Gelre en zijn vader Reynald I. De zoon is het oneens met het beleid van zijn vader, en rebelleert. Daarin zoekt en krijgt hij steun van enkele helpers, zoals Jan de Cock, ridder, Gerard van Weerdenburg en Staes van Brakel. Uiteindelijk ontaardt dit conflict in strijd, waarin gewonden en doden vallen. De verliezers moeten -volgens de gangbare gebruiken- opdraaien voor de vergoedingen aan de slachtoffers (ook als die aan eigen zijde zaten).

Deze boetebepalingen lagen best hoog, en het leidde tot betalingsproblemen (Alois van Doornmalen, uit wiens artikel ik dit haal, spreekt zelfs over 'bankroet'). In 1320 geeft daarom Willem, graaf van Holland opdracht om de huizen Weerdenberg, Zoelen en Niewerlee over te dragen aan Reynald van Gelre, in verband met de borgstelling, die graaf Willem van Holland had gedaan. En in dat stuk dus wordt gesproken over Gijsbrecht van Weerdenburg:

Mieris 1754, 243-244 (17 september 1320):
'Wy Willem, grave van Henegou, van Hollant enzovoort ontbieden U, Jan van Bergen onsen baiillu van Zuythollant, dat ghy Reynout van Gelre overlevert 't huys te Weerdenburg, 't huys te Zoulen ende 't huys te Niewerlede, over de borgtogte die wy ende onse borgen hem gedaen hebben voor Walraven van Benthem, Jan van der Noordeloos, Gysbrecht van Waerdenburgh ende voor heur helpen. Ende soo wat ghy hiertoe doet, die sullen wy in gewaert houden. Gegeven tot Dordregt op Sint Lambregtsdagh in 'tjaer Ons Heeren duysent driehonden en twintig.'

Dit was een nasleep van het eerdere conflict tussen Reynald I en Reynald II, dat uiteindelijk overging in een conflict tussen Jan van Arkel met zijn Bommelse buren, Walraven van Benthem, Jan van Noordeloos en Gerard van Weerdenberg (dat was dus wél Gerard!!).

Zoals ik schreef, is het dan stil rond Weerdenberg, en bijvoorbeeld bij het huwelijk van Reynald II met Eleanora in 1331, wordt in de stukken ook helemaal geen Gerard van Weerdenberg aangetroffen, toch Reynald's helper in 1317. Bij dat huwelijk staat helemaal geen enkele Heer van Weerdenberg genoemd, en dat zal te maken hebben met het feit, dat het Huis Weerdenberg geconfisceerd is door Reynald II, zoals hiervoor is genoemd. Er bestond dus geen heer van Weerdenberg als zodanig.

In 1327 vinden we dan nog een boeiend regest, waarin Reynald van Gelre belooft om Nicolaes van Malsen en Ricold de Cock schadeloos te stellen, omdat zij aangenomen hadden (op zich genomen hadden) om aan Goswijn van Rossum een zeker bedrag te zullen betalen in twee termijnen op Pasen 1328 en Pasen 1329. En dat was 'ter oorzake der kinderen van Werdenberg'....

Oftwel, de kinderen van Werdenberg hadden nog steeds betalingsproblemen vanwege eerder gemelde boetebepalingen, en waren nog steeds niet hersteld in hun rechten op Weerdenberg. Maar er is nog iets anders uit te lezen, want er wordt gezegd: de kinderen van Weerdenberg....!

Dat doet veronderstellen, dat hun vader op dat moment al niet meer 'voorhanden' was, zo schijnt het mij tenminste toe.
En dat klopt ook met het volstrekt ontbreken van vermeldingen na pakweg 1324.

Blijkbaar is in september 1320 Gijsbrecht van Weerdenberg, die ik hou voor een broer van Gerard van Weerdenberg, dan optredend familiehoofd, en stelt in 1327 Gijsbrechts zoon Ricolt de Cock zich garant voor de dan nog steeds onmondige nakomelingen van Gerard van Weerdenberg.

Pas in 1331 zien we dan de vermelding van Johan de Werdenberk, famulus, in één van de stukken rond het huwelijk van Reynald II met Eleanora. Dat is denkelijk Johan van Weerdenberg, de zoon van Gerard, die dan volwassen is, en dus geboren zal zijn rond 1310-1315, en dan inderdaad in 1320 flink onmondig.

Gerard de Cock, de derde 'heer' van Weerdenberg

Als we de oudste verhandelingen bekijken, die er gemaakt zijn over de familie de Cock in de Bommelerwaard, dan komen we o.a. ook terecht bij Steven van Rhemen, die omstreeks 1700 zijn onderzoekingen op papier zette. En dan blijkt dat we zijn opvattingen vrijwel volledig identiek terug zien bij Nijhoff en andere onderzoekers uit de 19de eeuw. En die gegevens worden nu nog steeds op vrijwel dezelfde manier weergegeven.

Zo geeft van Rhemen als sterfjaar voor Gerard de Cock, 3de heer van Weerdenburg, op 'ille obiit 1339'. Via Arnold Zuiderent kreeg ik de bron daarvoor door. Dat berust op een vermelding in het Necrologium St. Servaas, blijkbaar opgetekend door Greidanus.

„januari „VIII Id. Gherardus de Werdenberch“ (Necrologium St. Servaas)

Nu ken ik dat Necrologium niet, zodat ik niet kan beoordelen, hoe de structuur ervan is. Staan de gegevens op volgorde van sterfjaar gerangschikt, of staan ze 'door elkaar heen', zoals bijvoorbeeld in het Necrologium St. Catharinadal in Breda, waar de gegevens per kalendermaand staan genoteerd, zonder soms informatie geven over het sterfjaar, zoals bijvoorbeeld in onderstaand voorbeeld:

20D (september)
[NC621] Commemoratio domicellae Walburgis Masschereels uxoris de Bocholt, quae legavit nobis aliquos Fl.

A. Cath. Man. 7 (Rekening priorin 1528-1529) fol. 124v. In dat jaar woonde een jonkvrouw Walborch Massereels op het klooster, want de priorin ontving 14 R.g. voor haar levensonderhoud.

Wat betreft de datum van het overlijden van Gherardus de Werdenberch: er staat januari VIII Id. en dat is omgezet naar de moderne weergave inderdaad 6 januari (http://www.mindspring.com/~mccarthys/dennis/roman.htm).

Maar wat was het jaartal? Volgens Greidanus was dat kennelijk 1339, zoals ook van Rhemen noemt, maar onlangs geeft Groenendijk in een artikel als sterfdatum 5 januari 1334. Drukfout? Andere bron?

In elk geval schrijft iedereen elkaar na: Gerard de Cock van Weerdenberg, + 6 jan. 1339. Maar ik vond dus geen enkel stuk na 1324, waarin hij
voorkomt, en waaruit blijkt dat hij nog leeft. Integendeel: er is een stuk uit 1327, dat althans de suggestie wekt, dat hij overleden is. Bovendien gaan van Rhemen en anderen uit van gegevens, die in elk geval nu niet voor handen zijn, of ze fantaseren....

Van Rhemen geeft bijvoorbeeld deze kinderen van Rodolf de Cock, 2de heer van Weerdenberg:

Uit eerste huwelijk:

1.Gerard de Cock van Weerdenberg, heer van Puyflick
2.Gijsbert de Cock, gegoed te Gameren en Nieuwaal, gehuwd met een dochter van Jan de Voogd van Tuyl,

uit een huwelijk met Margaretha van Batenburg, dochter van Gerard:

3.Gerard de Cock van Batenburg,
4.Willem de Cock,
5.Bela van Lienden,
6.Rudolf de Cock van Batenburg, gegoed te Vueren,
7.Henric de Cock van Batenburg, gegoed te Vueren,
8.Jutte de Cock, gehuwd met Dirk de Roy.

