Van Kuinre (Onzekere Constructie)

 

Hillegonde van Kuinre, die waarschijnlijk al voor 1385 trouwde met Pelgrim Sticke, stamt op één of andere manier uit het huis van Kuinre. Vrij zeker is het dat haar vader is geweest ridder Johan van Kuinre, en ook haar broer droeg deze voornaam.

Om een betere kans te hebben om deze ridder Johan van Kuinre te linken aan de hoofdtak van het geslacht van Kuinre, zullen we eerst deze hoofdtak onderzoeken. Leidraad is daarbij het onderzoek, dat De Vos van Steenwijk deed in NL 1967, en die hij in zijn boek over het geslacht de Vos van Steenwijk in 1976 verbeterde.

Ondanks deze verbeteringen is het mogelijk om met een iets andere bril naar de bekende gegevens te kijken. Die bekende gegevens brachten hem ertoe, om uit te gaan van de volgende opstelling van de hoofdtak van Kuinre:

SCHEMA 1

                 Herman Heer van Kuinre
                               |
Johan I, Heer van Kuinre, + voor 1337
    X [Lutgard] van Rechteren, Hermansdochter
                               |
Herman..................Johan II.......................Herman II
+ voor 1363          X NN                           X Mechteld vd Eze Boldwijnsdochter
                           + 1363                        + 1376
                          heer van Kuinre                  |
                          van 1338-1363            Herman + 1412
                                                      X Hillegonde v Hekeren, Rechteren en vd Eze

 

Omdat De Vos van Steenwijk geen uitgebreide motivatie geeft, is niet helemaal duidelijk waarom en hoe hij hiertoe is gekomen. