Van Hacfort (onder constructie !)

 

Joanna van Hackfort was de vrouw van ambtman Herman van Keppel. Zij wordt in 1409 als diens vrouw vermeld:

anno 1409 Auf Himmelfahrtsabend werden Herman van Keppele, ritter und Johanna van Hackford seine Gemahlin ad dies vitae belehnt von dem Edelen Hern Bertold van Buren, prepositi Werdinensi mit dem Hof Eluther oder Monkenhoff bei Aldenzeele mit houen und luden etc. Die houer sollen mit keinen anderen als mit des Hoffs Eluther oder Monkenhoffs leuten besetzts werden; anderen sollen kein recht daran haben.........
Bron: (Verz. Stukk. Ov. R & Gesch. 2e Afd. 2e Stuk)

Omdat ik meestal de meest gebruikte spellingsvorm aanhou uit die tijd, zal ik merendeels spreken over Hacfort.

anno 1425 Herman von Keppel, ridder, Johanna zijne huisvrouw, Jacoba, Frederik, Herman, Alheyt, en Ghert hunne kinderen verkoopen aan Stijne van de Scheven eene rente van 5 goldene Rhijnsche guldens uit goederen in Westphalen gelegen. (Bron: Oud Archief Middachten stuknr. 621)

In het huisarchief Hacfort komen we haar echter helemaal niet tegen, zodat we geen uitsluitsel hebben wie haar ouders zijn geweest. Het is daarom handig om te proberen een schatting te maken van haar geboortejaar. Uit bovenstaande stukken zien we dat zij in 1409 getrouwd was, en dat zij in 1425 nog leefde. Toch zal zij kort daarna zijn overleden, want onderzoek wees uit, dat Herman van Keppel, ridder, hertrouwd is geweest met Gostouwe Momme van Kell. Dat is in elk geval na 1425 geweest, vermoedelijk rond 1430.

Als we ervan uitgaan, dat hun oudste dochter, Jacoba, vermoedelijk rond 1430 trouwde, en dat hun 2de zoon Frederik nog in 1497 leefde, ligt het toch voor de hand, dat hun huwelijk gesloten is niet eerder dan 1405. Herman van Keppel is waarschijnlijk rond 1380 geboren, zodat het niet zo raar is om Joanna's geboortejaar rond 1385 te schatten, maar in elk geval voor 1390. Als mogelijke ouders van Joanna van Hacfort komen eigenlijk alleen Jacob van Hacfort X Aleyd van der Ese in aanmerking, maar een nauwsluitend bewijs daarvoor is er niet.

Jacob van Hacfort was de zoon van Gerrit van Hacfort, soms ook wel Gerrit van Baecke geheten van Hacfort (daarvan ken ik overigens maar één vermelding). Jacob overleed na 1424, en van hem is een stuk bekend uit 1416, waarin hij de pastoor van de kerk te Keppel belooft 60 pond terug te betalen, als die enige missen zal lezen voor hemzelf, voor zijn overleden vrouw Alide van der Eze, zijn grootmoeder Lutgart, zijn vader en moeder, Gerid en Bertrued, zijn zusters Ermgard van Buchorst en Lutgart van de Kemenade en zijn vrouw Johanna Pleechs (Ploegh ?). Met Johanna Ploegh was hij in 1405 al getrouwd, zoals te zien is in een belening:

145. STEENDEREN, VORDEN.

Jacob van Hackfort ontfinck dat goet te Swevering, dat goet te Heyginck; item dat goet te Wanningh tot eenen pondsleene, anno 1405.

Idem bekent van Johanna Ploech, sijn vrou, ontfangen te hebben ter medegaven 1000 alde schilden, daervoor hij haer gesat heeft dat goet to Sweverinck, gelegen in den kerspel van Steenre, ende dat goet to Wonnynck ende dat goet to Heyginck, beyde gelegen in den kerspel van Vorden, met al heur tobehoren, met bescheyt dat sijne erven dat altijt lossen mogen met 1000 alde schilden, anno 1406.

Idem ontflnck dat goet tot Abbinck, tot Sweverinck, tot Wonninck, tot Heydinck, tot Zuderas met water, windmeulen ende allen heuren tohehoren tot Zutphenschen rechten, anno 1424.

Gerrit van Hackvorden beleent, anno 1429.

Op grond van het stuk uit 1416 en de belening kunnen we alvast een eerste overzichtje geven:

                                                                                               Lutgard
                                                                                                   |
                                                                              Gerrit van Hacfort   X Bertrade
                                                                 |................................|.............................|
                                                              Jacob                        Ermgard                    Lutgard 
                                                      X Aleyd vd Eze               X N. van Buchorst     X N. van de Kemenade
                                                    XX Johanna Ploegh
                                                                |
                                                    Gerrit van Hacfort
                                                                      + ca. 1483

 

En we zien hieraan ook, dat Jacob van Hacfort in 1429 dood was. Door een gebrek aan gegevens blijkt het heel lastig om de gegevens van deze generaties goed te bepalen. Zoals ik al aangaf is bijvoorbeeld geen zekerheid te vinden, dat Joanna van Hacfort een dochter was uit één van deze huwelijken, maar als zij dat wél was, dan is zij geboren uit het 1ste huwelijk van Jacob van Hacfort. Over de kinderen uit de huwelijken vinden we iets terug in het 'Archief van het Huis Hackfort" in 1995 opnieuw opgesteld door FWJ van den Berg op basis van eerder werk van AP van Schilfgaarde). Daarin wordt gesteld, dat Jacob van Hacfort in zijn 1ste huwelijk met Alide van der Eze tenminste één zoon kreeg, Gerrit, en uit zijn 2de huwelijk nog eens 2 zoons, en daarnaast nog enkele dochters uit beide huwelijken.

Wat mij daaraan bevreemd, dat is dat er aan die bewering geen onderliggende stukken zijn toegevoegd, die die beweringen staven. Zo wordt -voor zover ik dat kan overzien- nergens genoemd, dat Gerrit van Hacfort uit het 1ste huwelijk komt van Jacob van Hacfort met Aleyd van der Eze. Er is zelfs enige reden om aan te nemen, dat alle zoons van Jacob van Hacfort geboren zijn uit zijn 2de huwelijk met Johanna Ploegh. Zo overleed Gerrit van Hacfort ongeveer in 1483, en dat zou betekenen, dat als hij uit het 1ste huwelijk geboren is, dat hij dan wel geboren zal zijn geweest voor 1400, en hij heeft dan een erg hoge ouderdom bereikt. Ik zeg niet, dat dit niet mogelijk was, maar ik ben altijd wel voorzichtig en argwanend bij deze hoge leeftijden, en voor mij een extra reden om te kijken of het bewijs of sterke aanwijzing, dat hij uit het 1ste huwelijk komt wel geleverd is, maar dat is er niet.