Kijken we dan wat Nijhoff schrijft in zijn Gedenkwaardigheden I:

Zijne eerste vrouw wordt niet genoemd, maar bij dezelve had hij twee zonen:

1, Gerard de Koc tot Weerdenberg, van wien straks nader, en
2. Gijsbert de Koc, die gegoed was te Nieuwaal en Gameren, en ten huwelijk had eene dochter van Johan de Voogd van Tuil, bij welke hij eene zoon verwekte, die genoemd wordt Rolof de Koc van Werdenberch aen den Hovel.

- Rodolfs tweede vrouw was Margaretha van Batenburg, overleden in 1299, nadat zij hem gebaard had:

1. Gerard de Kok van Batenburg, die in eenen brief van 1318, van welken hierna no.181 de korte inhoud volgt, heer van Puiflik genoemd wordt.
2. Willem de Kok, ridder, tot IJsendoren, over wien men vergel. Bondam, t.a.pl. bl. 663 aant. (c), van Spaen, Inl. deel III, bl. 431, en den zoo even aangehaalden brief van 1318.
3. Bela van Lienden, zonder nakomelingschap overleden
4. Rudolf de Kok van Batenburg; even als
5. Henrik de Kok, gegoed onder Buren, en
6. Jutta, gehuwd met Dirk van Roy of van Rode.

Het is vrijwel identiek aan wat van Rhemen al in 1700 neerpende. Wonderbaarlijk en het zal allemaal wel ergens op gebaseerd zijn, maar waarop dan?

Ik ken geen stuk, waarin Rodolf de Cock van Weerdenberg wordt genoemd met zijn vrouw Margaretha van Batenburg, en ook Groesbeek kent dat blijkbaar niet (NL 1943 pag. 268):

Groesbeek schrijft dit als reactie op een stuk van dhr. Merckens in Ned. Leeuw 1943 pag. 226 e.v. (met name pag. 245-246, tabel).

Òf er is door van Rhemen en zijn voorgangers geput uit nu niet meer bekende bronnen, òf er is sprake van een veronderstelling, die een eigen leven is gaan leiden. Mij gaat het er vooral om, om juist dit soort dingen uit te melken, zo goed als ik dat kan (en met al mijn beperkingen), op basis van feitelijkheden. En ik ben in de periode 1300 tot 1330 bijvoorbeeld geen 1ste en 2de Gerard de Cock tegen gekomen, die ik kon onderscheiden als van Weerdenberg dan wel van Batenburg.

Ook vond ik geen huwelijken van Henric de Cock van Weerdenberg met een dochter van Langlee(Langlaer) en met Elisabeth van Rossum, dochter van Gerard, uit welk huwelijken ook nog eens 10 kinderen de Cock zijn voortgekomen, ongeveer in dezelfde periode als de kinderen van Rodolf de Cock (want deze Henric de Cock van Weerdenberg was waarschijnlijk een jongere broer van Rodolf de Cock van Weerdenberg):

Ex. matr. 1

1. Rudolf de Cock, verm. 1318
2. Johan de Cock, H. tot Weerdenberg
3. Aleyda, huwt met Gijsbert van Malsen
4. Andries de Cock, monachus =monnik

Ex matr. 2

5. Willem de Cock, insanus =geestesziek
6. Gerrit de Cock tot Bruechem, ridder, verm. 1318
7. Jonker Johan de Cock van Opijnen, nat. 13...
8. Goossen de Cock
9. Catharina huwt met Bartolt van Eest
10. Aleyda, monialis
(Bron: Steven van Rhemen ca. 1700)

Er zal wel enige grond van waarheid in al deze gegevens zitten, maar waarop berust dit alles?

