Van Hagen

Cunegunda van Hagen trouwde in 1651 met Quirijn Verhuel. Zij was een dochter van Joannes van Hagen en Anna Helena Ripperda. Haar achternaam wordt ook gezien als 'van Haeghen'. Vermoedelijk werd Cuneguna geboren rond 1630, misschien iets eerder, maar veel zal dat niet geweest zijn, want zij baart nog in 1674 een kind. Bovendien werd haar zuster Joanna van Hagen in 1631 in Doetinchem gedoopt, waarbij overigens Johannes Pilleterius doopgetuige was. Deze Johannes Pilletier was afkomstig uit Middelburg, en hij trouwde in 1634 met Sophia Ripperda, zuster van Anna Helena Ripperda.

Van andere kinderen van Joannes van Hagen en Anna Helena Ripperda vond ik geen doopgegevens. Dat waren Baltasar, Evert en Sophia van Hagen, waarvan ik derhalve niet weet, in welke volgorde zij geboren zijn. Baltasar van Hagen trouwde in 1653 met Catharina van Berchem:

Gelre 1944 blz. 178 e.v.

Het wapen is vrij zeker later aangebracht over een zeer groote driepas, waarvan de heraldisch-linkerboog nog te zien is, welke boog den rand van de zerk in een boven- en benedenhelft verdeelt. Het wapen is van de familie VAN BERCHEM, reeds in de 15e eeuw te Doetinchem gevestigd, waartoe o.a. behoorde de admiraal Wemberich van Berchem, die op 30 Mei 1653 in een zeegevecht met Duinkerkers de lont in het kruit stak en met zijn schip in de lucht vloog, en die in de St. Maartenskerk te Doesburg begraven ligt.

Het helmteeken bij dit wapen behoorende is een boom, waarvan de kruin beladen is met een schildje volgens het groote schild. Volgens een aanteekeningboek van A. Ver Huell in het familiearchief Ver Huell moet dit wapen met het jaartal 1660 en den naam Catharina van Berchem, echtgenoote van Balthasar van Haeghen, welke Catharina de dochter was van voornoemden Admiraal, aanwezig geweest zijn in een glasraam in de kerk te Doetinchem.

Van Joannes van Hagen en zijn vrouw Anna Helena Ripperda vond ik ook geen trouwgegevens. Sweder Schele schrijft over hen nog dit:

Opvallend is het korte tussenzinnetje in dit stuk: "-weder fronde willen-".  Mijns inziens geeft dat aan, en dat wordt op een andere plaats min of meer bevestigd, dat dit huwelijk niet de volledige instemming had van 'de familie' van Anna Helena Ripperda, omdat vermoedelijk een rol speelde, dat Joannes van Hagen niet adellijk was. Letterlijk schrijft Schele elders over hem: '... een man van temelicke middelen, averst niet van adell'. Ook blijkt de weerstand uit onderstaand stukje, dat Sweder Schele schreef:

Dit stuk gedateerd 1632 noemt de bruidschat, die Anna Helena Ripperda meekrijgt (van haar broer) n.l. 3000 rixdaler, terwijl andere zusters, die adellijk zullen trouwen, mogen rekenen op 4000 rixdaler. We mogen hieruit ook afleiden, dat het huwelijk tussen de rentmeester Joannes van Hagen en Anna Helena Ripperda niet erg lang tevoren is gesloten, vermoedelijk rond 1629-1630. Zoals ik al opmerkte werd hun dochter Joanna in 1631 in Doetinchem geboren.

Joannes van Hagen stierf in 1655 in Doetinchem, ongeveer 2 weken, nadat zijn vrouw stierf. Hij werd -vermoedelijk kort voor 1600- geboren als zoon van Everhart van Hagen en Cunera Wyers. Zijn broer Albert van Hagen trouwde met Rodolpha van Woldenburg, en was o.a. burgemeester van Doetinchem. Albert van Hagen wordt in een leenstuk Albert Evertszoon van Hagen genoemd en beide broers vernoemden een dochter naar hun moeder, Cunegunda of Cunera. Hun vader Evert had in elk geval een broer genaamd Reynier van Hagen, die minstens twee dochters had, Aeltge en Neeske.