Ook het testament dat opgesteld is in 1424, dat hieronder integraal wordt weergegeven, levert zo'n bewijs niet.

19 april 1424
In alsulken voirworden hiirna beschreven heeft Jacob van Hacforden zyne kinderen, die hy noch heeft onberaeden 1), gescheiden, dat elker hebben sal na siinre doot ende, daer ziin wiiff 2) an getuchtigt of an gerechticht is, nae oere doot, by zyne maghen ende vrenden hiirna beschreven:

Item ten irsten so sal Gerrit, ziin oldtste soen, hebben dat huis toe Voirden mitter alinger heerschap van Vorden, mitter windemoele ende mitter watermoele, mit beleenden mannen, mit horigen luden ende alle erfnisse, die daertoe hoort, ende mit allen oeren toebehoer als Berent van Vorden, Jacobs oem 3) daerin bestarf, uytgeseget Tegerdinck mitten teenden, als Berent dat Jacob ende zynen erven anervede, ende daertoe alle horige luiden, die van den luiden, die toe Hacforden plegen toe hoeren, gehylickt ziin an de lude, die toe Vorden hoeren. Ende woenden enige horige lude op den Vordenschen goede, die toe Hacforden plegen toe horen, die solden Geerde hoeren.
Item so sal Gerrit hebben de helfte van den goede toe Levenstrode ende de helfte van des Joden hove mitten tienden ende waren half, de daertoe hooren, ende Gruwelstgoet alink. Item soo sal Gerrit hebben Nyenhuis, Schaeltwyk, Wamminkhorst ende den Weert, Steeverinck, Liefrinck, Maelrinck, Jolinck ende Lunsinck ende alinch de steden in den darp to Vorden.
Item soo sal Gerrit betalen al schult als Jacob schuldich is of wort an zynen sterfdach, ende all testament, erfrente, liifrente, ende daer erve voor stiet, mach hy inloesen ende dat erve sal zyne blyven ; ende zyne suster, nonne toe Kolene, jaerlix toe oeren lyve twie ende twyntich Riinsche gulden.
Item so sal Gerrit zyne twie Susteren, als Maria 4) ende Alyt 5), de noch onberaden ziin, geven elkerlyck toe oeren berade by oeren vrenden dusent Aernemsche gulden ende zal die berichten ende beraden by ziinre magen rade ende geheiten, twie van ziins vaders wegen ende twie van ziinre moeder wegen, end halden soe ende doen aen oer nootdurfte hent bie sie bericht, ende mitter medegave sullen sie vertien, als men se bericht, geliiuk oer andere beraden susteren 6) hebben gedaen. Unde starven sie beide, eer zy beraden worden, soo sollen sie erven op Gerryt ende zyne erven, ende starve oer een, eer die ander beraden weer, de solde half erven op de onberaden weer van den tween Susteren ende half op Gerride.
Item Berent, zyne jongeste suster, nonne ter Honepe, sal hebben een goet, geheiten Bruggerbarch, ende drie molder roggen des jaers toe oeren lyve ende wanneer zy doot is, so sal dat goet weder kommen an Gheride ende an synen erven.
Item so sal Jacob 7), ziin soene, hebben dat huis toe Hacforden mit beleenden mannen, de toe Hacforden horen, mitter watermolen, mitter alinger erfnisse ind meden mit holte, gelegen binnen Hacforden, als Johan ende Gerrit dat nu bouwen ende bruiken, ende den Marskamp, dat Vene ende den thienden aver alinck Hacforden, aver dat Vene ende ‘t Jodinck mitten horigen luiden, die toe Hacforden horen, uytgeseget die an de Vordensche horige luiden gehyliket ziin of die op Gerrits goeden wonen. Ende woonden enige lueden op Jacobs goeden, die toe Vorden hoerden, de solden Jacob horen.
Item alle horige luden, eggen of wastinsich, de buiten den kerspel toe Vorden wonen, de Jacob toe hoeren plegen end op oere gheens goede en wonen, sullen half Gerrits ende half Jacobs wesen, soo ween dat zy komen sint.
Item soo sal Jacob hebben half dat goet toe Levenstrode ende des Joden hove half mitten teenden ende waren half ende dat goet toe Meyerinck, Heynck ende dat goet toe
Suderas 8) met winde- ende watermoelen ende al zynen toebehoer, ende sal syner aldtster suster, nonne ter Hoenep 9), daer jaerlix uyt geven toe oeren lyve sestiin molder roggen ende see sal hebben toe oeren lyve den thiende in der Velue, ende wanneer se doot is, so sal de thiende erven op Jacob ende zynen erven.
Item so sal Jacob hebben an reyschappe dat derdendeel van allen huysrade.
Item so sal dat goet toe Ludinck blyven in der vicarie, uytgesegt holt ende akeren 10), dat sal Jacob hebben, in voirwoorden dat die priester sal ter weken doen vier of viiff missen in der kerken toe Vorden ofte te Hacvorden op het huis, als Jacob of zijne erven des begeren, in behoorlycken steden ende tyden, ende den priester sal den thins jaerlix betalen, die daeruyt giet. Ende wanneer Jacob toe der vicarien maket erflyck tsestich pont pachtgelts des jaers, so mach hy Ludinck na hem nemen ende so sal hy den thyns selven betalen. Item so sal Steven, ziin soen, hebben dat alinge goet toe Tegerdinck mitten theenden toe Tegerdinck ende dat goet toe Wonninck ende Schonevelt.
Item so sal Jacob ende Steven alle dese goeden, de oem toebescheiden ziin, te lene halden toe sulken rechten als sie staen, van Gheryde, oeren oldtsten broeder, ende synen erven in rechter broederscheidonge.
Item soo sal joncfrou Johanna, oer moeder, hebben ende beholden alle goet, daer oer medegave an beleget is of daer sie an getuchtiget ende an gerechtiget is, rustelyck ende vredelyck te gebruiken also lange als sie levet.
