Mulert (onder constructie)

Sophia Mulert verschijnt in mijn kwartierstaat als echtgenote van Geert van Welvelde. In een stuk uit 1589 wordt vermeld, dat vanwege het overlijden van mr. Arnd Mulert een magescheid wordt opgericht tussen zijn broers en zuster Hessel, Albert, Ernst en Sophia Mulert, vrouw van Geert van Welvelde. Zij waren de 5 kinderen van Geert Mulert. Het magescheid werd opgericht door de twee broers Henrick en Geert Mulert, Hessel Mulert Egbertszoon en Hermen van Isselmuden. Die laatste zal de deelnemer zijn geweest van de maternele zijde.

Het gezin Geert van Welvelde X Sophia Mulert had tenminste 4 kinderen:

1. Johan van Welvelde
2. Seyne van Welvelde
3. Maria van Welvelde
4. Celia van Welvelde

De laatste dochter is vernoemd naar haar grootmoeder van vaderszijde, Celia van den Rutenberg. Johan werd vernoemd naar zijn grootvader Johan van Welvelde. Er bestaat in de literatuur geen zekerheid, wie de ouders waren van Sophia Mulert. Genoemd worden Geert Mulert X Fye van Ysselmuden, maar ook wordt wel gezegd, dat Sophia een dochter was van Ernst Mulert. Op grond van vernoemingsregels zou je nog kunnen veronderstellen, dat zij een dochter was van Seyne Mulert, en dat haar tweede zoon Seyne van Welvelde vernoemd is naar Seyne Mulert, die getrouwd was met -naar men zegt in de literatuur- Lutgard van den Marsche. Uit bovengenoemd stuk, dat ik met dank ontving vanwege B. Berings blijkt nu overduidelijk, dat hun vader dus Geert Mulert was, en dat je met vernoemingen erg moet oppassen.

Lutgard van den Marsche is dus bekend in literatuur als dochter van Hendrik ten Marsch, en dat schijnt wel juist te zijn, maar in de Zwolse Regesten komen een tweetal opvallende regesten voor:

 


 

Uit beide regesten blijkt Lutgard, getrouwd met Seyne Mulert, overduidelijk Lutgard van Haersolte te worden genoemd, en uit de actes blijkt ook, dat haar vader dan geweest is Hendrik van Haersolte. Lutgard wordt genoemd als tante van Marie, en Godert wordt oom genoemd van Marie van Haersolte. Godert en Lutgard van Haersolte waren dus broer en zus.

In de leenboeken van Overijssel komt voor:

Schoutambt ZWOLLE / buurschap Schelle
Dat erve to Schelne mit al sinen toebehoren.
Z.d. [1379-1382] (BA1 fol 40)
Henrijc van Haerste.
1394 apr 3 (BB fol 6v)
Henric van Haersolte.
* Dat guet tot Schelne, gelegen in den kerspel van Swolle, als dat heren Bertolts van Haersolte, syns vaders, was.
1419 feb 26 (BB fol 6v)
Bertolt van Haersolte na de dood van zijn vader Henric.
1422 okt 30 (BB fol 106)
Herman van Haersolte na de dood van zijn broer Bertolt.
1433 aug 8 (BC fol 20)
Herman van Haerste, zoals zijn vader Henric van Harsolte dat placht te houden.
* Dat erve ende guet toe Schelne mit synen toebehoer, mit 24 mergen lants in Mastebroeck gelegen.
** Vergelijk voor het land in Mastenbroek nr. 1577.
1438 okt 24 (BC fol 20)
Henric van Haerste, zoals zijn vader Henric dat placht te houden.
1439 aug 28 (BC fol 56v)
Marie, dochter van Herman van Haerste, na diens dood. Hulder haar oom Goedert van Haerste.
1456 okt 22 (BD fol 8v)
Marie, dochter van Herman van Haerste. Hulder haar man Gerit van Ysselmuden.
1471 dec 23 (BD fol 95v)
Hermen van Ysselmuden na de dood van zijn moeder Maria van Haersolte, vrouw van Geryt van Ysselmuden.
 

In deze beleningsreeks zien we opnieuw Maria van Haersolte, vrouw van Geert van Ysselmuiden. Zij wordt beleend in 1439 na het overlijden van haar vader Herman van Haersolte. Hulder haar oom Godert van Haersolte. Herman van Haersolte was dus broer van Godert van Haersolte. In 1422 werd Herman van Haersolte beleend na het overlijden van zijn broer Bartold van Haersolte, beiden zonen van Henrick van Haersolte, terwijl in 1438 nog een broer, Henric van Haersolte werd beleend, waarschijnlijk omdat Herman van Haersolte toen al was overleden.

De gegevens geven dus aanleiding tot dit schema:

Henric van Haersolte (+ ca. 1418)
|........................................|...........................|......................|....................|
Bertold                                  Herman                      Henric                 Godert               Lutgard (geb. voor 1418)
(+ 1422)                               (+ 1438)                                                                            X Seyne Mulert
                                                    |
                                          Maria (+ 1471)
                                     X Geert Ysselmuiden

 

In de leenboeken van Zutphen komt voor:

Die Merss met al sijn tobehoren, een dienstmansgoet, ontfangen bij Herman ten Merss, a. 1378.

Bartold ten Mersch ontfinck den Mersch tot eenen sadelgoede, met eenen perde te verhergewaden; item dat goet te Yoginck tot eenen wiltforstergoet, met eenen ponde te verhergewaden, a. 1405.
Nesa, weduwe Bartolds voorn., ontfinck dat goet ten Mersch, gelegen bij Zutphen, met sijnen tobehoren, a. 1411. Andreas Leering is hulder.
Jacob van der Merssche quam ende kois Henrick van Brienen tot eenen momber sijner goede, 8 jaer hem daermede te vernomberen, a. 1420.
Agnes, huysfrou Henricks van Brienen , ontfinck dat goet ten Marsche met sijnen tobehoren, gelegen in den kerspel van Zutphen, tot eenen dienstmansgoede, te verhergewaden met eenen peerde ofte met eenen ponde goet gelts, a. 1424.
Jacob ten Mersche tuchtigt sijn vrou Catrin a. 1430 ant gehele goet, ende so hij kinder bij haer nalaet, ant halve goet.
Agnese van den Marsch beleent, a. 1449. Henrick van den Marsch is haer hulder.
Eadem tuchtigt haren man Aloff van Coverden , a. 1454, ende dat, so sij sonder blivende gebeurt sterft.
Henrick ten Marsche bij transport Agnes voorn, beleent, a. 1461.
Idem, a. 1465.
Idem vernijt eedt, 12 Octobris 1473.
Hier staet: dat alinge goet ten Marsche, in den kerspel van Zutphen gelegen, daer naest gelegen is die alde Isul an deen, ende der stadt gemeyn te genieten die Marsche an dander sijde, tot Zutphenschen sadelgoets rechten.
Henrick Mulert bij transport sijner moder Lutgart, weduwe Seyn Mulerts, ende als erve Henrix ten Marsch beleent, 11 Junii 1481.
Gerrit Mulert bij transport sijnes broders Henrix, a. 1493.
Egbert Mulaert bij transport sijnes broders Gerrits, a. 1504.
Evert van Lintlo , drost, beleent, 10 Decembris 1514.
Evert van Lintlo, erve sijnes vaders Everts, 21 Junii 1529.