 

Ripperda

Van Rhemen, Boeck der Quartieren, fol. 69: Anna Helena Ripperda, obiit 24 octobris 1655. Te Doetekum.
Ripperda                 Valcke
Twickloe                 Schele
Boeckhorst              Baren    
Sticke                    Welvelt

Keppel                    Langen
Middachten             Kochem (moet zijn Knehem)
Broeckum                Hahren
Ruitenberg              Ruitenborg

NB. Broeckum moet vervangen worden door Ukena

Voor de verdere afleiding leun ik sterk op het onderzoek van Sweder Schele. De kwartieren hierboven zijn voor een groot deel uit te schrijven. Die kwartieren worden bepaald door de ouders van Anna Helena Ripperda, Baltasar Ripperda en Sophia Valcke. Die parentatie is zonder enige twijfel, omdat Sophia Ripperda een zuster van haar was, en omdat zij ook genoemd wordt inzake een maaggescheid met haar broers en zusters.

Daarmee zijn de twee lijnen van bovenstaande kwartieren bepaald: links Ripperda en rechts Valcke.

Baltasar Ripperda, zoon van Unico Ripperda en Judith van Twickel           X                     Sophia Valcke, dochter van Herman Valcke en Joanna Schele

Unico Ripperda, z.v. Eggert Ripperda en Aleijt van Buckhorst en                                     Sophia Valcke, d.v. Bernd Valcke en Anna van Baren
Judith v Twickel, d.v. Johan en Judith Sticke                                                                               Joanna Schele d.v. Sweder Schele en Anna van Welvelde

Aleijt v Buckhorst d.v. Herman v Buckhorst en Katharina v Keppel                                            Bernd Valcke z.v. Henrich Valcke en Gertrude van Langen
Jutte Sticke d.v. Johan Sticke en Elsabe v. Middachten                                                            Sweder Schele z.v. Heidenreich Schele en Gertrude v Knehem
Eggert Ripperda z.v. Unico Ripperda en Ulske Ukena                                                                    Anna v. Baren d.v. N. v. Baren en N. van Haren
Johan v. Twickel, z.v. Johan v. Twickel en Adriana vd Rutenberge                                          Anna v Welvelde d.v. Johan v Welvelde en Willemina vd Rutenberg

De volgorde, die in deze opstelling is aangehouden, is telkens weer verrassend, want aan de mannelijke kant worden eerst de vrouwelijke overgrootouders gegeven, terwijl dat aan de vrouwelijke kant precies andersom is. Dat maakt het lezen van dit soort uitgebreide kwartieren altijd zo lastig. Zoals te zien is, heb ik de ouders van Anna van Baren (of Baer?) niet kunnen achterhalen. In een andere opstelling wordt zij genoemd Anna van Baer van de Baernawe, waarmee wordt aangegeven, dat zij stamt uit het huis van Baer, gezeteld op Barenawe. Met betrekking tot de naam van Broeckum moet worden opgemerkt, dat dit zal berusten op een foutieve interpretatie. Het staat vast, dat Unico Ripperda getrouwd was met Ulske Ukena.

Baltasar Ripperda trouwt vermoedelijk rond 1585 met Sophia Valcke. Hij overleed in 1616 op Veenhuys, en Sweder Schele schrijft dan:

Huiskroniek van Sweder Schele fo. 3/175

Korte beschrivinge des levents van min ohm zaliger Balthasar Ripperda.
Desen Balthasar Ripperda is miner moder broder gewest, son van Unico Ripperda (her to Witwert, erffgeseten to Buxbergen end Weldam, drost van Salland) end van Judith van Twickelo, Johans van Twickelo, drosten in Twente, dochter im joget is hie to scholen geholden end folgends in Franckrick gesant om sprake te leren. Weder t'huisz kommende reet hie umher bi die frenden, stellede sick ock eens nader im krig onder Hertzog Erick van Brunswick, im dienst des konings van Hispanien onder ritmeister Johan van Plettenberg ten Walte? bi Melle im Stifft Osenbrugk T ). Plag veel bi sin zuster ter Schelenborg to wesen end hadde daer ock platz te have bi bischop Henrick van Sachsen-Lauenburg, met welken hie ock trock im Dennemarck bi den koning daerselvest. Quam averst wat swecklick wieder te huisz, avermitz averflodige hovische drancke bi den Duitschen. Namals befriede hie sick an Sophia Valke, Herman Valken ten Venhuisz, end Johanna Schelen dochter. End dewilen im Nederland die inlandsche krige tuschen koning end staten in zwang gingen, wardt hem geraden liver neutrael te bliven end hatte sick met sin frau in der Valken-hoff binnen Coesveldt  end als siner frauen alderen (+ broder end folgends ock) die verstorven, fiel to deel dat huisz Venhuisz im Stifft Munster, daer hie folgends mit der woninge gebleven in vita privata.