Item wanneer oer moeder sterft, soo sullen die goeden, daer oer tucht ende medegave an beleget is, komen op Gerrit ende synen erven, uytgeseget dat goet toe Wonninck, dat sal komen op Steven ende Heyinck op Jacob, ende alle schult, die se dan schuldich is, of testament, dat se makede, dat sal Gerrit of ziin erven betalen.
Item oere engheen sal erfenisse 11) versetten of verkopen in geenre wiis dan by rade oerer mage, vier van oers vaders wegen ende vier van oere moeder wegen.
Item weert sake, dat Gerrit voorg. aflyvich worde sonder echte buert, soo solde Jacob, ziin broeder, staen in Gerrits stat ende Steven in Jacobs ende so solde dat goet toe Tegerdinck metten tiende Jacobs wesen ende Wonninck solde Stevens blyven, ten were sake, dat Steven subdiaken were; so solde dat allene op Jacob erven.
Item weren dan Maria ende Alyt, oer suster, oere een ofte se beide, onberaeden, so solden oem Jacob ende Steven elck geven toe oeren berade toe den dusent gulden viifhondert Aernhemsche gulden. Ende weer Steven dan subdiaken, so solde Jacob dat allene betalen.
Item weert, dat Jacob aflyvich worde sonder echte beurt ende Steven engeen subdiaken en weer, so solde Steven in Jacobs stat staen ende Tegerdinck mitten teende ende Schonevelt sal dan komen op Gerrit ende Wonninck solde Steven beholden.
Item were dan der susteren enich ook onberaden, dan solde Steven elker onberaden suster geven toe den duysent gulden vierhondert Aernhemsche gulden.
Item weert sake, dat Steven aflyvich werde sonder echte buert, so solde he erven Tegerdinck mitten theende ende Schonevelt op Gerrit ende Wonninck op Jacob.
Item weert sake, dat Gerrit, Jacob ende Steven, broederen, oerer twe sterven sonder echte buert ende oere een levendich bleve, de werlyck 12) were, so solden die twe erven op den, de van den drien levendich bleve, ende weren dan zyne Susteren, een van oem twien of sie beide, onberaden, de solde dan ellick toe den duysent gulden toe volleste 13) geven toe oeren berade viifhondert gulden. Ende storven van desen broederen enich, de echte mansbuert achterliete, de mansbuerte solde staen an allen versterve in zynes vaders stat.
Item weert sake, dat Gerrit, Jacob ende Steven, gebroederen, alle drie aflyvich worden sonder echte gebeurte ende twie Susteren, als Maria ende Alyt, dan noch onberaden weren, oere een ofte se beiden, soo solden se hebben elck van oem twien twieduisent Riinsche gulden und solden dan nochtans staen mit oeren Susteren, die dan levendich weren, in deilonge toe landtrechte ende to leenrechte, beholtelyken der moeder oeres rechten, of se levendich weer.
Item weert sake, dat Jacob van Hacforden enigen punten, in desen brieve begrepen, verandersaten, verminren of vermeren wolde of in- of uytsetten wolde, dewyle dat he levet, dat mach hy doen mit enen transfixe, beneden door desen brief gesteken ende bezegelt mit zynen zegel, ende dat sal stantvastich wesen, geliick ott in desen brieve begrepen were.
Hiir hebben mit Jacob van Hacforden an ende aver gewesen joncker Johan van Asperen, heer van Voorst ende van Keppel, van Jacobs wegen heer Henrick van Middachten, ritter, Jacob van Heker, Derck van der Haep ende van oere moeder wegen heer Derck van Aernhem, ritter, Derck Ploech, Ricqwen Ploech.
Ende ick Jacob van Hacforden, wante alle dese voors. punten recht ende waer ziin ende myne kinder voors. aldus hebben gescheiden by den vrienden voorn., so heb ick des toe tuge mynen zegel an desen brief gehangen. End wy Gerrit van Hacforden, Jacob van Hacforden Jacobs sone ende Steven van Hacforden, gebroederen, want wy onsen vader ende onse mage voors. om dit voors. gescheit gebeden hebben, laven ende sekeren vast, stede ende onverbreckelyck te holden voor ons ende voor onsen erven ende hebben onse vinger op desen brief geleget ende liiflyck aver den Heyligen geswaren mit opgerechten vingeren gestavedes edes nummermeer tegens enich van desen punten, in desen brief begrepen, te doen in geener wiis, dan alle dese punten ende een ygelyck punt bysonder vast, stede ende onverbrekeliclc te holden by onsen ede ende hebben des te tuige voor ons ende onsen erven onsen zegel an desen brief gehangen ende hebben gebeden jonkeren Johan van Asperen, heer van Voorst ende van Keppel, heer Henrick van Middachten, Jacob van Heker, Derick van der Haep ende heer Derrick van Aernhem, ritter, Derck Ploech ende Ricqwen Ploech oer zegel voir ons ende onsen erven mede to enen tuge an desen brief te hangen.  Ende wy joncker Johan van Asperen, heer van Voorst ende van Keppel, heer Henrick, Jacob, Derick, heer Derick, Derick ende Ricqwen voors. hebben om beden willen Gerrits, Jacobs ende Stevens van Hacforden, gebroederen, voors. onze zegel. mede an desen brief gehangen.
Alle argelist hiirinne uytgescheiden.
Gegeven in den jare duysent vierhondert vier ende twintich, des Woensdages na Tiburcii ende Valeriani.

Naar een door H. van Swinderen, gerichtssohrijver des schoutambts van Zutphen, geauthentiseerd afschrift.