 

Uit deze beleningsreeks blijkt duidelijk in de belening van 1481 dat het gaat om Seyne Mulert (+ voor 1481) en zijn vrouw Lugard van Haersolte, maar zij wordt hier erve genoemd van Hendrik ten Marsche, die in 1461 werd beleend. De families van Haersolte uit Mastebroek en Ter Marsch bij Zutphen zijn dus identiek.

In bovenstaande belening valt de naam op van Evert van Lintelo. Hij wordt in 1514 beleend met het goed ten Marsch, nadat dat in bezit is geweest van de drie broers Henrick, Gerrit en Egbert Mulert, zonen van Seyne Mulert. Dat vervolgens Evert van Lintelo ermee wordt beleend is opmerkelijk. Deze Evert van Lintelo was gehuwd met Sophia Mulert, van wie de grootmoeder was Nese van den Rutenberg, zoals blijkt uit de grafsteen van Anna van Lintelo, dochter van Evert van Lintelo en Sophia (of Anna) van Heiden. Haar vader Evert was getrouwd met Sophia Mulert:

Een uitgekapt alliantiewapen; helmteken een vlucht en acht kwartieren:
 

1. Lintelo  

1. Van Heiden  

2. Mulert  

2. [Langen?]  

3. [Van der Walle]  

3. [Hesse]

4. Ruitenbergh  

4. Drie St. Jacobsschelpen   

         Hessel Mulert x Nese van den Ruytenberg
                   |
             Sophia Mulert x Evert van Lintelo

Als dus Evert van Lintelo in 1514 wordt beleend, dan is al snel de conclusie getrokken, dat hij beleend is geweest vanwege zijn huwelijk met Sophia Mulert. We zouden daarom de conclusie kunnen trekken, dat Sophia Mulert x Evert van Lintelo een nazaat was van Seyne Mulert en Lutgard van Haersolte/ten Marsch. Evert van Lintelo en Sophia Mulert waren in 1589 al getrouwd, en in het magescheid, waarmee ik dit artikel begon, wordt zij nicht genoemd van de erfgenamen van mr. Arnd Mulert. Haar vader Hessel zal dan n van de broers zijn geweest van mr. Arnd Mulert, zodat deze Sophia Hesselsdr Mulert een kleindochter is geweest van Geert Mulert. Het is nu de vraag, waarom Evert van Lintelo in 1514 werd beleend, omdat het er alle schijn van heeft, dat zijn vrouw geen direkte nazaat was van Seyno Mulert.

Uit de leengegevens Zutphen, zagen we:

Seyne Mulert X Lutgard v Haersolte
    |...........................|............................|
Henric                        Gerrit                        Egbert
(+ ca 1493)        (+ ca 1504)                (+ na 1504)

Uit het magescheid van 1489 zien we:

                                                 Geert Mulert
      |....................|.....................|......................|.....................|
mr. Arnd            Hessel                Albert                    Ernst                  Sophia
+ ca. 1487   X Nese Ruytenberg                                             X Geert van Welvelde              
                                 |
                     Sophia Mulert
                X Evert van Lintelo 

Uit het zelfde magescheid halen we nog de onderstaande gegevens, waarbij nog de kanttekening, dat het erop lijkt, dat dit dezelfde drie broers Henrick, Geert en Egbert Mulert zijn, zoons van Seyno Mulert X Lutgard van Haersolte ten Marsch:

                                               
Henrick..............Geert             Egbert
         + na 1489                               | 
                                                 Hessel Mulert Egbertszn

Uit andere bron ken ik:

De hier genoemde broers Henric, Geert en Egbert Mulert zijn vrij waarschijnlijk identiek aan de in de Zutphense Lenen genoemde broers. We zien hen hier gezamelijk genoemd als borgen voor elkaar voor een jaarrente, die Geert Mulert heeft verkocht. Ik meen deze acte in elk geval zo te mogen lezen, dat Geert Mulert, die deze jaarrente verkocht aan Tydeman Goyer, en dat hij hier financieel wordt 'gedekt' door zijn twee andere broers.

Deze Geert Mulert wordt in 1487 genoemd (en het gaat beslist om dezelfde Geert, want hij wordt genoemd in samenhang met zijn goed ten Doerne, zoals ook hierboven) als weduwnaar van Mechteld Coninck. Dat is een belangrijke identificatie, want hij is hoogstwaarschijnlijk dezelfde Geert Mulert, die vanaf 1478 gemeld wordt als Rentmeester van Salland en dat in 1496 nog steeds is. Hij is dan inmiddels hertrouwd met Agnes van Ittersum, en overlijdt rond 1504. Dit sterfjaar is behoorlijk in overeenstemming met het schema dat ik eerder gaf. Geert Mulert trouwde in 1461 in Utrecht met Mechteld Coninck, dochter van Godert Coninck. Hij hertrouwde vermoedelijk rond 1488. Uit zijn laatste huwelijk werd in elk geval Wolf Mulert geboren, en een andere zoon Herman Mulert, die in 1532 wordt genoemd als broer van Wolf Mulert Geertszoon.

Op 1 november 1500 (OA fol 50) werden deze goederen door de bisschop ontslagen uit de horigheid onder de Hof te Ommen en tot een Stichts leen aangenomen ten behoeve van Wolff Mulert, zoon van Gerrit Mulart, bisschoppelijke raad en rentmeester van Zallant, onder voorwaarde, dat uit die goederen als vanouds jaarlijks op Sint Maarten in de Winter (11 november) aan de rentmeester van Zallant 1 pond in Zallant gangbare munt aan "renthe ende schattinge" betaald zou worden. In het vervolg zou het goed, indien Wolff geen wettige nakomelingen zou hebben, vererven op zijn oudste broer of zuster, geen geestelijke zijnde. Zouden die ook geen wettige nakomelingen hebben, dan zou het goed vererven op het "naeste bloet". (Leenrepertorium Overijssel)

1511 November 25
Lubbert Mulert, richter te Hasselt, oorkondt dat Seyno Mulert Geertsz. verklaart dat Geert Mulert, zijn vader, gegeven heeft aan diens dochter Steven, geprofeste juffer van het convent to Zwarten water, een jaarlijksche rente van 12 heeren ponden, uit het erf den Doerne dat Seyno voornoemd nu bezit, doch dat Johan van Greethusen, proost van het convent en Seyno overeengekomen zijn om in plaats van deze 12 heeren ponden,6 heeren ponden erfelijk en eeuwig te lossen uit het erf ten Velde, gelegen in het kerspel en gericht van Hasselt.
Int jaer ons Heren duijsent vijfhondert ende elven, op den vijff ende twichtichsten dach in November des maents.

Deze acte noemt ook weer het goed ten Doerne, dus we mogen ervan uitgaan, dat hier gesproken wordt over twee kinderen van Geert Mulert (uit 1ste dan wel 2de huwelijk), Seyno en Steventje

Schoutambt STAPHORST en ROUVEEN / buurschap Rouveen
Die bottergulde op den Ruwen Vene
1435 nov 8 (BC fol 48)
Henric Bruyns na opdracht door Seyne van den Water.
* 12 hoeven lants opten Ruwenvene mitten broeke bij der Ruyten ende in der Ruyten ende mitter bottergulden, soe Henric van Diese dat te samen plach te holden.
1435 nov 8 (BC fol 48)
Seyne Mulert na opdracht door Henric Bruyns.
1456 okt 19 (BD fol 2v)
Seyne Mulert.
1467 sep 22 (BD fol 79v)
Henric Mulert na de dood van zijn vader Seyne Mulert.
1492 jul 20 (BD fol 186v)
Johan Mulert na opdracht door Henric Mulerdt.
1498 jan 13 (BE fol 53)
Johan Mulerdt.
1512 mei 4 (BE fol 106v)
Christoffel Mulert, onmondig, na de dood van zijn vader Johan Mulert. Hulder Herman Ovyng.
 

Lastig is hier de overgang van de belening in 1492. Uit de tekst blijkt niet of Johan Mulert de zoon was van Henric Mulert, maar later zal blijken, dat het hier gaat om Johan Hesselszoon Mulert, die in 1512 overleed.


-----

Schoutambt STAPHORST en ROUVEEN / buurschap Staphorst
Tweelftehalf vierdel bateren erfliker renthen, gaende uut zekeren gueden ter heerlicheyt van Runen behoerende, in den kerspel van Staphorst up der Bullinge op der Ruympte gelegen.
** 1456 heeft : "botteren".
1451 feb 21 (BC fol 40v)

Seyne Mulert na opdracht door Johanna van Runen.
1456 okt 19 (BD fol 2v)
Seyne Mulert.
1467 sep 22 (BD fol 79v)
Henric Mulert na de dood van zijn vader Seyne Mulert.
1497 jun 7 (BE fol 19)
Henrick Mulert.
1499 okt 4 (BE fol 61v)
Seyn Mulert na de dood van zijn vader Henrick Mulert.
1518 jul 14 (BF fol 28)
Seyne Mulert.
1526 jan 7 (BG fol 21)
Seyne Mulert.
1537 nov 15 (OA fol 107v)
Johann Mulert Seynenssoen na de dood van zijn vader Seyn Mulert.

                   Seyne Mulert (+ ca. 1467) X Lutgard van Haersolte (+ na. 1481)
    |.................................................................|.................................................|
Henric                                                                       Geert (* voor 1440)                           Egbert
(+ ca. 1498)                                                X Mechteld Coninck (1461)
X Boele Boelmans                                    XX Agnes van Ittersum (1488)
|                                                           |..................|..................|...............|
Seyne                                              Seyne            Johan               Wolf            Steventje
+ca 1537  

Over de derde zoon van Seyne Mulert en Lutgard van Haersolte, Egbert Mulert heb ik maar weinig gegevens gevonden. Hij zou gehuwd zijn geweest met N. Sure. De drie broers Henric, Geert en Egbert Mulert worden gezamelijk al eens genoemd in een stuk uit 1478. In datzelfde jaar is er ook een stuk, waarin Henrick Mulert en joffer Boele, echtelieden in Hasselt genoemd worden. Henrick Mulert wordt sinds 1470 genoemd als rechter in Hasselt, terwijl Geert Mulert sinds 1469 genoemd wordt als Schepen van Hasselt (in 1471 wordt hij in een stuk genoemd, waaruit blijkt dat dan ook nog Geert Mulert "den Oelden" in leven is).

Ik wil hier nog eens terugkomen op Evert van Lintelo en zijn vrouw Sophia Mulert. In 1514 wordt Evert van Lintelo genoemd als leenvolger van Egbert Mulert:

Henrick Mulert bij transport sijner moder Lutgart, weduwe Seyn Mulerts, ende als erve Henrix ten Marsch beleent, 11 Junii 1481.
Gerrit Mulert bij transport sijnes broders Henrix, a. 1493.
Egbert Mulaert bij transport sijnes broders Gerrits, a. 1504.
Evert van Lintlo , drost, beleent, 10 Decembris 1514.
Evert van Lintlo, erve sijnes vaders Everts, 21 Junii 1529.

 

Maar uit de wapens van Anna van Lintelo bij haar graf blijkt Sophia Mulert een dochter te zijn van Hessel Mulert X Agnes van den Rutenberg. Met dit echtpaar heeft ook de volgende belening te maken:

Schoutambt DALFSEN / buurschap Welsum
Dat erve, geheiten Lutteken Wichering, gelegen in den kerspel van Dalfsen in der buerscop to Welsen, mit soedane tienden alse Roelof van den Rutenberge, hoer vader, te holden plach.
1466 aug 28 (BD fol 76)
Nyese van den Rutenberge na de dood van haar achterleenheer heer Dirck Camferbeke, van wie haar vader en zij dit goed te leen hadden gehouden. Hulder haar man Hessel Mulert.
** In latere beleningen blijkt van de achterleenverhouding niets meer.
1497 jun 7 (BE fol 19v)
Nyese van den Rutenberge, weduwe van Hessel Mulert. Hulder Gheryt Mulerdt.
1512 mei 4 (BE fol 106v)
Christoffel Mulert, onmondig, na de dood van zijn grootmoeder Nyese van den Rutenberge, na kwijtschelding van alle verzuim, dat daardoor was ontstaan, dat Christoffels overleden vader Johan Mulert na de dood van diens moeder Nyese voornoemd geen belening had verzocht. Hulder Herman Ovyng.

Schematisch levert dit voorlopig op:

Hessel Mulert (+voor 1497) X (voor 1467) Agnese van den Rutenberg
    |...........................|......................................|...................................|
 Roelof                        Jutte                              Johan Mulert (+ 1512)              Sophia X Evert van Lintelo
 (+ ca 1538)                                                             |
 X  (voor 1505)                                                 Christoffel
Alijt van Buchorst

In de periode 1460-1500 hebben we dus vooral te maken met Henrick, Geert en Egbert Mulert, kinderen van Seyno Mulert (+ ca. 1467), en met Hessel, mr. Arnd, Albert, Ernst en Sophia Mulert, kinderen van Geert Mulert (+ ca. 1472), en tenslotte nog Hessel Mulert Egbertszoon. Er zijn nu een aantal vraagstukken op te lossen: van wie stamt Hessel Mulert Egbertszoon, en wie was Geert Mulert, vader van de 5 broers en zuster Mulert uit het magescheid. Verder is het duidelijk, dat de verschillende takken Mulert onderling erg nauw verbonden zijn gebleven. Zowel Henrick als Geert Mulert, en ook Hessel Egbertszoon Mulert, zien we optreden als 'leiders' van de familie.

Henrick Mulert en Geert Mulert blijken zich ontfermt te hebben over Johan Hesselszoon Mulert. In 1492 transporteert Henric Mulert Die bottergulde op den Ruwen Vene op Johan Mulert, in 1497 is Geert Mulert hulder voor Johan's moeder, weduwe van Hessel Mulert. Toch zijn de broers Henric, Geert en Egbert Mulert geen broers van Hessel Mulert, want uit de beleningsreeks in Dalfssen is te zien, dat Hessel een zoon was van Geert Mulert, "de Oelden" genoemd in 1471.

Zo kunnen we tot de conclusie komen, dat de drie vaders van enerzijds Henrick, Geert en Egbert, als van Hessel, mr. Arnd, Albert, Ernst en Sophia, en tevens van Hessel Egbertszoon Mulert, vermoedelijk broers zijn geweest. Die drie vaders waren Seyno, Geert en Egbert Mulert.

Schoutambt DALFSEN / buurschap Gerner
Den tienden over den Westerhof, over Essikensgoet ten Hillighencampe, over Gerdsgoet oppen Thye, over Roelf des Meltersgoet, over 't huys opten Winkel, al grof ende smal, ende voert over ander acker, tesamen gheleghen in dier buerscap to Gerner in Dalvessemer kerspel.

1456 okt 19 (BD fol 2v)
Gert Mulert.
1473 okt 28 (BD fol 103v)
Hessel Mulert na da dood van zijn vader Gerit Mulers.
1497 jun 6 (BE fol 18)
Roeloff Mulert na de dood van zijn vader Hessel Mulert.
1518 jul 2 (BF fol 25)
Roeloff Mulert.
1525 feb 12 (BG fol 17)
Roeloff Mulert.
1534 jul 16 (OA fol 91)
Roeloff Mulart.
1538 sep 18 (OA fol 111)
Willem Mulart na de dood van zijn vader Roloff Mulart.

Bovendien zien we hier nog een zoon, vermoedelijk een oudere zoon, Roelof Mulert Hesselszoon, waarin Hessel een zoon was van Geert Mulert, de Oelden, die omstreeks 1473 overleed.

Na het overlijden van Geert Mulert, Rentmeester van Salland, werd in diezelfde functie Johan Mulert benoemd. We zien van hem enkele vermeldingen, de laatste op 6 juli 1510 (Oud Archief Hasselt inv. nr. 630). We kunnen er gerust van uitgaan, dat het hier gaat om Johan Hesselszoon Mulert. In 1512 wordt zijn onmondige zoon Christoffel beleend. Roelof Mulart Hesselszoon wordt voor het eerst vermeld in het oud archief Hasselt in 1505 met zijn vrouw Alijt van Buchorst. Mogelijk hadden Hessel Mulert en Agnes van den Rutenberg ook nog een dochter Jutte, getrouwd met Roelof de Vos van Steenwijk.

Seyne, Geert en Egbert Mulert: broers?

Waarschijnlijk waren zij broers, hoewel dat niet geheel zeker is.

Seyne Mulert is identiek aan degene, die we hierboven hebben genoemd. Hij was getrouwd met Lutgard van Haersolte en hij overleed ca. 1466. Waarschijnlijk was hij de oudste van de drie broers. Dat valt af te leiden uit de prominente rol, die zijn zoons hadden binnen de familiestructuur. Geert Mulert overleed ca. 1473, en wordt in 1464 en 1471 de Olde genoemd:

Egbert van den Rutenberge, Arent Sloet en Tijman Morriaen als huwelijkslieden van Roleff van Echten en Albert van Steenwijck, Geryt van Yselmuden en Johan van den Cloester als huwelijkslieden van Bate Johansdochter van Steenwijck verklaren huwelijksvoorwaarden te hebben opgesteld tussen Roleff en Bate. Aan Roleff zal betaald worden door Wolter Stellinck 300 herenponden, door Gheert Mulert de olde 200 herenponden, en 700 herenponden door Hadewych Mulert, weduwe Johan van Steenwijck. Bate zal enige kleding krijgen. Bezegeld door de huwelijkslieden en door Ceyne Mulert. Origineel, met zes van de zeven zegels. 1464 juli 19, sdonredges nae sant Margarieten daghe der hilliger jonckfrouwen

Geert Mulert de oude wordt in de literatuur genoemd, gehuwd te zijn geweest met Sophie van Ysselmuiden. Dat blijkt juist te zijn, zoals we zien in de Boedelscheiding uit 1428 binnen de familie van IJsselmuden. Tussen 1440 en 1470 zijn er een aantal stukken, waarin Geert, Seyne en Egbert Mulert twee aan twee voorkomen, maar nergens zag ik hun familierelatie genoemd. Daarom eerst maar eens gekeken naar de beleningsreeks, waarvan ik eerder al een stukje weergaf:

Schoutambt DALFSEN / buurschap Gerner

Den tienden over den Westerhof, over Essikensgoet ten Hillighencampe, over Gerdsgoet oppen Thye, over Roelf des Meltersgoet, over 't huys opten Winkel, al grof ende smal, ende voert over ander acker, tesamen gheleghen in dier buerscap to Gerner in Dalvessemer kerspel.

1402 nov 9 (BB fol 49v)
Egbert Mulart na de dood van zijn broer Seyne.
1404 jun 18 (BB fol 49v)
Gheryt Mulart na de dood van zijn vader Egbert.
1433 aug 3 (BC fol 14)
Geert Mulert, zoals hem die waren aangekomen van zijn vader Egbert.
1456 okt 19 (BD fol 2v)
Gert Mulert.
1473 okt 28 (BD fol 103v)
Hessel Mulert na da dood van zijn vader Gerit Mulers.

Schematisch:

Seyne Mulert.......................................Egbert Mulert (+ 1404)
(+ ca 1402)                                                       |
                                                                        Geert Mulert (* ca 1390, + 1472)
                                                                             |
                                                                       Hessel Mulert (+ ca. 1497)

Hieruit kunnen we al zien, dat Geert Mulert een aanzienlijke leeftijd bereikt. Omdat hij in 1404 beleend wordt zonder hulder, moet hij dan al 14 jaar geweest zijn. Hij is dus ongeveer geboren rond 1390. Vermoedelijk zal hij dus rond 1420-1430 wel getrouwd zijn geweest. In mijn gegevens komt zelfs een preciese datum voor dat Geert Mulert en Fye van Ysselmuiden getrouwd zijn op 12 jan. 1422, maar de achterliggende bron is mij niet bekend. Maar deze datum kan heel goed kloppen, gezien onderstaande gegevens:

NL 1938 pag. 440-441
22 jan. 1428
Wij Lambert, Gheert ende Evert gebroders van Yselmuden bekennen ende betugen mit dessen openen brieve, dat wy mit unsen vrien willen ende gueden berade onss ende bi onsen vrienden hyr nae bescreven die daer over ende an gewesen hebben als moetsoens lude ende scheydeslude als Gheert Stellinck, Gheert Mulaert, Egbert Mulaert, Rolf Waninck ende Otto Waninck van alsulcker erfnisse ende guede als hem an bestorven is van dode oere vadere ende oere moeder den God genedich sy in aldusdanen vorwaerden, dat Lambert ende Henric syn broeder hebben soelen alsulc guet als gelegen is inden kerspel van IJselmuden ende Wilsem mit rade ende onrade; hyr af soelen betalen Lambert ende Henric voirss. Gheerde van Tybenkamp ende Konnen synre huysvrouwen oer suster tot rechter medegaven hundert olde schilde ende sestich, voert soe soelen si geven Jonfer Ripen oer suster twaleff heren pont des jaers tot oeren live, ende dat sal weder comen up Lambert ende Henric voirss. oft oeren erfg. hyr en tiegen sal hebben Geert ende Evert voirss. alsoedanich guet als hem an bestorven is van oer vader ende moeder voirss. als gelegen is in der heerlicheit van Rune ende in Drenthe, hyr soelen Geert ende Evert voirss. van betalen Gheert Mulaerde ende Fyen synre huysvrouwen oer suster tot rechten medegaven hundert overlantsche rensche gulden.
Ende den abd van Dickeningen die summe die sy hem schuldich syn van oere suster Jonfer Lisen. Ende voert die sess virendeel botteren die sie oere suster Lisen voirss. gemaect hebben to lieftuchte, die soelen weder comen up Geert ende Euert voirss. oft up oeren rechten erfg. Voert sint vorwaerde alsulck guet als sie liggende hebben in den lande van Ghelre
in den kerspel van Dersp( yk?) ( = Doornspijk?) teende ende arve daer sal Lambert ende Henric voirss. die helfte van hebben ende Geert ende Evert voirss. die ander helfte ende dit voirss. guet sal Lambert voirss. hoelden in leenscherwere, voert soe sal die manscap Lambert behoelden alsoe lange als hi levet, wan hij niet langer is soe sal die manscap comen up
den oldesten broeder die dan Guesinge beseten hevet ende niet up Lambert kinder
, voert sal Lambert voirss. Henric sinen broeder voirss. vernoegen van desser voirss. arfnisse dat daer Geert ende Euert voirss. ghien last van hebben soelen. Ende desser brieve syn twe al eens sprekende, die een heeft Lambert ende Henric voirss. ende den anderen Gheert ende Evert voirss. In oirconde der waerheit want wy Lambert, Geert ende Euert voirss. willen dat desse punten stede ende vast bliven soelen. Soe hebbe wy Lambert, Geert ende Euert voirss. voer onss voer Henric onsen broeder onse segele an dessen brieff gehangen.
Gegeven int jaer onss Heren dusent vierhundert acht ende twintich up Sancte Vincenciusdach.

In een artikel over v. Isselmuden in dit tijdschrift (NL 1906, kol. 118) wordt een Ernst van Isselmuden genoemd, gehuwd met Isabeel Guedzing, die een zoon Lambert hadden, vermeld in 1422. Ik meen, dat dit echtpaar de ouders zijn van de in het bovengenoemde stuk delende kinderen.

1. Lambert van Isselmuden, leeft 1428 en erft met
2. Henric van Isselmuden het goed in het kerspel Isselmuden en Wilsum.
3. Konne van Isselmuden, gehuwd vr 1428 met Gheert Tybenkamp.
4. Ripe van Isselmuden, een ongehuwde juffer in 1428.
5. Fye van Isselmuden, vr 1428 gehuwd met Gheert Mulert
6. Geert van Isselmuden, leeft 1428 en verkrijgt met
7. Evert van Isselmuden het in de heerlijkheid Ruinen gelegen goed Guesinge, waarschijnlijk door de moeder aangebracht.
8. Lise van Isselmuden, in 1428 blijkbaar in het klooster Dickninghe.


Geert Mulerts zoon Hessel was in 1473 leenvolger. Van hem weten we zeker, dat hij voor 1467 getrouwd was met Agnes van den Rutenberg Roelofsdochter. Hessel is dus wel zeker geboren voor 1450, maar het is beslist niet gewaagd om zijn geboortejaar rond 1430-1440 te plaatsen. Uit een stuk uit 1500 blijkt, dat Hessel Mulert nog zeker enkele broers had, immers op 30 oktober 1500 voeren de broers Albert en Ernst Mulert, en de broers Roelof en Johan Mulert, vanwege wijlen hun vader Hessel Mulert, de beschikking uit van hun overleden broer resp. oom Aernt Mulert.

Hieruit blijkt dus, dat Hessel Mulert nog tenminste als broers had: Albert, Ernst en Arnd Mulert, en dat de zonen van Hessel, te weten Roelof en Johan Mulert in hun vaders plaats de beschikking helpen uitvoeren (hun vader was in 1497 gestorven).

Egbert Mulert (+ 1404)
            |
Geert Mulert (* ca 1390, + 1472)
X (1422) Sophia van Ysselmuiden
            |...................................|.............................|...........................|..........................|
Hessel Mulert (* voor 1440)    Arnd                             Albert                            Ernst                        Sophie
|.................|                        (+ voor 1489)              (+ na 1500)                 (+ na 1506)           X Geert van Welvelde
Roelof        Johan

In 1510 wordt in Hasselt genoemd Gerard Mulert, natuurlijke zoon van Ernst Mulert, gehuwd met Elisabeth NN. Volgens informatie van de heer D. Westerhof had Ernst Mulert ook nog een dochter en een zuster genaamd Sophie, en intussen weten we dat zij getrouwd was met Geert van Welvelde. De andere broers en zuster(s) van Hessel Mulert zullen ongeveer geboren zijn tussen 1440 en 1455. Dat is best een aanvaardbaar schatting, gezien ook hun overlijdensgegevens.

De naam Egbert Mulert komen we ook tegen in de beleningen van Overijssel:

Schoutambt DALFSEN / buurschap Hessum
Dat huys, geheten dat Nyehuys, tot Hessem.
1394 aug 20 (BB fol 19v)
Luytgaert, vrouw van Rulof van den Rutenberghe. Hulder haar man.
1408 apr 28 (BB fol 19v)
Henric van Essen na de dood van zijn moeder.
1433 okt 30 (BC fol 27v)
Johan van Tyveren.
* Twee erve, gelegen in den kerspel van Dalffsem in der buerschap toe Hessen, dat een geheiten dat Nyehues, dat ander Hademyncksgoet.
** "Hademyncksgoet" is waarschijnlijk identiek met nr. 105, waarvan de naam vermoedelijk in de beschrijving van 1394 bij vergissing weggelaten is.
1433 okt 30 (BC fol 27v)
Ide, dochter van Johan van Tyveren. Hulder haar man Egbert Mulart.
* Dat erve ende goet geheiten dat Nyehuys. Item Hademyncksgoet, beide gelegen in den kerspel van Dalfsem in der buerscap toe Hessen.
1456 okt 19 (BD fol 3)
Ide, dochter van Johan van Tyveren. Hulder haar man Egbert Mulert.
1466 mei 2 (BD fol 3)
Ide, dochter van Johan van Tyveren, met lediger hand. Hulder Gerit Mulert Seynenssoen na de dood van Egbert Mulert.
1489 jul 3 (BD fol 165v)
Hessel Mulert Egbertszoen na de dood van zijn moeder Yde van Tyveren.
1497 jun 7 (BE fol 19)
Hessel Mulert Egbertszoen.

--------

Een erve to Spoelde mit ses morghen lants in Mastebroec, in Zwoller kerspel.
Vergelijk voor het land in Mastenbroek nr. 1580.
Z.d. [1379-1382] (BA1 fol 42)
Henriic Claessoen.
1433 okt 30 (BC fol 27v)
Johan van Tyveren.
* In den kerspel van Zwolle in der buerschap toe Spolde twee erve, dat een geheiten dat Halve Mewesberge, dat ander dat Goed by den Dyck.
1433 okt 30 (BC fol 27v)
Ide, dochter van Johan van Tyveren. Hulder haar man Egbert Mulart.
1456 okt 19 (BD fol 3)
Ide, dochter van Johan van Tyveren. Hulder haar man Egbert Mulert.
1466 mei 2 (BD fol 3)
Ide, dochter van Johan van Tyveren, met lediger hand. Hulder Gerit Mulert Seynenssoen na de dood van Egbert Mulert.
1489 jul 3 (BD fol 165v)
Hessel Mulert Egbertszoen na de dood van zijn moeder Yde van Tyveren.
1497 jun 7 (BE fol 19)
Hessel Mulert Egbertszoen.

Egbert Mulert was dus al voor 1433 getrouwd met Ide van Tyveren. In 1466 blijkt hij reeds overleden, en dan is Geert Mulert Seyne's zoon hulder voor Ide van Tyveren. Overigens hadden Egbert Mulert en Ida van Tyveren ook een zoon Geert, en die was vermoedelijk de oudste, want op 10 oktober 1467 is hij momber voor zijn moeder. Deze zoon Geert is vermoedelijk voor 1489 overleden. Vanaf 1489 wordt Hessel Egbertszoon Mulert beleend met de goederen.

Het is erg lastig om het onderscheid te maken tussen Hessel en Hessel Egbertszoon Mulert. Zij zijn ongeveer tezelfdertijd geboren, maar in een aantal stukken wordt gelukkig de toevoeging "Egbertszoon" gegeven. Hij is geen broer van de drie zonen van Seyne Mulert, die in 1478 worden genoemd inzake een schuld aan Tijdeman Ghoijer, maar hij erkent die schuld samen met de drie broers. Hij moet dus wel een naaste verwant zijn. Dat blijkt ook uit het hulderschap in 1466 van Gerit Mulert Seynenssoen (hoewel dat natuurlijk niet helemaal zo duidelijk hoeft te zijn, omdat het daarbij ook zou kunnen gaan om een zoon Geryt Mulert van de in 1402 overleden Seyne Mulert (zie eerder)).

Zo hebben we waarschijnlijk de twee vragen beantwoord, die ik tevoren stelde: wie precies was de vader van Hessel Egbertszoon Mulert, en wie precies was Geert Mulert, vader van Hessel, mr. Arnd, Albert, Ernst en Sophia Mulert.

 

In dit schema heb ik niet opgenomen Hadewijch Mulert, getrouwd met Johan van Steenwijk (+ voor 1464). Zij was denkelijk een zuster van de drie broers Egbert, Geert en Seyno Mulert.

Nog enkele data uit Dr. W.J. Formsma, De Oude Archieven der Gemeente Hasselt (tussenhaakjes wat kleine opmerkingen mijnerzijds):

8 maart 1401 Egbert Mulert genoemd als keurnoot in Hasselt
12 sept. 1401 Egbert Mulert genoemd als schepen van Hasselt (laatste vermelding)
12 mei 1432 Egbert Mulert genoemd als schepen van Hasselt
29 mei 1437 Egbert Mulert genoemd als schepen van Hasselt
4 mei 1438 wordt Geert Mulert genoemd te Hasselt
12 juni 1446 Geert Mulert, rechter te Hasselt
25 september 1447 Geert Mulert genoemd als schout te Hasselt
24 juli 1451 Seijne Mulert genoemd als schepen te Hasselt
3 maart 1453 Seijne en Egbert Mulert als getuigen genoemd in Hasselt
20 april 1456 Geert en Egbert Mulert treden op namens Hasselt (mogelijk is dit Geert Mulert's laatste optreden in functie)
13 december 1458 zijn Geert en Seyne Mulert huwelijksgetuigen voor Elzebe van Munster x Wolf van Ittersum
31 juli 1459 Egbert Mulert, schepen van Hasselt
1 februari 1460 Hessel Mulert, schepen van Hasselt (1ste vermelding)
23 januari 1464 Egbert Mulert, schepen van Hasselt (laatste vermelding)
28 september 1469 Geert Mulert, schepen van Hasselt (1ste vermelding)
20 december 1470 Henric Mulert, rechter te Hasselt (1ste vermelding)
12 december 1471 Geert Mulert, schepen te Hasselt en Geert Mulert, de Olden (diens laatste vermelding)
24 maart 1472 Henrick Mulert, rechter te Hasselt, en Hessel Mulert, keurnoot te Hasselt.
1 maart 1474 wordt Meester Arnt Mulert als lid benoemd van het Hof te Zutphen.
13 jan. 1475 Henrick Mulert, rechter te Hasselt, Gheert Mulert, keurnoot te Hasselt
4 november 1477 Henrick Mulert, rechter te Hasselt, Gheert Mulert, keurnoot te Hasselt
17 november 1477 Geert Mulert, optredend namens Haersolte, Hessel Mulert namens Hasselt
9 sept. 1478 De broers Henrick, Geert en Egbert Mulert, en Hessel Egbertsoen Mulert over een jaarrente
3 okt. 1478 Henrick Mulert en joffer Boele, echtelieden
27 april 1480 Henrick Mulert, rechter, en Hessel Egbertsz Mulert, keurnoot
12 december 1482 Henrick Mulert, rechter, met een vermelding van Ernst Mulert
4 februari 1484 Henrick Mulert, rechter te Hasselt
28 juni 1485 Geert Mulert, rentmeester van Salland.
21 december 1485 Meester Arnoldus Mulert
16 augustus 1486 Ernst Mulert, schepen te Hasselt (1ste vermelding)
9 januari 1487 Henrick Mulert, rechter te Hasselt, en Alpher (=Albert) Mulert, keurnoot (1ste vermelding)
13 februari 1488 Gherijt Mulert, rentmeester van Sallant
26 januari 1489 Egbert Mulert, schepen van Hasselt (1ste vermelding)
23 januari 1490 Alfer Mulert, schepen van Hasselt
27 januari 1490 Hessel Mulert Egbertsoen
1490 diverse vermeldingen Henrick Mulert, rechter
18 september 1490 Hessel Mulert
20 jan 1491 Gerit Mulert, rentmeester Salland
24 jan 1492 Egbert Mulert schepen van Hasselt
14 februari 1492 Henrick Mulert, rechter, Ernst Mulert, keurnoot over land in de buurt van Hessel Mulert
15 februari 1493 Gerijt Mulert, rentmeester van Salland
23 april 1493 Arnoldus Mulert, Hessel Mulert, Henrick Mulert, rechter te Hasselt, en Gherijt Mulert, rentmeester van Salland, doen een bemiddeling in een conflict. Genoemd wordt ook nog de weerd van wijlen Egbert Mulert
3 maart 1494 Henrick Mulert, rechter te Hasselt (laatste vermelding)
7 juli 1494 Gerit Mulert, rentmeester van Salland
28 juli 1495 Gerit Mulert, rentmeester van Salland
19 januari 1498 Gherijt Mulert, rentmeester van Salland
26 juli 1498 Ernst Mulert, burgemeester te Hasselt, en Lubbert Mulert, rechter te Hasselt (1ste vermelding)
4 juli 1500 Lubbert Mulert, rechter te Hasselt
30 oktober 1500 de broers Albert en Ernst Mulert, en hun neven Roelof en Johan Mulert, zonen van Hessel Mulert.
29 juli 1502 Gerijt Mulert, rentmeester van Salland
8 maart 1503 Johan Mulert over een jaarrente van wijlen zijn grootvader Gheert Mulert (dit betreft Johan Hesselszoon Mulert)
24 maart 1503 Lubbert Mulert, rechter
10 november 1503 Gerijt Mulert, rentmeester van Salland
29 jan  1504 Gerit Mulert, rentmeester van Salland ontvangt 44 oude schilden
31 januari 1504 Boele, weduwe van Henrick Mulert, legateert een rente. Haar voogd is Egbert Mulert
28 juni 1504 Johan Mulert, rentmeester in Salland
6 maart 1505 Roelof Mulert en Alijt zijn echtgenote (dit is Alijt van Buchorst)
13 juni 1505 Roelof Mulert, schepen van Hasselt
21 september 1505 Johan Mulert, rentmeester van Salland, ontvangt 44 oude schilden

Vergelijken we deze gegevens met de belening bij Zutphen:

Henrick Mulert bij transport sijner moder Lutgart, weduwe Seyn Mulerts, ende als erve Henrix ten Marsch beleent, 11 Junii 1481.
Gerrit Mulert bij transport sijnes broders Henrix, a. 1493.
Egbert Mulaert bij transport sijnes broders Gerrits, a. 1504.
Evert van Lintlo , drost, beleent, 10 Decembris 1514.

NB. Evert van Lintelo was getrouwd met een andere Sophia Mulert. Zij was een nicht van Sophia Mulert X Geert van Welvelde.

We zien dat deze gegevens goed overeenkomen met de bovenstaande gegevens. Lubbert Mulert is vermoedelijk vernoemd naar zijn grootvader Lubbert Boeleman. Een broer van Lubbert Mulert was Seyne Mulert, die getrouwd was met Sophia van Wullen:

1503 jul 6 (dl. A, fol. 57v).
Derick van Bevervoerde, zoon van Arnt van Bevervoerde, na opdracht door zijn vader, die er eerst mee werd beleend.
Get.: Gert Mulert, rentmeester, en Seyne Mulert Henrixsen, leenmannen van het Sticht Utrecht.

Johan Mulert, zoon van Geert Mulert X Mechteld de Coninck, trouwde 11 mei 1508 met Mechteld van Ittersum, dochter van Wolf van Ittersum X Elisabeth (Elzabe) van Munster (Wolf van Ittersum en Elisabeth van Munster sloten op 13 december 1458 huwelijkse voorwaarden, waarbij aanwezig waren Geert en Seyne Mulert als bruidslieden).

Geert en Seyne Mulert zoons van Egbert Mulert waren ongetwijfeld aanwezig als bruidslieden vanwege hun familierelatie met Mechteld Mulert, die rond 1400 getrouwd was met Johan Van Ruinen.

In 1908 pag. 431 in de Navorscher schrijft J. Wagner nog:

Johan de Vos van Steenwijk, bel. met Ruinen 1402, tr. Mechteld Mulert, sterven beiden 1411 aan besmettelijke ziekte. Laten na : Johanna de Vos van Steenwijk, tr. Ie 1425 Berent van Munster, ob. 1443 en tr. ze Roelof van Laer Woltersz., ob. 1477

In datzelfde nummer van Navorscher 1908 op pag. 203 wordt deze Johanna genoemd een dochter van Johan Huus heer van Ruinen met Mechteld Mulert.

Schoutambt DALFSEN / buurschap Gerner
Den tienden over den Westerhof, over Essikensgoet ten Hillighencampe, over Gerdsgoet oppen Thye, over Roelf des Meltersgoet, over 't huys opten Winkel, al grof ende smal, ende voert over ander acker, tesamen gheleghen in dier buerscap to Gerner in Dalvessemer kerspel.
Z.d. [1379-1382] (BA1 fol 46v)
Aelbert Mulert.
1394 nov 8 (BB fol 22v)
Aelberdt Mulart.
1396 nov 23 (BB fol 22v)
Seyne Mulardt na de dood van Albert Mulardt.
1402 nov 9 (BB fol 49v)
Egbert Mulart na de dood van zijn broer Seyne.
1404 jun 18 (BB fol 49v)
Gheryt Mulart na de dood van zijn vader Egbert.
1433 aug 3 (BC fol 14)
Geert Mulert, zoals hem die waren aangekomen van zijn vader Egbert.
1456 okt 19 (BD fol 2v)
Gert Mulert.
1473 okt 28 (BD fol 103v)
Hessel Mulert na de dood van zijn vader Gerit Mulers.

Deze beleningsreeks, die ik al eerder weergaf, geeft nog wat informatie, die niet duidelijk maakt, welke relatie de broers Seyne en Egbert Mulert hadden met Albert Mulert (+ca 1396) (die gehuwd was met Beatrix NN. zoals blijkt uit een andere belening in Vollenhove). Albert Mulert wordt in 1379 genoemd als schout van Hasselt, en hij wordt in 1382 ook zo vermeld:

Oud Archief Hasselt stuknr. 28:
dd. 31 aug. 1382: Aelbert Mulert genoemd als schout van Hasselt.
Stuknr. 32 dd. 5 april 1389 idem.
Stuknr. 31 dd. 29 aug. 1390 idem met tevens een vermelding 'Uppen Enge" van Seyne Mulert's huis.
Stuknr. 43 dd. 1 juni 1397 noemt als schout van Hasselt: Seyne Mulert, en tevens een vermelding van Hessel Mulert.
Stuknr. 47 dd. 8 maart 1401 noemt de hofstede van Seyne Mulert naast Willem Scorde en de steeg van het stadhuis.

Uit het artikel in het CBG Jaarboek 1964 over de oudste generaties Mulert halen we enkele belangrijke regesten:

30 maart 1398 (Inv. nr. 594, regest nr. 15):
Henric die Zure, Helmich die Zure, Johan Hagen en Johan Catreep, scheidslieden in het ,,dedingende scheyt tusschen Godeken Mulert aan de eene, en diens broeder Johan aan de andere zijde, verklaren, dat Johan Mulert o.a. hebben zal het huis, hof en erf bij Westerkercken, zoo als hun broeder Albert dit gehad heeft, benevens 8 morgen land met het daartoe behoorende veen ,,opter Benthet gelegen, verder dat na het overlijden hunner moeder, Johan, onder nader omschreven voorwaarden, nog zal hebben twee ramp land, gelegen aan den Oldenwech, en dat daarmede Johan van alle verdere erfnis, herkommende van zijn vaders of broeders kant, alsmede na het overlijden hunner moeder is uitgesloten.

Bovendien noemen zij nog: 21 sept. 1381 (Reg. bissch. archief nr. 1048)
Aelbert Mulert Hesselszoon met Godiken Mulert, vermoedelijk dus zijn bovengenoemde broer.

1343-1363-1368                        Geert Mulert, schout van Hasselt.
1363-1368                                Geert Mulert, richter van Hasselt.
1363                                        Gerdt Mulardt, schout van Hasselt.
1363 juni 21                              Gerd Mulart, schout van Hasselt.
1365 Iudica                               Gerard Mulaert, richter in Hasselt.
1368                                        Geert Mulert opgevolgd door Coop Wijnekessoon als schulte van Hasselt.
1369 maart 2                            Gherijd Mulaert, gerichtsman te Hasselt.
1360 zondag na Pauli conversio    Gerd Mulaert komt als getuige voor te Hasselt.
1370 dinsdag na Petri ad vincula   Gert Mulaert, gerichtsman in Zalland.
 

1363 juni 22. Gerd Mulart en zijn vrouw Berte ,erkennen gepacht te hebben voor hun leven van . . . het klooster te Claholte . . . het goed te Leferdinc, tegen een jaarlijkse pacht van 6 vierendeel boter.

1423 juni 23. Gert en Seyne Mulert, broeders, hunne kinderen en kindskinderen pachten een stuk land in het kerspel Hasselt (en) in de buurtschap van Leferdinck tegen 6 vierendeels boter jaarlijks.

Citaat CGB Jaarboek 1964:
De akte van 1363 leverde geen nieuws op, maar die van 1423 wel! Er bleek n.l. uit, dat ,,Gert en Seyne Mulerde gebroders ende oren kinderen ende kindeskinderen (dus hunne erven) in pacht krijgen het bewuste stuk land ,,als Gerdes ende Seynen vorsz. voorvadern dat van unsen Convente in pacht gehad hebben, daer aen de ene sijde naest gelant sijn Gert en Seyne vorsz. met Claes van Havick ende aen dye ander side Steven Mulert, preister.

De vermelding dat de voorouders van de gebroeders Mulert hetzelfde stuk land al in pacht hebben gehad, en het feit dat het in 1363 gepacht werd door Gerd Mulert en zijn vrouw Berte, kan o.i. moeilijk anders dan tot de conclusie leiden, dat laatstgenoemden de voorouders, in casu de grootouders, van Gert en Seyno geweest zijn.

Schematisch:

                     Hessel Mulert ..............................................Geert Mulert (+ ca. 1370) X Berte
 |.......................|.......................|                                            |.......................................|
Albert            Godeken                  Johan                                    Seyno                                      Egbert
(+1396)                |                             |                                                                                              |
                 Hessel (+ ca 1424)    Hessel (+ na 1429)                                                        Geert....Seyno