T) na dode des vaders fiel rato sin deel die herlicheit Witwert.


Sweder Schele, die dit ongeveer 1616 schrijft, was een zoon van Christopher Schele en Judith Ripperda, die op haar beurt een zuster was van Baltasar Ripperda, zoals Schele ook schrijft: miner moder broder, broer van mijn moeder. Baltasar Ripperda was een beroemd en berucht krijgsman, die blijkbaar graag op Schelenburg bij zijn zuster op bezoek ging. Uit zijn huwelijk met Sophia Valcke werden tenminste 9 kinderen geboren, van wie denkelijk Anna Helena Ripperda de jongste was. Wanneer Sophia Valcke precies overleed, is mij niet bekend, maar in 1610 leefde zij nog. Ik vermoed dat dat wel ergens in deel III van Sweder Schele's kroniek staat, maar daarvan waren/zijn niet alle pagina's getranscribeerd.

Baltasar Ripperda, zoon van Unico Ripperda en Judith van Twickel(o) werd geboren vermoedelijk rond 1540.

Kinderen van Unico Ripperda en Judith van Twickel:
1. Eggerik Ripperda
2. Johan Valck Ripperda overl. 29 nov. 1547, begr. Tjamsweer
3. Judith Ripperda, huwt Christoffel Schele
4. Hilania Ripperda huwt Alof van den Rutenberg
5. Johan Ripperda huwt Anna Viermundt
6. Aleijt Ripperda huwt Caspar Schele
7. Elisabeth Ripperda overl. 1 sept. 1625, huwt 1570 Derk van Baer tot Slangenburg, zoon van Willem van Baer en Elisabeth Ripperbant
8. Adriaan Ripperda tot Uitwierda, Holwierda en Dijkhuizen, overl. Deventer 9 maart 1583
9. Herman Ripperda
10. Balthasar  Ripperda, heer tot Oosterwytwert en Venhaus, overl. 29 dec. 1616, huwt 1586 Sofia Valcke, erfdochter van Venhaus, dochter van Herman Valcke en Johanna Schele, overl. voor 1635
11. Otto Ripperda, geb. 1540, overl. aan de pest 1570
12. Drie kinderen, jong overleden.
Bastaarden bij Eve Doppes van Goer:
16. Herman Ripperda, huwt Zwolle 26 juni 1599 Mechteld Middelberg, dochter van burgemeester Gerrit Middelberg
17. Fokko Ripperda, huwt Zwolle 31 juli 1603 Aaltje Jans, weduwe van Klaas Lourens

De geboortejaren zijn niet bekend, maar hebben ruwweg gelegen tussen ca. 1525 en 1545 voor de kinderen uit het huwelijk van Unico Ripperda met Judith van Twickel, dat ongeveer gesloten is tussen 1525 en 1530. Schele schrijft over hem nog:

Hij was heer te Dijkhuizen en Holwierde, en werd in 1537 beleend met Buxbergen, voor welke havezathe hij in dat jaar onder de edelen van Overijssel werd beschreven, de eerste Ripperda in die Ridderschap. Was ook landdrost van Salland. Hij ligt begraven te Wesepe, in ‘t schoutambt Olst. Unico Ripperda gold voor een verstandig en kloek man, doch was wat veel genegen tot den wijn. Als hij te veel gedronken had placht hij warme wijnazijn te drinken, om zijne maag van het overtollige te ontlasten. Doch kon ook sooberlijk leven, seggende op den eenen dagh soude men een osse verteeren, en op den anderen een ey.

Unico Ripperda overleed in 1566 met de volgende kwartieren:

Unico Ripperda was een zoon van Eggerik Ripperda en Aleijt van Buchorst. Hiermee komen we wat betreft Aleijt van Buchorst op 'moeilijk terrein', waarover later meer. Dit huwelijk werd gesloten in 1500 in Wesepe. Eerder was Eggerik nog getrouwd met een dochter van Godlinze, maar dat huwelijk bleef kinderloos. Uit het huwelijk tussen Eggerik Ripperda en Aleijt van Buchorst werden geboren:

1. Unico Ripperda ca. 1502, + 1566
2. Margaretha Ripperda ca. 1504, + voor 1520
3. Gerhard Ripperda ca. 1506, + 1585

Uit de kwartieren die van hem werden gemaakt, en die in de glazen deur van het raadshuis te Zwolle te zien zijn geweest, waren zijn kwartieren in overeenstemming met de kwartieren, zoals we die bij Anna Helena Ripperda zagen.