1) Volgens de genealogie van Hackfort bij van Rhemen was de oudste dochter, tevens het oudste kind, Stephana, gehuwd met Derck van Eyll. Daar zij in dit stuk niet wordt vermeld, heeft het huwelijk dus vóór 1424 plaats gehad.
2) Johanna Ploech, die zijne tweede vrouw was.
3) Dit woord beteekent hier blijkbaar grootvader, in welken zin het in het Middelnederlandsch meermalen voorkomt. Immers, Jacobs vader was gehuwd met de dochter van Bernt van Vorden (Geld. Volksalm. 1892, blz. 34; 1898, blz. 56).
4) Later gehuwd met Johan van Bellinckhave.
5) Later gehuwd met Gerrit de Rover
6) Wie deze waren behalve Stephana bovengenoemd, is - voor zoo ver ik weet - niet bekend.
7) Zijne vrouw was Stouwe (of Gostouwe) van Keppel, wier merkwaardig testament in Nijhoff’s Bijdragen (1, blz. 70) door A. P. R. C. Baron van der Borch van Verwolde is uitgegeven. Deze verzwjjgt den naam des mans, dien hij alleon met Jacob v. H . . . . . aanduidt. Zij verbiedt in dit testament haren zoon van haren echtgenoot te erven, omdat hij diens zoon niet is.
8) Dit in het kerspel Vorden gelegene goed (Leenreg. Zutphen, blz. 369) moet niet verward worden met het meer bekende Suderas onder Vierakker (kerspel Warnsveld).
9) Tenzij er twee zusters in het klooster ter Hunnepe waren, is dit eene verschriving voor jongste. Zie hierboven.
10) De eikels, waarmede varkens gemest werden.
11) Vast goed.
12) Wereldlijk, d.i. niet priester.
13) Steun.

Bron: NL 1922 pag. 188 e.v.. (NB. De voetnoten zijn door mij achteraan gezet en doorgenummerd)

Uit dit stuk blijken een aantal nauwe verwanten. Allereerst noemt de erflater als eerste Gerrit, zijn oudste zoon, die het goed Vorden ontvangt, een zuster van Gerrit, non in Keulen, twee onberaden zusters, Maria en Aleyd, Gerrit's oom Bernd van Vorden, Berent, zijn (de erflater's) zuster, non in ter Hunnepe, vervolgens wordt Jacob genoemd, die beleend wordt met Hacfort. Dan wordt Jacob's oudste zuster naamloos genoemd, non ter Hunnepe, zoals ook haar tante Berent. Heel terloops worden nog getrouwde zusters genoemd: ...geliiuk oer andere beraden susteren.... Vervolgens ontvangt Steven, jongste zoon ook enkele goederen. Meteen daarop wordt toegevoegd, dat deze zoons hun goederen ontvangen in leen van hun oudste broer Gerrit: Item so sal Jacob ende Steven alle dese goeden, de oem toebescheiden ziin, te lene halden toe sulken rechten als sie staen, van Gheryde, oeren oldtsten broeder, ende synen erven in rechter broederscheidonge. Daarna wordt hun moeder Johanna Ploegh genoemd, wier ingebrachte goederen merendeels zullen overgaan op Gerrit van Hacfort. Daarna wordt vastgelegd wat er zal gebeuren met de erfenissen in geval er bijzonderheden zullen zijn, zoals sterfgevallen of overgang naar geestelijkheid.

De schrijver van dit stuk, Dr. J. S. Van Veen, heeft vermoedelijk een kleine interpretatiefout gemaakt met de twee nonnen ter Hunnepe. Zoals ik het begrijp was de ene Berent een zuster van de erflater, Jacob van Hacfort sr., terwijl de andere, de ongenoemde oudste zuster van Jacob van Hackfort jr. ook non was ter Hunnepe.

Ook dit testament geeft mijns inziens niet aan, dat deze kinderen uit verschillende huwelijken zijn geboren. Er is zelfs iets voor te zeggen, dat er eerder staat, dat zij allemaal kinderen waren van Johanna Ploegh, die immers 'oer moeder' wordt gezegd. Nu was men niet vreselijk strikt met formuleren, en werden ook stiefmoeders gewoonlijk 'moeder' genoemd door stiefkinderen, maar er is nog een aantekening, die erop wijst, dat Gerd van Hacfort ook uit het 2de huwelijk stamt, en dat zit hem in de regel, waarin staat wat er moet gebeuren:

Item wanneer oer moeder sterft, soo sullen die goeden, daer oer tucht ende medegave an beleget is, komen op Gerrit ende synen erven, uytgeseget dat goet toe Wonninck, dat sal komen op Steven ende Heyinck op Jacob, ende alle schult, die se dan schuldich is, of testament, dat se makede, dat sal Gerrit of ziin erven betalen.

Na de dood van Johanna Ploegh vallen de goederen waaraan zij getucht is en die zij heeft ingebracht, vervallen naar Gerrit, en het lijkt mij toch, dat dit een sterke aanwijzing is, dat Gerrit dan haar eigen kind zal zijn geweest.

Mocht deze veronderstelling van mij juist zijn, dan heeft het huwelijk van Jacob van Hacfort met Aleyd van der Eze alleen maar dochters voortgebracht, maar helemaal duidelijk wie dat zijn geweest is het allemaal niet. Jacob jr. wordt genoemd met zijn oudste zuster, non ter Hunnepe, de beide onberaden (ongehuwde) dochters Maria en Aleyd. Maar niet genoemd worden Joanna van Hacfort, Jacoba van Hacfort en Stephana van Hacfort. Toch werden zij wellicht wel genoemd, terloops welsiwaar: Item so sal Gerrit zyne twie Susteren, als Maria ende Alyt, de noch onberaden ziin, geven elkerlyck toe oeren berade by oeren vrenden dusent Aernemsche gulden ende zal die berichten ende beraden by ziinre magen rade ende geheiten, twie van ziins vaders wegen ende twie van ziinre moeder wegen, end halden soe ende doen aen oer nootdurfte hent bie sie bericht, ende mitter medegave sullen sie vertien, als men se bericht, geliiuk oer andere beraden susteren hebben gedaen.

In de voetnoot 1) noemt de schrijver dan een genalogie bij van Rhemen, en dat volgens die genealogie Stephana gehuwd was met Derck van Eyll. Verder weten we nog, dat Jacoba van Hacfort trouwde met Derck van Keppel, maar niet bekend is het wanneer dat huwelijk werd gesloten:

anno 1463 Bekennen Wolter van Keppel van Verwoelde end Evert van Heeckeren schuldich to sijn J.(offer) Jacob van Hackfort, weduwe Derck van Keppel van Verwoelde (vaeder van Wolter voornt.) 200 Rijnse gld.