Gerard de Cock van Weerdenberg was dus vermoedelijk de 3de heer van Weerdenberg, en vermoedelijk de vader van Johan de Cock de 4de heer van Weerdenberg, maar dat is allerminst aangetoond of makkelijk aantoonbaar. Zoals gezegd wordt hij tamelijk frekwentgenoemd in 1310-1320:


In deze acte uit 1310, waarin Johan van Hemert zijn burcht te Hemert opdraagt aan Reynald I van Gelre, noemt hij als zijn vrienden en magen Gerard van Loen, heer van Herlaer, ridder, en Gerard van Weerdenberg, die omgekeerd Johan van Hemert hun neef noemen. Over Gerard van Loen heer van Herlaer valt te melden, dat hij getrouwd was met Aleyd van Herlaer, en zich daarom van Herlaer ging noemen. In het wapen 'van Hemert' dat later door dit geslacht gebruikt werd zien we ook het wapen van de Cock verwerkt.

.... komen in de bronnen voor: Ghizelbertus dictus Cocus en Giselberti Coci milites de Hemerte.
De eerste keer wordt Gijsbert vermeld op 28 februari 1258 in een oorkonde van paus Alexander IV over een conflict tussen de scholaster van Xanten en de proost en het Convent van Mariënschoot te Zennewijnen en de tweede keer op 24 juni 1274 als getuige voor Jan van Heusden.

(Bron: Groenendijk, Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe, 2002, nr.1 blz. 17, Hoofdbron: EJ. Harenberg, Oorkondenboek van Gelre en Zutphen tot 1326, 's-Gravenhage 1980, blz. 1258-02-28 en L.Ph.C. van den Bergh, Oorkondenboek van Holland en Zeeland, Amsterdam/'s-Gravenhage 1866/1873, inv. nr. 111 en supplement nr. 174).

Die vermelding 'neef' heeft dus wellicht te maken met bovenstaande vermelding uit 1274, waarin gesproken wordt over Gijsbrecht Cocus de Hemert.
We mogen er wellicht van uitgaan, dat Johan van Hemert uit 1310 zijn zoon was.

Als dan ook Gerard van Weerdenberg in deze acte van 1310, de zoon was van Rodolf de Cock van Weerdenberg, dan hebben we in 1274 waarschijnlijk te maken met de twee broers Rodolf en Gijsbrecht de Cock, de ene heer van Hier, Nerijnen en Opijnen, en de ander heer van Hemert. Hun zonen kunnen Gerard (hoewel die misschien kleinzoon was) en Johan van Hemert hebben dan een verwantschap die in die tijd makkelijk als neven gekenschetst werden.

De conclusies van Groenendijk, op grond van de vermelding uit 1258, dat Gijselbertus Cocus wellicht de stamvader was van De Cock en van Hemert kan ik dus niet zomaar onderschrijven. Er bestaat immers een vermelding uit 1273 (*) waarin gesproken wordt over Rodolf de Cock van Weerdenberg, die dan de sael en de ronde toren van Weerdenberg heeft laten bouwen, en hij wordt dan genoemd Rodolf de Cock, heer Rodolfs zoon, heer van Weerdenberg. Het gaat daarbij dus om Rodolf de Cock, 2de heer van Weerdenberg. Het is nog niet volstrekt duidelijk, wanneer hij zijn vader opvolgde in de bezittingen, maar in elk geval is dat geweest voor 1273 (en op grond van deze gegevens over Gijsbert Coc van Hemert zou je dus kunnen concluderen, dat Rodolf II de Cock al in 1274 optrad als opvolger van zijn vader).

(*) Nijhoff noemt zowel het jaartal 1273 en 1283, maar zegt erbij dat Bondam een fout heeft gemaakt, door uit te gaan van 1273. Volgens Nijhoff dient dit jaartal 1283 te zijn, maar hij geeft niet aan waarom dat zou zijn. In elk geval wordt er in 1281 al gesproken van Rodolf van Weerdenberg, terwijl het goed gelegen was te Hiern. Pas sinds de bouw van het slot Weerdenberg is gestart, lijkt mij de naam Rodolf van Weerdenberg aannamelijk te zijn, zodat ik aanneem, dat 1273 het juiste jaartal zal zijn.