Alijt van Buchorst

Het probleem zit hier in de alliantie Buchorst-Keppel. Laten we eerst eens zien, wat Schele schrijft:

... Eggerick hatt behalten Witwert und Dickhusen mit weinig gutern. Aber Gott hatt 's hernach gleichwoll reichlich mit im versehen. Dan als sein eerste hausfrau (eine Von Godlinsen) verstorben und sei swester Hilana verheiratet war an Johan von Buchorst zu Boxbergen, einem witwer, welcher mit seiner ersten frauen (Catharina von Keppel) allein ein einige tochter Adelheit von Buchorst genant, und sie mit ihm keine kinder uberkam, gedachte sie an ihren jungsten bruder, wie dem in der erbtheilunge nit zu lang geschen und sich deshalber mis-hiliken mussen an seins ungleichen, (die von Godlinsen, so eine patricia); vermachte diesem Eggerick deswegen all ihr gut und freiete ihm ihres mans tochter zu, dadurch er das Hausz Boxbergen ererbet und auff die Ripperdaen gebracht.

Wyr wollen nun widerkeren zu unsern Eggerich Ripperda welcher nach absterben der Von Godlinsen sich besser verheiratet, da im seine swester Hilana ihre stiefftichter Adelheid von Buchorst zugefreiet, welche eine einige erben war des hauszes und guts zu Boxbergen. Die Von Buchorst sein eines alten adelichen hauses des lands von Overisell (von welchen hernach). Mit dieser Adelheid von Buchorst hatt er gehabt zwei sone und eine tochter; Gerhard, Unico und Margareta. Margareta ist in der jugent verstorben. Gerhard ist ungefehrlich ein knab von 9 jharen auff 'm hause Witwert von einem gespenst dermassen erschricket, das er hernach allzeit stum und taub geblieben. Hatte dennoch lange gelebet, uberlebte seinen bruder Unico, und auch seinen son Eggerich; ist gestorben ombs jhar 1585. Er war einsmhals mit zur Schelenburg bei Caspar Schelen.... Man pflag ihn Gerhard von Buchorst (nach der mutter) zu nennen, Unico Ripperda, der junger son von Eggerich Ripperda, war geboren oms jhar 1503. Ist ein feiner, geschickter man geworden. Er ist der erst von den Ripperdaen, so in die ritterschafft von Averisell erschreven, dan Johan von Buchorst (der mutter vatter) ist ein ser alter man geworden, also das sein vatter das hausz Buxbergen nicht besessen gehabt. Er hat sich befreiet an Judit von Twickelo....

Op een andere plek schrijft hij nog, dat Johan van Buchorst ouder is geworden dan 100 jaar....

Samengevat schrijft Schele, dat Eggerik Ripperda in tweede huwelijk trouwt met Aleijt van Buchorst, dochter van Johan van Buchorst tot Boxbergen, weduwnaar van Katharina van Keppel, en daarna gehuwd met Hilania Ripperda, Eggerik's zuster.

Echter is er één probleempje. Johan van Buchorst trouwde in 2de huwelijk met Hilania Ripperda, maar was hij inderdaad eerder getrouwd met Katharina van Keppel?

Johan van Buchorst was eerder weduwnaar van Margaretha Snoy, zo leert ons de genealogie van Buchorst: 
Het Overijsselse riddermatige geslacht Van Buckhorst door Kamerling, E. J. C.; Schaap, J. W. - In: De Nederlandsche Leeuw 105 (1988) en 101 (1984).
Maar dat artikel geeft daarvan helemaal geen bronvermelding. Dit alles is tamelijk verwarrend, omdat het Buchorst-artikel als ouders van Johan van Buchorst opgeeft: Herman van Buchorst gehuwd met Katharina van Keppel, en noemt voor dát huwelijk als bron een artikel van Werner, die op zijn beurt verwijst naar Ter Kuile, die op zijn beurt weer verwijst naar van Rhemen, die daar helemaal geen bronnen voor heeft. Het schijnt, dat als enige bron gediend heeft een Baron Snoy, wonend in België. Echte bewijzen voor een huwelijk van Johan van Buchorst met Margaretha Snoij heb ik niet kunnen vinden.

