Van Middachten

 

Dit zegel, gedeeld Middachten -- Keppel gebruikte Elsabe, vrouwe van Middachten in 1371.
De afbeelding komt uit NL 1916, na pagina 58, afbeelding nummer XV.

Ter linkerzijde het wapen Middachten, rechts het wapen Keppel.

Is het haar eigen zegel, dwz zegelt zij als echtgenote van Middachten, geboren van Keppel, of zegelt zij als een Middachten uit een huwelijk Middachten X Keppel? Ik heb de indruk dat het eerste scenario het geval is.
 

De stamreeks uit het adelsboek over van Middachten is niet erg duidelijk, hoe de familieverbanden precies lagen. Het vermedlt slechts

deze stamreeks:
 
Herman van Steenre, heer ten Weerde bij Steenderen, + 1361 of 1362, trouwt NN van Middachten, + voor 1357, dochter van Evert heer van Middachten X Meyne NN.

Evert van Steenre geheten Uten Weerde, genaamd van Middachten, heer ten Weerde en Middachten, geboren rond 1335, + tussen 1392 en 1400, trouwt 1364 Arnolda van Wachtendonck (+ ca. 1402)

Johan van Middachten X NN. van Wachtendonck XX Margaretha van Baeck

 

Elsabe [van Keppel] was getrouwd met Henrick van Middachten, die ergens voor 1357 overleed, en vanaf diens dood heet Elsabe vrouwe van Middachten. Nu is er een stuk uit 1363, waarin Elsabe genoemd wordt met Evert van Steenre, en daarin staat:
Elsebe, vrouwe van Middachten en Everd van Steenre, die Middachten zijn, beschenken.....
 
Die laatste toevoeging bracht mij aan het twijfelen, of Elsabe nou werkelijk een Keppel is, of een geboren Middachten. Haar laatste vermelding is uit 1379:
waarin zij opdraagt in rechte erfenisse aan Henrike van Middachten, haar neef, Evertsoon van Steenre, en Arnd haar nicht, de 14 maeten die de stad Lochum haar jaarlijks schuldig is.

Het is wel boeiend om eens stil te staan, wie nu precies de heer van Middachten was. In 1315 was dat zeker nog Evert van Middachten, die dan zijn huis te Middachten tot open huis maakt van de graaf van Gelre. Rond die tijd ook leeft ridder Herman van Steenre Uten Weerde, die in 1327 getuigt voor de graaf van Gelre, in dezelfde acte staat als laatste getuige ook genoemd Evert van Middachten, famulus. Daarna zien we vanaf 1348 Henrick van Middachten genoemd, getrouwd met Elsabe. Dat huwelijk brengt geen kinderen voort.

Het adelsboek is geeft alleen de stamlijn, en omdat daar alleen gekeken wordt naar mannelijke lijnen, is het niet duidelijk hoe de verbanden precies zijn. Met wat naspeuringen kwam ik tot het onderstaande

Evert van Middachten X Meyne NN.                 
(verm. 1315, 1327)                                              
                |---------------------------------------------------------------|
Henric van Middachten X   Elsabe                                            N van Middachten X Herman van Steenre --------------- Engelbert van Steenre
(verm. 1342, 1355,        [van Keppel]                                                                           (verm. 1324, 1333,
1357, + 1357)               verm. 1357-1379)                                                                     + ca. 1362)
 (Ridder in 1342)                                                                                                  |                                                                                                 |
                                                                                     Evert van Steenre----------------------Herman van Steenre                     Herman van Steenre
                                                                             (verm. 1357, + 1392-1400)                 ('de jonge' verm. 1357, 1371)                    (verm. 1362)
                                                                           X Arndje van Wachtendonck
                                                                                                  |
                                                                              Henric van Middachten
                                                                                (Ridder in 1400)

Door het kinderloze huwelijk van ridder Henric van Middachten met Elsabe [van Keppel] erfde de tak van Evert van Steenre uiteindelijk de goederen behorend tot het bezit van Middachten. Elsabe noemt in 1379 Henric van Middachten, Evertszoon van Steenre, dan ook haar neef. Dat maakt het waarschijnlijk dat ridder Herman van Steenre getrouwd was met een zuster van Henrick van Middachten.

In het adelsboek staat vervolgens als derde in de stamreeks genoemd Johan van Middachten, als zoon van Evert van Steenre X Arndje van Wachtendonck. Ook hier wordt gekozen voor de mannelijke lijn, maar daardoor is het niet duidelijk, dat in de volgende genearatie van Middachten de al eerder genoemde Henric van Middachten de eerstgeboren zoon was, in 1403 was hij al ridder. Hij huwde voor 1408 Joanna van Arnhem, en hij wordt in 1379 door Elsabe van Keppel arf erfgenaam genoemd in rechte lijn.

Des manendages na derthiendach (9 Januarij) 1408.
Reijnalt, hertog van Gulich en Gelre en greve van Zutphen, geeft toestemming dat Henrich van Middachten, ritter, aan zijne vrouw Johanna, dochter van Wijnant van Arnhem, tuchtigt aan het huis tot Middachten met toebehooren, onder voorwaarde dat wanneer Henrich of zijne erven aan Johanna 300 gl. verzekeren, uit andere goederen deze tucht vernietigd zal zijn; ten overstaan van Derich here van Wisch en Johan van Wije, knapen, als leenmannen.


Mededelingen Gelre 1953
DER UTRECHTSE ST. PAULUSABDIJ TE RHEDEN pag. 69
In het archief van het kasteel Middachten bevindt zich een oorspronkelijke perkamenten brief van 21 Juli 1364, waarbij hertog Eduard aan Evert van Steenderen toestaat om aan zijn echtgenote Aernd van Wachtendonk de lijftocht toe te kennen aan „dien alingen have, die gheheyten is die hof toe Reden" c.a., gelegen in het kerspel Rheden, welk goed van den Hertog in leen gehouden wordt. Deze hof lag in het dorp Rheden en blijkt indentiek te zijn met de huidige Gasthuisbouwing aan de Methorster straat. Zowel de naam van dit goed als de ligging niet ver van de parochiekerk te Rheden pleiten er voor, dat men hier te doen heeft met den vroegeren hof der St. Paulusabdij.
Evert van Steenderen erfde het huis Middachten, doordat het huwelijk van Hendrik van Middachten en zijn vrouw Elsebe (van Keppel?) kinderloos gebleven was. Bij de boedelscheiding tussen Everts zoons Hendrik en Frederik werd o.m. de hof te Rheden toebedeeld aan Frederik (1400 October 23), doch vervolgens door den laatstgenoemde aan zijn broeder Hendrik overgedragen.



 

In deze stukjes zien we, dat Johan van Middachten, gehuwd met Joanna van Arnhem pas na. feb. 1446 overleed. In 1400 beginnen de onderhandelingen tussen de kinderen van Evert van Steenre, en die onderhandelingen nemen geruime tijd in beslag.



Santé Marcusdach des ewangelisten (25 April) 1418.
Frederich van Middachten, sengher tot Aken in onzer Vrouwen Munster, bekent dat zijn broeder Henrich van Middachten, ridder, hem 8 jaar en ook verleden jaar 25 van de 70 rijnsche gulden heeft betaald....

Sunte Lucas dach des hilghen evangelisten (18 October) 1426.
Henrich Huchtebroeck verklaart 25 rijnsche gulden te zullen ontvangen van Frederick van Middachten, sengher tot Aken tot onser liever vrouwen monster, van zijnen vaderliken erve tot Middachten.
Op perkament, met uith. zegel in groen was van Hendrick Huchtenbroeck.

Die Pancratii mart (12 Mei) 1432.
Evert Huchtebroick en Beernt Huchtebroick verklaren dat Henric van Mijddachten, ridder en Aernt van Mijddachten, gebroeders, hun betaald hebben het verschuldigde dat laatstgenoemden met en voor Frederich van Mijddachten, sanger tot Aken, hun broeder, beloofd hadden aan wijlen Henrick Huchtenbroick.
Op perkament, met uith. zegels in groen was van Evert en Beernt Huchtebroick.

Sunte Victocrsdach (10 October) 1434.
Frederiek van Middachten, sengher en kanonick tot Aken tot onser vrouwen munster, bekent quijt gescholden te hebben aan zijn broeder Henrike van Middachten, ritter, het jaargeld dat deze hem verschuldigd is te geven voor zijn vaderlijk erfdeel; onder voorwaarde dat indien Henrick sterft voor zijn broeder Frederik, de erfgenamen van Henrick verplicht zijn aan Frederik levenslang 25 rijnsche gL uit te keeren. Op verzoek zegelen mede zijn broeder Aernt van Middachten en Sweder van Huet, kircheer tot Eliinch cm.
Op perkament, van de drie uith. zegels is alleen nog aanwezig een gedeelte In groen van Sweder van Huet

Neesten daghes nae alre hilighen dach(2 November) 1438.
Frederick van Middachten, sengher en canoniek te Aken tot onser vrouwen munster bekent verkocht te hebben aan zijn broeder Henricke van Middachten, ritter, zijn aandeel in de erfenis van hunne zuster Herberighe van Middachten, die eerst gehuwd is geweest met Henrix Huchtebroex en daarna met Harmen van Mekeren, voor een som geld die gedeeltelijk betaald en voor het andere deel bebriefft is.
Op perkament, het uith. zegel in groen was van Frederick v. M. is grootendeels afgevallen.

Op St. Marcus dach der hilghen ewangelisten (28 April) 1440.
Johan Scriver bekent verkocht te hebben aan Henricke van Middachten, ritter, de 20 pond die hij had uit het goed ter Emer en hem aangestorven was van zijn vader. Evert zoon van Johan de Scriver bevestigt dezen verkoop.
Op perkament, met uith. zegels in groen was van Johan en Evert.


We zien dus allereerst in de delingsacte van 1400, dat de broers Henrick en Frederick van Middachten een deling maken van de vaderlijke nalatenschap, in aanwezigheid van hun broers Johan en Arnt van Middachten. Hun vader, Evert van Steenre, werd voor het laatst genoemd in 1392, en zal niet lang daarna zijn overleden, maar in elk geval voor 1400.  In 1401 vindt er vervolgens een deling plaats tussen Arnt en Henric van Middachten over de vaderlijke nalatenschap, en de toekomstige moederlijke nalatenschap. In 1402 vindt er een scheiding plaats tussen Herborch van Middachten en haar broer Henric van de vaderlijke en moederlijke goederen. We mogen daaruit afleiden, dat in 1402 ook Arndje van Wachtendonck overleden was.

Evert van Steenre en Arndje van Wachtendonck hadden dus rond 1400 5 erfende kinderen: Henric, Frederic, Johan, Arnt en Herborch van Middachten. De onderhandelingen tussen Henric van Middachten en zijn jongere broer Johan verliepen wat minder soepel, en er kwam pas rond 1416 een eind aan waarbij Johan van Middachten bedeeld werd met het goed ten Weerde.

 

Johan van Middachten  zegelt met het wapen van Middachten, gebroken met een barensteel, waarschijnlijk om aan te geven, dat hij een jongere zoon was. Uit het gegeven, dat Evert van Steenre al in 1364 getrouwd was met Arndje van Wachtendonck, mogen we de conclusie trekken, dat hun kinderen geboren zullen zijn tussen 1365 en 1385. Uit de beschikbare gegevens lijkt het duidelijk te zijn, dat Henric de oudste zoon was, Frederick de tweede, Johan de derde en Arnd van Middachten was de jongste zoon. Van hen wordt Frederick van Middachten vanaf 1418 genoemd als 'sengher en kannunik te Aken'.  Het lijkt er derhalve op, dat de kinderen van Evert van Steenre een hoge ouderdom bereikten:

Henric van Middachten overlijdt in of kort na 1446, Frederick van Middachten wordt nog genoemd in 1438, Arnd van Middachten zien we ook nog genoemd in 1438, Herborch van Middachten is dan al gestorven. Johan van Middachten tenslotte zien we genoemd worden als gestorven in 1453, maar het is niet geheel duidelijk of hij één van de 4 broers is, dan wel een latere generatie. In het adelsboek wordt gezegd, dat Johan van Middachten, zoon van Evert van Steenre, overleed in 1453.

 

We krijgen voorlopig deze opstelling:

        Evert van Steenre     X      Arndje van Wachtendonck
        (1340-1400)          1364     (1345-1402)
    |...................................|.........................|.............................|.........................|
Henric v Middachten     Frederick v. M.      Johan v. M.                 Arnd v. M.             Herborch v. M
(1370-1446)                    (1370-1440)       (1375-1453)            (1375- 1440)        (1365, + voor 1338)
X (ca 1408)                      ongehuwd            X NN                                                         X Henrick Huchtebroeck (+ voor 1434)
Joanna van Arnhem        kannunik            XX Margaretha van Baeck                    XX Herman v Meekeren
         |                                                                        |                                   
Elsabe v. M.                               Arnt-.-.-.-.-. Evert---------------- Johan-------------Henrica------Herman---Elsabe
X (voor 1435)                         (1430-1500)   (verm. 1453,1464)   (verm. 1464)                                    X
Johan van                              Ridder in 1455                                         X Christina                                      Walburch
Raesfelt (+ voor 1453)        X Belij van Wilp                                        de Boise                                    van Diepenbroeck 
                                                                                                                                                                                 |
                                                                                                                                                                            Anthonis
                                                                                                                                                                       x Anna v Arnhem

Wobbe van Keppel Woltersdochter, huysfrou Wemmers van Gent, ontfinck dat goet ten Meerslach, gelegen in der Lymers, in den kerspel van Duven, bij erve ende goede tobehorende joffer Elsen van Raesfelde van Middachten, anno 1435

In crastino Ponciani mart. (20 November) 1453.
Gescheit tusschen Arnt en Evert van Middachten, gebroeders, omtrent de goederen nagelaten door hun vader Johan van Middachten; ten overstaan van Harman die Boize, Bernt Gruter, Daem Veer en Lambert Dijstelweert, als maeghe, frunde en scheitzlieden. Arnt zal zijn broeder Evert, jaarlijks op St. Peter geven 10 ailde schilde, zoolang Everts moeder leeft, na haar dood zal Arnt aan Evert een erfrente van 11 gulden Francrixe schilden jaarlijks of wel de waarde daarvan in vaste goederen
uďtkeeren. Op perkament, met uith. zegels in groen was der scheidslieden en gebroeders.

Opmerkelijk is hier de toevoeging 'zolang Everts moeder leeft'... Was zij dan niet Arnt's moeder? Ik vermoed daarom, dat Arnt enerzijds en Evert en Johan anderzijds verschillende moeders hadden. In het Adelsboek staat, dat Johan van Middachten eerst getrouwd was met N. van Wachtendonck, omstreeks 1415, en daarna voor 1430 is gehuwd met Margaretha van Baeck.

Hoe dat ook zei, in het adelsboek staat m.i. foutief het vervolg van de stamlijn, want niet Johan van Middachten, gehuwd met Christina de Bose was de volgende in de stamreeks. Immers, na het overlijden van Johan van Middachten (X Margaretha van Baeck) werd hun oudste zoon, Arnt van Middachten heer van Middachten. Die trouwde vermoedelijk rond 1453 met Belie van Wilp, hij was al in 1455 ridder, en overleed rond 1500, na zijn jongere broer Johan van Middachten (gehuwd met Christina de Bose). Na het overlijden van Belij van Wilp in 1505 werd Anthonis van Middachten, zoon van Herman van Middachten en Walburch van Diepenbroeck, beleend met Middachten.

ELLINCHEN.
Dat huys ende voorgeborchte to Middach met allen sijnen tobehoren tot Zutphenschen rechten te leen erkent bij
Everhard van Middach, anno 1315.

Henrick van Middachten, ridder, ontfinck dat huys te Middachten ende dat voorgeborchte mit sijnen tobehoren, mit 4 hoeven boven ende
beneden; item den Hoff te Middachten mit allen tobehoren; item dat overste wiltforsterampt in Veluwe mit allen sijnen tobehoren; item die voigele in Middachterbosch ende den Hoff tot Reden mit 2 hoeven ende mit allen sijnen tobehoren tot eenen Zutphenschen leene, anno 1403.
Idem tuchtigt sijn vrou Johanna, dochter Winands van Arnhem, an dit leen, so lange totdat sijn erven haer elders 300 Geldersche gulden jaerlix vestigen, anno 1408.

Else van Middachten, huysfrou Johans van Raesfelt , erve hares vaders Henrix, beleent, anno 1449.
Eadem, weduwe, laet hulde doen Rycquyn van Kamphusen, anno 1453.

Arnt van Middachten, ridder, bij transport Else voorn., anno 1460.
Idem vernijt eedt, 3 Oct. 1473, 9 Aug. 1481.
Idem tuchtigt sijn vrou Belye van Wilp, 9 Aug. 1481.
Idem vernijt eedt, anno 1492.

Anthonis van Middachten, erve Arnts voorn., ontfengt dat huys ende voorgeborcht to Middachten met 4 hoeven lants boven ende beneden;
item die vogelie in Middachterbosch; item dat averste wiltforsterampt in Velu wen met allen sijnen rechten, tobehoren ende alden gewoonten item den Hoff tot Reeden met 2 hoeven, in Redenerbosch gelegen, met allen sijnen tobehoren tot Zutphenschen rechten, anno 1501.

Henrick van Middachten, erve sijnes vaders Thonis, 26 Junii 1584.
Idem vernijt eedt, 6 Sept. 1538, 13 Junii 1544.

Na de belening aan Elsabe van Middachten, gehuwd met Johan van Raesfelt, draagt zij het goed over in 1460 aan ridder Arnt van Middachten, gehuwd met Belij van Wilp.
 

Alg. Ned. Fam. 1890 pag. 123
Dicht bij de tegenwoordige woning Monnikenhuizen ligt nog de grafsteen van heer Arent van Middachten, heer van Middachten, raad en maarschalk van hertog Arnold, en zijn vrouw Belia van Wilp, vrouw van Wilp en Rozande (+ 6 Mei 1505 eenige jaren na haar gemaal) met hun wapens (4).

Het huwelijk van Arnt van Middachten met Belij van Wilp bleef kinderloos, zodat vervolgens in 1501 Anthonis van Middachten werd beleend met de goederen Middachten, zoals te zien is bovenstaande belening. Hij was dus geen zoon van Arnt, zoals wel is gedacht, maar van diens (half?)broer Johan.