Rudolf de Cock, tweede heer van Weerdenberg

We hebben dus in de periode 1310-1320 Gerard en Gijsbert van Weerdenberg, vermoedelijk broers, zonen van Rodolf de Cock, de tweede heer van Weerdenberg, van wie we misschien nog in 1306 een vermelding tegenkomen, als hij optreedt als scheidsman.

Van Rodolf de Cock van Weerdenberg zijn een aantal vermeldingen bekend. Allereerst wordt hij genoemd in 1265 met zijn vader Rodolf, en zijn broers Henric, Gijsbert en Willem. Daarna zien we hem vermeld in (1273), 1280, 1281, 1287, 1292, 1300 en 1306.

Vermoedelijk rond 1270 is hij zijn vader al opgevolgd als de tweede heer van Weerdenberg, en hij is het die in 1283 den sael en de ronde toern van Weerdenberg heeft laten bouwen. Hij wordt voor het eerst genoemd met zijn broers Henric, Gijsbert en Willem in de bekende acte van 1265. Over hun leeftijden is op dit moment weinig te zeggen, maar we kunnen een poging doen om een beetje reeële schatting te maken van hun leeftijd. Omdat zij alle 4 vermeld worden, mogen we de conclusie trekken, dat ze niet meer in de luiers zaten. Laten we ervan uitgaan, dat de jongste misschien rond de 14 jaar is. De oudste zoon zal dan makkelijk rond de 22 jaar zijn, en is daarmee dus geboren rond 1243. Zijn laatste vermelding ligt dan rond 1306, dus dan zou hij rond 65 jaar zijn geworden. Alleszins acceptabele getallen, waar misschien ook nog enige rek in zit. In het minimale geval was de jongste zoon rond de 2 jaar, en de oudste dan rond de 10 jaar, en dan zou Rodolf II geboren zijn rond 1255, en overleden zijn in zijn vijftiger jaren. Er is voor zijn geboortejaar dus een aannemelijke schatting te maken: tussen 1240 en 1250. Hij kan dan zijn vader zijn opgevolgd 1270-1273.

Er is misschien wel een gegeven, dat deze getallen enige grond geeft:

Ons Voorgeslacht 1987 pag. 782
GAMEREN
17. 20 morgen land in Gameren beneden Bommel in de Bommelerwaard te Loetkamp.
..-.- 1281: Gerard van Waardenburg vermeld, LRK 5 fo 35

Als we hier te maken hebben met de latere heer van Weerdenberg, dan werd hij dus in 1281 al beleend met land in Gameren. Op grond van dit gegeven is het moeilijk om zijn leeftijd in te schatten, maar geboren voor 1263 zal hij toch wel zijn. En als het dus de latere heer van Weerdenberg betreft, dan is een overlijden rond 1320 ook heel goed mogelijk (1339 overigens ook nog steeds). En dat betekent dan weer, dat zijn vader (en dat moet dan Rodolf II van Weerdenberg zijn) geboren zal zijn voor 1245 (uitgaand van een geslachtsrijpe leeftijd van 18 jaar).

Op grond van deze veronderstellingen zou je dus kunnen uitkomen op:

        Rodolf de Cock, 1ste heer van Hemert, Hiern, Opijnen, Nerijnen. (+ ca. 1280)
            |.......................................................................|
Rodolf de Cock, 2de heer (sinds 1280)             Gijsbrecht de Cock van Hemert
v Weerdenberg (1243-1306)                      (verm. 1258, 1274, + voor 1280) 
            |                                                                       |
 Gerard van Weerdenberg                                      Johan van Hemert 
        (1263-1320/39)                                                 (1260-1320)  
            |                                                                       |
 Johan de Cock van Weerdenberg                          Arnold van Hemert 

Daarmee is in elk geval ook duidelijk, waarom in 1310 Johan van Hemert en Gerard van Weerdenberg elkaar maag en neef noemen.