In het document 'de Ridderschap van Overijssel' gelegen in het archief te Zwolle staat overigens ook:

Johan Van Buckhorst

Zoon van Herman van Buckhorst en Catharina van Keppel, vermeld 1477-1546, gegoed in Vollenhove en bezitter van Boxbergen, in de ridderschap van Salland, verschreven als riddermatige ter klaring Vollenhove 3 okt. 1477 en vervolgens in 1492 tot 1536, drost van Vollenhove 1513-1524, overl. voor 4 dec. 1550
huwt:
1. Margaretha Snoy, dochter van Lambert Snoy, heer van ten Bleke, en Aleyd van Broeckhuysen
2. Hilania Ripperda, dochter van Unico Ripperda tot Farmsum en Ulske Ukena tot Wytwert en Dijkhuizen, vermeld 1491, overl. 1540
Uit 1ste huw:
1. Aleyd van Buckhorst, overl. voor 9 sept. 1511, huwt 2 juli 1500 Eggerik Ripperda tot Oosterwytwert en Dijkhuizen, weduwnaar van NN Godlinze, zoon van Unico Ripperda tot Farmsum en Ulske Ukena tot Wytwert en Dijkhuizen, overl. 1537.

Hieruit 1. Gerhard Ripperda, 2. Unico Ripperda

Laat ik het duidelijk stellen: Voor een huwelijk Johan van Buchorst met Margaretha Snoy heb ik geen aanwijzingen kunnen vinden. En ook de genoemde bronnen in de artikelen van Kamerling en Schaap geven over zo'n huwelijk geen enkele informatie. De genoemde bronnen verwijzen vooral naar het vermelde huwelijk van Herman van Buchorst met Katharina van Keppel, maar ook daarvoor blijkt er geen enkel bewijs te zijn. In de gegeven bronnen wordt vooral naar elkaar gewezen, en naar een opmerking van de bekende archivaris van Doorninck. Maar uit stukken is slechts bekend, dat Herman van Buchorst getrouwd was met een Katharina NN.

Uit de grafzerk in Wesepe valt te zien, dat de kwartieren voor Unico Ripperda zijn:

Ripperda          Buchorst
Ukena             Keppel (5 Ruiten)

Die verwijzen dus naar de ouders van Unico Ripperda, oftewel Eggerik Ripperda x Alijt van Buchorst, en zijn grootouders Unico Ripperda x Ulske Ukena en Johan van Buchorst x NN. van Keppel

Ook in een anonieme genealogie Ripperda wordt gezegd, dat Johan van Buchorst getrouwd was met Katharina van Keppel, zoals ook Sweder Schele dat schrijft. Ook Fahne geeft in een tabel over van Buchorst aan, dat Johan van Buchorst gehuwd was met Katharina van Keppel, terwijl Schele nog een boeiende opmerking maakt: dat de moeder en de dochter verwisseld zijn. Is dat misschien een verwijzing, dat hij denkt, dat mogelijk Herman van Buchorst met een Snoy getrouwd was?

Beslist boeiend is wel een noot van Kamerling over 'de joffer van Boxbergen' uit het jaar 1478:

noot 458: Gemeentearchief Deventer, klappers Renuntiatie 1430-1459
overigens zal het ook Katharina van Keppel zijn geweest, die als "Joffer van Bucksbergen" 14 april 1478 een geschil had met Geert Peters en Gerryt Velthuys over een pacht, die volgens de pachters door hen betaald moest worden aan heer Willem van Buchorst, ridder: rechterl. arch. stad Hattem inv. nr. 14 (RA Gelderland)

Wat mij betreft zou dit inderdaad op Katharina van Keppel kunnen slaan, maar dan nog is het niet duidelijk of dat dan de weduwe is van Herman van Buchorst ofwel de vrouw (of aanstaande vrouw) van Johan van Buchorst. Opvallend is dat zij Joffer van Bucksbergen wordt genoemd en niet weduwe van Buchorst. Daarom denk ik dat dit eerder een onderschrijving is voor de gedachte, dat zij trouwde met Johan van Buchorst.

Ook in de huwelijksacte uit 1500 van Eggerik Ripperda en Alijt van Buchorst wordt in een moeilijk leesbaar stukje de naam joffer Katharina van Buchorst genoemd:

Er lijkt te staan: "jonfer katherynen van buchorst synre moder ten dese dode". In het stukje ervoor staat wel duidelijk te lezen: Johan van Buchorst ende jonfer Hillen synre huysvrauwe ende ...", zodat de tekst van dit stukje is: Johan van Buchorst ende jonfer Hillen synre huysvrouw ende jonfer katherynen van buchorst synre moder ten des dode....

Maar ik ben hier beslist niet zeker van of dit er ook werkelijk staat, want erna staat nog: ... der drye v(oor)genoemden so sal ende mach jonfer Alijt van Buchorst...., zodat het misschien mogelijk is dat er niet staat 'ten des dode', maar 'na den dode', zodat er wellicht staat: ".... Johan van Buchorst ende jonfer Hillen synre huysvrouw ende jonfer katherynen van buchorst synre moder na den dode der drye v(oor)genoemden so sal ende mach jonfer Alijt van Buchorst....".

Als die lezing juist is, dan zou dat dus betekenen, dat de weduwe van Herman van Buchorst in 1500 nog leefde. Zij was weduwe sinds ongeveer 1468. Pikant in dit alles is nog, dat één van de huwelijks getuigen was 'de eersame Herman van Keppel, zegelend met de drie St. Jacobsschelpen, en dus uit het Gelderse geslacht van Keppel. Dat heeft mij ook wel eens verleid tot de gedachte, dat de weduwe van Herman van Buchorst misschien wel uit dit huis afkomstig zou kunnen zijn geweest. Maar voor dit alles is er dus ook geen enkel bewijs.

Uiteindelijk zijn er als enige aanwijzingen een aantal grafzerken met een stel wapens daarop, en die lijken te wijzen naar een huwelijk van Johan van Buchorst met een Nijenborgse van Keppel-vrouw.

Zij was volgens Sweder Schele dus Katharina van Keppel, dochter van de ambtman Herman van Keppel. Maar ook daar stuiten we op een probleem, want die wordt in 1425 genoemd met zijn vrouw Joanna van Hackfort en zijn 5 kinderen Jacoba, Herman, Frederik, Alijt en Gerd van Keppel. Een dochter Katharina wordt daar niet genoemd. Maar wat dat betreft lijkt het erop, dat dat probleem oplosbaar is:

In de Renunciatieboeken van Deventer in de periode 1430-1458 staan een aantal vermeldingen van een Herman van Keppel, maar daarbij is het wel een kwestie van opletten, want bij nadere bestudering daarvan blijkt het te gaan om twee verschillende personen: enerzijds is er Herman van Keppel met zijn vrouw Lutgert (die al voor 1410 gehuwd waren) en anderzijds ridder Herman van Keppel getrouwd met Gostouwe. Gotstouwe blijkt in 1433 weduwe te zijn van ridder Herman van Keppel, en dan wordt zij in 1447 genoemd met haar dochter Katharina van Keppel. Nauwkeurig onderzoek van deze stukken en van de Stadsrekeningen van Deventer brengt aan het licht, dat ridder Herman van Keppel de ambtman is geweest van Twente, en later van Salland en Diepenheim. Hij blijkt dan ook wel eens te wonen op Boxbergen. Onderzoek van enkele stukken leeert ons, dat het gaat om een ridder van Keppel, die zegelt met de 5 Ruiten, en die dus hoort tot het Nijenborgse geslacht van Keppel.

Zijn vrouw en weduwe Gotstouwe blijkt eerder gehuwd te zijn geweest met Henric van Dodincweerde, wiens weduwe zij al was in 1426. En uit een tweetal andere stukken wordt duidelijk dat zij Gotstouwe Momme van Kell was, zuster van Gerd Momme van Kell. Herman van Keppel had het goed Boxbergen gekocht van Sweder Hadeking, en heeft daar waarschijnlijk gewoond met zijn tweede vrouw Gotstouwe. Uit dat huwelijk is voortgekomen een dochter Katharina, vermoedelijk geboren rond 1430. Als zij door haar ouders het goed Boxbergen ontving, en vervolgens op latere leeftijd (45 jaar) getrouwd is met Johan van Buchorst en met hem een dochter Alijt kreeg (en vermoedelijk stierf zij kort na de geboorte van die dochter), dan is het heel logisch, dat Johan van Buchorst nadien 'tot Boxbergen' genoemd werd.