Op grond van bovenstaande vermelding kunnen we afleiden, dat Jacoba van Hacfort getrouwd is geweest met Derck van Keppel van Verwolde, die in 1463 weduwe was en nog leefde. Deze Derck van Keppel stierf waarschijnlijk rond 1444, en hij was eerder getrouwd met Ida de Rode van Hekeren. In 1434 was Ida de Rode van Hekeren beslist al dood, zodat het huwelijk van Jacoba van Hacfort met Dirk van Keppel van Verwolde wel zal zijn geweest tussen 1420-1433. Veel nauwkeuriger dan dit is het huwelijksjaar niet te stellen.
Het is derhalve mogelijk, dat ook Jacoba van Hacfort een dochter was uit het 1ste huwelijk, maar vermoedelijk is zij dan wel de jongste dochter geweest.

                          Jacob van Hacfort  X Aleyd van der Eze                                                        XX Johanna Ploegh
                |.................|......................|......................|              |.....................|........................|...................|.................|....................| 
           Joanna        non te Keulen     Stephana             Jacoba        Gerd           non ter Hunnepe         Jacob            Maria           Aleyd               Steven
    X Herman v Keppel                X Johan van Eeck   X Derck v Keppel
      ca. 1405                                voor 1419             1420/1433


Voor de volledigheid moet hier nog opgemerkt worden, dat aan mij geen stuk bekend is, waaruit een huwelijk Stephana van Hacfort X Derck van Eyll blijkt. In het archief Hacfort is wel een stuk genoemd uit 1419 waarin Jan van der Eeck aan Jacob van Hacfort uitstel geeft over de betaling van 200 Rijnse gulden die deze als huwelijksgift zou betalen. En nog in 1420 een stuk waarin Steven van Hacfort, vrouw van Johan van Eke, zoon van Derck van der Eyck, wordt genoemd. Zij worden verder nog genoemd in 1435 en 1457.

Bovendien een stuk uit 1482 waar Gerrit van Hacfort met zijn zoons Jacob en Dirk, over goederen van wijlen Johan van der Eeckt en diens vrouw Steven, zuster van Gerrit, zodat mij de mededeling gegeven door van Rhemen niet juist lijkt te zijn, tenzij dat huwelijk met Derck van Eyll nog voor 1419 is geweest.

De door mij hier aan het 1ste huwelijk gekoppelde dochters zijn dan die 'beraden susteren', die verder niets meer schijnen te ontvangen, omdat zij hun huwelijksgave al hebben ontvangen.

Tenslotte wees ook Bert Berings nog op een omstandigheid. Hij noemt nog eens de wapens, zoals die genoemd worden bij het graf van Frederick van Twickel, en dat daarop het wapen Hacfort te zien is, maar dat van Rhemen nog melding maakt van een wapen dat hij interpreteerde als zijnde het wapen van de Rode van Hekeren. Maar omdat dat wapen identiek is aan het wapen van Hekeren van der Eze zou het heel goed kunnen zijn, dat het hier het wapen betrof van het geslacht van Hekeren van der Eze, zodat Frederik van Twickel in zijn voorouders ook deze familie had, middels zijn overgrootmoeder Joanna van Hacfort, dochter van Jacob van Hacfort en Aleyd van Hekeren van der Eze.

Hiermee heb ik zo ongeveer alle argumenten aangevoerd om te concluderen, dat Joanna van Hacfort vermoedelijk de dochter is geweest van Jacob van Hacfort en Aleyd van Hekeren van der Eze.

Jacob van Hacfort X Aleyd van Hekeren van der Ehze

Aleyd wordt in de inventaris van het huis Hackfort genoemd Aleyd Jacobsdr. van der Ehze. Ook voor deze veronderstelling vond ik geen onderliggend bewijsstuk, maar op grond van vernoemingen (waarbij dan Jacob van Hacfort uit het 2de huwelijk met Johanna Ploegh vernoemd is naar de 1ste schoonvader Jacob van der Ehze) is dat niet onaannemelijk.

Jacob van Hacfort noemt zelf in 1416 zijn ouders en grootmoeder, respectievelijk Gerrit van Hacfort getrouwd met Bertrade van Vorden, en zijn grootmoeder Lutgard van Sinderen.
Dat zijn moeder uit het geslacht van Vorden stamt, blijkt o.a. daaruit, dat zijn oom Berend van Vorden wordt genoemd. Bovendien dragen in 1367 Liesbeth weduwe van Vorden en haar zoons Johan en Berend van Vorden, allerlei goederen over aan Geert van Hackfort en zijn erfgenamen. Dat betreft allerlei goederen, die we ook tegenkomen in het testament van 1424 van Jacob van Hackfort. Jacob van Hacfort was in elk geval dood in 1427, maar mogelijk stierf hij al kort na de opmaking van zijn testament in 1424. Als hij een 'normale' leeftijd heeft bereikt, dan is hij maximaal 60 jaar oud geworden, en dus geboren omstreeks 1375. Hij noemt in 1416 zijn zusters Ermgard en Lutgard, beiden gehuwd en in 1424 naar mijn mening ook nog zijn zuster Berend, non ter Hunnepe. Maar vermoedelijk had hij nog een broer, die een bastaardzoon was, Roelof van Hacfort geheten Ketel. Hem komen we tegen in Deventer en in een stuk uit 1424, zodat hij nog in leven was toen Jacob van Hacfort zijn testament opmaakte. Deze Roelof van Hacfort genaamd Ketel had als wapen het bekende Hacfort-wapen met daarop een barensteel. Van Roelof Ketel is aan mij een zoon Geert bekend en een dochter Mechteld.

 

Gerrit van Hacfort X Bertrade van Vorden

Door zijn huwelijk met Bertrade van Vorden heeft Gerrit van Hacfort geen slechte zaak gehad. Zij stamt uit een geslacht dat al enkele generaties een vooraanstaande plaats innam in de regio. We zullen in het verdere vervolg zien, dat de achtergrond van het geslacht van Hacfort vanaf hier steeds onduidelijker wordt, maar degenen uit dit geslacht sloten beslist huwelijken met vrouwen uit 'goede' geslachten, zodat het geslacht van Hacfort al snel in aanzien steeg.

                                                                                                                  Gerrit van Hacfort + ca. 1392
                                                                                                                      X Betrtade van Vorden
                                                        |..................................|..................................|......................................|.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-|
                                                   Ermgard                              Jacob                                  Lutgard                                  Berend                     Roelof Ketel
                                                + ca. 1400                           + 1425/27                                                                     Non ter Hunnepe         (bastaard)
                                            X Johan van Buchorst        X Aleyd vd Ehze            X N. vd Kemenade                                                         Is maag bij de boedelscheiding
                                                                                         XX Johanna Ploegh                                                                                                   in 1418 voor de kinderen van Johan
                                                                                              Stevensdochter                                                                                                       van Buchorst

 

 

Deze Roelof van Hacforde komt nergens voor in het huisarchief Hacfort, maar hij is zonder enige twijfel de stamvader van het geslacht Ketel v Hacfort, want er is een stuk in 1424 in het archief Middachten over Roelof van Hacfort genaamd Ketel. Hij zegelt ook met Hacfort.

Het huwelijk tussen Gerrit van Hacfort en Bertrade van Vorden is zeker voor 1367 geweest, omdat Gerrit van Hacfort in dat jaar al beleend wordt met de Vordense goederen, en daarmee is meteen ook duidelijk, dat beide echtelieden in elk geval geboren zijn voor 1350. Dat Bertrade inderdaad uit het huis 'van Vorden'kwam is nog ondubbelzinniger verwoord in een stuk uit 1367:

1 november 1367 Johan van den Sande, drost in het land van Zutphen, oorkondt dat Lizebeth van Vurden en haar zoons Johan en Beernd van Vurden hun tienden over de goederen Tyoding en Hacforden onder Vorden en andere goederen en horigen onder Seelhem, aan Gherde van Hacworden overdragen, en goederen onder Roderlo aan hun dochter res[ect. zuster Bertrade, vrouw van Gherde vnd.
(Arch. Hacfort inv. nr. 303)

Kort daarvoor op 23 oktober 1367 beleent Willem heer van Bronckhorst Gherde van Hacvoerden met de tienden over het goed Tyoding en over het goed Hacvoerden, na opdracht door Johan van Vurden Willemszn.

Omdat vervolgens in 1392 zijn zoon Jacob door Willem, heer van Bronckhorst beleend wordt met het huis en goed Hacfort en andere goederen, mogen we de conclusie trekken, dat zijn vader Gerrit van Hacfort dan al dood is, maar waarschijnlijk leefde Bertrade van Vorden een stuk langer, want pas in 1408 wordt hij beleend met de Vordense goederen (het is overigens ook mogelijk, dat hij die pas ontving na de dood van Berend van Vorden, en die stierf omstreeks 1405). Nog steeds dankzij het stuk uit 1416 kennen we ook de moeder van Gerrit van Hacfort, want zij heette Lutgart, en kwam uit het geslacht van Sinderen.

 

Van Sinderen

We maken hier even een uitstapje naar het geslacht van Sinderen

15 April 1360

Wy Willem van Zinderen ende Hadewych van Limborch de nu ter tyt Willems echte wyf van Zinderen is, bekennen in desen apenen breue, wanneer dat wy up onse hues to Zinderen comen ende et in onser hant is, dat wy dan mit onsen vorscreuen huse to Zinderen nyet doen en solen, dan by rade des heren van. Bronchorst ende alle zynre ghebrodere, ende voertmeer onse kindere, de wy nu hebben ende de ons noch werden moghen, dat wy de beraden solen nae rade des heren van Bronchorst ende zynre ghebrodere, wanneer um dat goet dunket ende waer um dat goet dunket, also to verstane, we des huses to Bronchorst eyn heer is, dat daer dat beraet an lighen sal. Voertmeer bekenne wy Willem van Zinderen ende Hadewych vorscreuen ende onse gherechte eruen, dat wy behulpelic solen wesen den here van Bronchorst ende zinen broderen, mit onsen huse to Zinderen ende mit allen den wy vermoghen, wanneer ons dat de here van Bronchorst to eyschet, ende solen um dan dit vorscreuen hues to Zinderen apenen, wanneer he des begherende is. Alle dese vorscr. vorwarde de heb wy Willem van Zinderen ende Hadewych vorscr. gesekert ende gelauet en goden trowen, ende up den Helighen gesworen, vor ons ende vor onse eruen, vaste ende stede to haelden sonder wederseghen, al argelist vytgespraken. Ende umme de merre vestnisse wille, so heb wy Willem van Zinderen ende Hadewych vorscr. onse seghele an desen apenen brief gehanglien. Gegeuen int jaer ons Heren dasent drehondert ende tsestich, des naesten wonsdaghes nae Quasi modo geniti.

Naar den oorspronkelijken perkamenten brief, gesterkt met twee aan francijnen staarten uithangende zegeltjes in groen was, berustende in het archief van den huize Bronkhorst.

Dit stuk is niet geheel duidelijk, maar dat gebeurt wel vaker met dergelijke oude oorkondes. Allereerst is opgevallen en valt op, dat in dit stuk vermoedelijk een aanwijzing staat, dat dit het 2de huwelijk was van Willem van Sinderen (omdat er staat: .... Hadewych van Limborch die nu ter tijd Willems echte vrouw is. Ook beschrijft Willem kennelijk een situatie, waarin hij niet in staat is om op zijn huis te Sinderen te komen, maar dat hij -indien hem toegang wordt verleend op zijn huis te Sinderen- niets zal ondernemen, zonder de raad te vragen van de heer van Bronckhorst en diens broers. Evenzo zullen Willem en Hadewich hun kinderen, die zij al hebben en nog zullen krijgen, niet uithuwelijken zonder raad te vragen aan de heer van Bronckhorst, en tenslotte dat Willem van Sinderen de heer van Bronckhorst en zijn broers zal helpen, wanneer hem dat opgedragen wordt.

Deze deemoedige woorden werden gesproken, omdat Willem van Sinderen zijn huis te Sinderen erg graag terug wilde krijgen. Wat daaraan vooraf is gegaan, daarop komen we later nog terug, maar dit pleidooi van Willem van Sinderen heeft niet gewerkt, want in 1362 werd zijn huis te Sinderen alsnog afgebroken, nadat hij al op 24 juni 1360, dus 3 maanden later, door Reynald van Gelre verbeurd werd verklaard van al zijn lenen, met uitzondering van het huys te Sinderen, waarover nog een procedure liep. In 1361 wordt vervolgens Reynald van Gelre door zijn broer Edward verslagen, en gevangen gezet, maar voor Willem van Sinderen heeft deze wisseling van de macht geen verschil tot stand gebracht, want in 1362 werd toch zijn huis afgebroken, en de stenen in beslag genomen door Zutphen.

De wisseling van de macht in het grafelijk huis bracht Willem van Sinderen dus geen winst, zodat de vraag gerechtigd is, waarom dat geen verschil heeft gemaakt. In elk geval is de straf, die over Willem van Sinderen is uitgesproken, een erg zware geweest: zijn leengoederen zijn hem afgenomen, en zijn huis werd met de grond gelijk gemaakt. Dan moet je het wel bont hebben gemaakt... Misschien speelde tussen dit alles ook nog een familiair conflict een rol, want in 1356 spreken 3 broers van Hacfort uit:

1 april 1356
Wij Geraert, Didderic ende Henrick van Hackevoerde, gebruedere, doen kont allen luden mit desen apennen brieve dat, want een hoech, edel prince, onse lieve here die hertoge van Gelre, greve van Zutphen, my Gerarde voirs. sijn huys te Sinderen gegeven ende beleent heeft, na beheiltenisse mijnre brieven, dat ick van hem dairaff heb, besegelt mit zynen zegell, so hebben wy gebruederen hem weder gelaifft ende gesekert, gelaven ende sekeren in goeden trouwen in eydstat, dat wy onsen lieven here voirs. off zynen erfgnamen dat voirs. huys altoes openen ende antwerden sullen, wanneer ende hoe dick hijs te doen heeft, ende hem daermede behelpen, als mannen hoeren here mit horen apenen husen sculdich zijn te doen. Ende mede, wert sake dat onse lieve here voirs. Willem van Sinderen, onse oeme, dat voirs. huys te Sinderen met recht wedergheven soude, soe sullen wijt onsen lieven here leveren in syne hant, mer hy sall ons voeren besceits helpen van alsulken saken, als onse moeder ende wy te seggen ende te vorderen hebben mit recht op Wilhelm, onsen oeme vurs. ende op sijn goet, sonder argelist. In oirkonde ende stedicheit des hebbe wy onse segele ain desen brieff gehangen. Gegeven int jair ons Heren McCCCLVI des yrsten daigs in den Aprille.

Hier zien we dat de drie broers Gerard, Dirck en Henrick van Hacfort een oorkonde doen, waarin Gerrit meedeelt het huis te Sinderen te hebben ontvangen van de hertog van Gelre, en dat de drie broers dit huis tot een open huis maken voor de hertog. Maar dan volgt een toevoeging, dat als de hertog zou besluiten om het huis te Sinderen opnieuw te geven aan Willem van Sinderen, hun oom, dat zij het hem dan zullen overhandigen, maar zij stellen daaraan de voorwaarde, dat de hertog dan eerst zal helpen met enkele zaken die hun moeder en zij zelf nog hebben te vereffenen met Willem van Sinderen, hun oom.

Er hoeft weinig twijfel te zijn, dat hun moeder blijkbaar een zuster was van Willem van Sinderen, en omdat Gerard van Hacfort waarschijnlijk gelijk gesteld mag worden als de al eerder behandeld Gerrit van Hacfort, mogen we wel stellen, dat hun moeder is geweest Lutgart van Sinderen, zuster van Willem van Sinderen. Maar laat ook duidelijk gezegd zijn, dat dit nergens zwart-op-wit is gesteld, zodat een slag om de arm altijd wijs is.

De vraag dient zich nu aan, waarom de drie broers van Hacfort kennelijk het huis te Sinderen ontvangen hadden van de hertog van Gelre, terwijl dat huis te Sinderen toch deel uitmaakte van het bezit van het geslacht van Sinderen. Ook is het een boeiende vraag om vast te stellen, wie Hadewich van Limburg was. Daarover is geen enkele verdere aanwijzing bekend, behalve hooguit dat in dat jaar 1360 ook enkele oorkondes zijn van Johan van Limburg. Verder is onderzoek aan dit geslacht erg moeilijk omdat er best wel wat stukken zijn, waarin zij worden genoemd, maar van enige samenhang kan geen sprake zijn, omdat er nauwelijks familierelaties worden genoemd.

Over de hier genoemde generatie kan wel worden gezegd, dat Willem van Sinderen kennelijk de beoogde heer van het huis Sinderen was, maar dat er een kink in de kabel is gekomen. Er is ook sprake van een familieconflict, maar wellicht hebben ook politieke activiteiten/keuzes ertoe geleid, dat hij de zeggenschap over het huis te Sinderen is kwijt geraakt aan zijn zusters kinderen van Hacfort. Zeker heeft Hertog Reynald een rol gespeeld, want die gaf het huis blijkbaar rond 1356 aan de drie broers, maar na de machtswisseling in het huis van Gelre heeft dat niet geleid tot een herstel voor Willem van Sinderen in zijn bevoegdheden. De 'smeekbrief' aan de heer van Bronckhorst zou kunnen aangeven, dat hij die behoorlijk tegen de haren heeft gestreken, en dat hij dat middels zijn oorkonde geprobeerd heeft recht te zetten. Opvallend is ook, dat rond 1400 zijn kleindochter Hadewich trouwt met Johan van Gelre, bastaardzoon van Willem van Gulick, Hertog van Gelre.

Wat dit alles nog extra vreemd maakt, is het feit, dat deze Hadewich van Sinderen en haar zusters schuldig worden gehouden voor de schulden, die haar vader heer Dirk van Sinderen had gemaakt, maar dat er kennelijk nog steeds een huis op Sinderen stond. Was dit dan nog steeds hetzelfde goed te Sinderen, zoals dat wordt genoemd in 1360? Uit de huwelijksacte van 1400 wordt toch een flink bezit genoemd:

Voirt so sal Johan hebben alle alsulke dyenstmanne ende anders alle horige ende eygene lude so als die heren Derich voirgenoemt tobehoirden ende dair hè ynne bestarff. Voirt so sal Johan hebben den Snauwert also groit ende also veer als her Derich die voir den Snauwert hielt. Ende hir en theynden so sall Johan vurgenoemt hebben mit joncfrou Hadewygen die helft van anders allen goide ende erve, rurende ende onrurende, hoge ende leghe, yn dyepen ende yn droegen, so wair dat dat gelegen is, so als her Derich vurgenoemt dair yn bestarff ende achtergelaten heeft ende hern Derix twee andere dochtere soilen onder hoen beyden die ander helfte dair tgegen hebben. Voirt so sall joncfrou Hadewigh verrichten ende betailen die helfte van all der scholt die her Derich vurgenoemt sculdich bleven is ende dair tegen sal sij weder upheffen ende booren die helfte van aller scholt die men heren Derich sculdich bleven is. Ende des gelijx so soilen heren Derix twee andere dochtere te samen ende onder hoen beyden verrichten ende betailen die helft van aller scholt die her Derich sculdich bleven is ende soilen dair tgegen weder upheffen ende boiren die helfte van aller scholt die men heren Derich sculdich bleven is. Voirt so soilen wij hertoge vurgenoemt Johan, onsen soen vurgenoemt, goeden en gheven hem twehondert ende XXV alde scilde des yairs ende dair voir soilen wij hem erve setten dat dair goit voir wesen sall ende dat erve soilen wij ende onse erven weder moigen loessen alle yair up sente Peters dach ad Cathedram mit xxvc alden scilden ende mitten renthen die des yairs ther loessingen verschenen were.                                                                      

Als huwelijksgetuigen voor haar zien we o.a. een aantal heren van Bronckhorst: Willem, heere van Bronchorst, Gijsbert van Bronchorst, Walrave van Wye, Jordaen van Wye, riddere ende Gherit Palich van Sevenaire. Heer Dirk van Sinderen was getrouwd met Fye Palick van Sevenaer zodat we de getuige Gerard Palick van Sevenaer kunnen identificeren als een broer van Hadewich van Sinderen, maar ook de heren van Bronckhorst behoren als huwelijkslieden vermoedelijk tot de magen en vrienden van Hadewich van Sinderen. Die betrokkenheid van de heren van Bronckhorst op de gang van zaken bij leden van het geslacht van Sinderen is moeilijk te verklaren, tenzij er een nauwe familieband is. Die betrokkenheid zien we ook in 1324 als Willem heer van Bronckhorst en zijn vrouw Johanna [van Batenborg] aan Jacob van der Weele het alinge goed Hacfort opdragen met de toebehorende thinsen te Vorden, en in 1322 als Reynald zoon van de graaf van Gelre oorkondt, dat Willem heer van Bronckhorst en zijn vrouw Johanna bekennen verkocht te hebben aan Jacob van der Weelle het goed te Hacfort met de tynsen gelegen in kspl. Vorden, en dat Gerard Hoynct ten behoeve van de heer van Bronckhorst in leen hield.

Op grond van deze gegevens kunnen we zeggen, dat de heren van Sinderen een vooraanstaande positie hadden in de regio. In oudere gegevens worden leden van dit geslacht ook 'nobilis vir' genoemd, en dat is een titel die wijst op hoge afstamming. Veel van hun bezittingen zullen wellicht allodiaal (eigendom) zijn geweest, waardoor daarvan weinig bekend is. Een uitgebreide leenkamer van dit geslacht is niet bekend, en dat kan als achtergrond hebben, dat dit geslacht min of meer uiteengeslagen is na de gebeurtenissen rond 1360. Een deel van dit geslacht heeft zich gevestigd in Overijssel, anderen zijn in de buurt van Vreden en Elten terecht gekomen.

Lutgert [van Sinderen ?]

In 1416 spreekt Jacob van Hacfort over zijn grootmoeder Lutgert, en vaak worden grootouders 'herinnerd' en naar voren gehaald, omdat de oorkonder trots is op zijn afstamming, maar natuurlijk ook om ziohzelf daarmee extra statuur te geven. We hebben dan gezien, dat Jacob's vader, Gherd van Hacfort samen met zijn broers Derck en Hendrick in 1356 het huis te Sinderen in leen hadden, en dat zij aangeven, dat zij bereid zijn om het huis te Sinderen over te dragen aan hun oom, Willem van Sinderen:

Ende mede, wert sake dat onse lieve here voirs. Willem van Sinderen, onse oeme, dat voirs. huys te Sinderen met recht wedergheven soude, soe sullen wijt onsen lieven here leveren in syne hant, mer hy sall ons voeren besceits helpen van alsulken saken, als onse moeder ende wy te seggen ende te vorderen hebben mit recht op Wilhelm, onsen oeme vurs. ende op sijn goet, sonder argelist.  

Op grond van deze gegevens wordt hun moeder, die in dit stuk niet met name wordt genoemd, maar die kennelijk nog wel leeft, gezien als een zuster van Willem van Sinderen. Deze laatste, op dat moment getrouwd met Hadewich van Limborg,  doet in 1360 een laatste poging om zijn huis te Sinderen terug te krijgen door zich min of meer te onderwerpen aan de heer van Bronckhorst (en opvallend genoeg dus niet aan de Hertog van Gelre).

Hoe verleidelijk het ook is om Lutgert te beschouwen als een zuster van Willem van Sinderen, dan nog past het om ook hier kritisch te blijven, want hun moeder Lutgert wordt nergens genoemd als een van Sinderen, en er zijn wellicht nog andere opties:

1. Gerd van Hacfort wordt in 1369 'Gheryd van Bake geheten van Hacvorde' genoemd... Is dat mogelijk een aanwijzing, dat zijn moeder uit het geslacht van Bake/Baeck stamt?
2. Willem van Sinderen is in 1360 getrouwd met 'nu ter tijt' Hadewich van Limburg? Was hij eerder misschien getrouwd met een zuster van Lutgert?  Kan zijn relatie met Lutgert derhalve ook via een andere lijn lopen dan een direkte broer-zus relatie?

                                       N. van Hacfort X  Lutgert                  Willem van Sinderen
                                                       |                             X NN  XX Hadewich van Limburg
                                       Gherd, Dirck en Hendrick           
                                                 van Hacfort


Oom kon Willem van Sinderen zijn in de betekenis, zoals wij die nu nog kennen, maar hij kan ook via zijn vrouw een aangetrouwde oom zijn dwz via Hadewich van Limburg, maar ook via een eventuele eerdere vrouw, en die kan dan een Hackfort zijn geweest of een zuster van Lutgert. Daarom proberen we in elk geval zoveel mogelijk andere gegevens te betrekken. Een daarvan is dus die merkwaardige benoeming van Gherd van Bake geheten van Hacfort in 1369, maar ook vernoemingen van kinderen (hoewel dat niet zo makkelijk ligt, als men wel eens doet voorkomen). Maar daaraan hebben we in dit geval nog niet veel, zolang er nog zoveel onduidelijkheden zijn.