N.B. Het gegeven, dat Gijsbrecht de Cock voor 1280 overlijdt, komt van van Rhemen, die over hem schrijft: ille obiit ante patrem

Johan de Cock (geb. voor 1250, verm. 1269, 1274, 1277, 1281)

Een andere telg uit het geslacht de Cock hebben we nog amper genoemd. Het is Johan de Cock, die ik voor het eerst zag vermeld in een stuk uit 1269:


We zien Johannis dictus Cocus, miles, hier als getuige optreden voor Graaf Otto van Gelre. Het betreft de koop van de hof te Diederen, maar ook de hoven in Enghusen en Vueren van de Duitse Orde in Koblenz. Voor de graaf getuigen Willem, heer van Bronckhorst, G[erard] de Batenburg, edele heren, bovendien Willem Doys, Henric van Hoemen, Johannes Buch de mere, Johan dictus Cocus en Franco van Leuven, ridders.

Deze acte is wel aardig voor wat betreft het goed Vueren, dat we later terugzien bij het geslacht de Cock, en vervolgens van Asperen. Omdat Johan dictus Cocus in dit stuk ridder is, ligt zijn geboorte vermoedelijk wel enige jaren voor 1250. Toch is hij geen zoon van Rodolf I de Cock, zo schijnt het, want die noemt in 1265 geen Johan de Cock als zoon, maar slechts zijn zonen Rodolf, Henric, Gijsbrecht en Willem.

We moeten Johan de Cock dus houden voor een broer of neef (oomzegger?) van Rodolf I de Cock (wellicht geldt datzelfde ook voor de hiervoor genoemde Gijsbertus Cocus de Hemert!). Johan de Cock wordt in 1274 genoemd in een stuk, waaruit blijkt dat hij zich ophoudt in Tiel, waar hij een huis en erf inleen houdt van de Hertog Jan van Brabant. In 1277 blijkt, dat Johan de Cock getrouwd is met Aleydt, van wie we geen achternaam kennen, en dat het wapen van Johan de Cock het bekende wapen is, gebroken als Opijnen. Bij die laatste acte uit 1281 getuigt Rodolf, heer van Weerdenberg, wat nog eens de nauwe familierelatie onderstreept.

Conclusie:

We hebben nu dus in de periode 1250-1280 vermeldingen van Rodolf de Cock, Gijsbrecht de Cock en Johan de Cock. Van hen wordt Rodolf de Cock genoemd in 1265 met 4 zoons, Rodolf, Henric, Gijsbrecht en Willem. Van die zoons (vermoedelijk geboren in de periode 1240-1260) zien we in 1292 de twee broers Rodolf en Henric samen genoemd als ridders.

In 1280 en 1281 hebben we een aantal actes van Rodolf de Cock, als heer van Weerdenberg, en we weten, dat hij in 1273 (of 1283, zie eerder), dat hij dan de eerste delen van het slot te Weerdenberg heeft gebouwd, en hij wordt dan heer Rodolfs zoon genoemd. Het gaat er dus om nu vast te stellen, of hij ook al genoemd werd in 1265 met zijn zoons, of dat hij ergens na 1265 is gestorven, en opgevolgd werd door zijn oudste zoon als heer van Weerdenberg. ergens tussen 1270 en 1273. Die oudste zoon Rodolf is in elk geval geboren voor 1255, dat staat zo ongeveer wel vast, zodat het vrijwel zeker lijkt, dat degene die de bouw van Weerdenberg is begonnen, juist deze oudste zoon Rodolf II de Cock is geweest, en het lijkt erop, dat hij geleefd heeft tot minstens 1306. Zijn opvolger is geworden Gerard de Cock van Weerdenberg. Mogelijk is hij het die voor het eerst vermeld wordt in 1281, beleend met goederen in Gameren, want in die belening wordt hij Gerard van Weerdenberg genoemd. In ieder geval wordt ook hij niet genoemd in de acte van 1265 als zoon van Rodolf de Cock. Op grond van het feit, dat hij in 1281 wordt beleend, zal hij toch ongeveer voor 1265 zijn geboren, tenzij iemand voor hem waarnam (hulder deed).

Rodolf's vader was dan Rodolf I de Cock, die dan geleefd heeft tot ongeveer 1270, of iets later, en dan geboren zal zijn voor 1220. Zijn vrouw is niet gekend, ook al circuleert er wel een naam, een dochter van Hendrik van Cuyck, maar dat is volstrekt niet aangetoond.

Daarnaast hebben we vermeldingen van Gijsbrecht Coc (de Hemert) in 1258, en met de toevoeging erbij in 1274. Het is niet goed mogelijk om uit te maken of hij een broer zal zijn geweest van Rodolf II de Cock, dan wel van Rodolf I de Cock. Op grond van de verwantschap, zoals ik die eerder noemde tussen Johan van Hemert en Gerard van Weerdenberg in 1310, zou ik ervoor kiezen om Gijsbrecht te beschouwen als een broer van Rodolf II, en hetzelfde geldt dan voor de in 1269, 1274 etc. genoemde Johan de Cock. Maar het probleem ontstaat dan, dat deze Gijsbrecht en Johan dan genoemd zouden zijn in de acte van 1265. Een Gijsbrecht wordt wel genoemd, maar een Johan niet, terwijl die ook zeker geboren is voor 1250. Bovendien is er ook nog de vermelding in 1258 van Gijsber de Cock, en dat maakt duidelijk, dat hij vast wel geboren zal zijn voor 1240. Daarmee zou hij misschien ouder zijn dan Rodolf II de Cock.

Op basis van deze overwegingen lijkt het me daarom beter, maar beslist niet overtuigend, om Rodolf I en Gijsbrecht te beschouwen als broers, geboren omstreeks 1220. De zonen van Rodolf kennen we dan uit 1265, de zoon van Gijsbrecht was dan wellicht weer een Gijsbrecht, genoemd in 1274 de Hemert, en Johan, genoemd in Tiel in 1269-1281.

Rodolf I de Cock..................................................................................Gijsbrecht I de Cock
1220-1270                                                                                         1225-1260, verm. 1258
        | .....................................|                                                   |.............................................................|
Rodolf II de Cock,             Henric                        Gijsbrecht II de Cock de Hemert                        Johan de Cock
heer v Weerdenberg         Gijsbrecht                          (1250-??),   verm. 1274                              verm. 1269-1281
  1245-1306                      Willem                                           X NN.                                       X (voor 1277) Aleyd
        |                                                                                                                    |
Gerard van Weerdenberg                                                                          Johan van Hemert
1260-1326/27                                                                                                 (1270-13??)
        |                                                                                                                   |
Jan van Weerdenberg                                                                                Arnold van Hemert
(1310-1360)
X Agnes (ca 1340)
        |
Gerard van Weerdenberg

 

Rodolf I de Cock..................................................................................Gijsbrecht I de Cock
1220-1270                                                                                         1225-1260, verm. 1258
        | .....................................|                                                   |.............................................................|
Rodolf II de Cock,             Henric                        Gijsbrecht II de Cock de Hemert                        Johan de Cock
heer v Weerdenberg         Gijsbrecht                          (1250-??),   verm. 1274                              verm. 1269-1281
1240-1280                        Willem                                           X NN.                                       X (voor 1277) Aleyd
        |.............................|.....................|                                                                  |
Rodolf III de Cock    Gerard            Gijsbrecht                                          Johan van Hemert
1255-1306                                                                                                   (1270-13??)
        |...............................................|                                                                      |
Gerard van Weerdenberg             Willem                                                   Arnold van Hemert                                                                  
1280-1339                                   Bela                                                                              
        |                                           Rudolf                                                                                       
Jan van Weerdenberg                   Henric                                                                             
(1310-1360)                                Jutta
X Agnes (ca 1340)
        |
Gerard van Weerdenberg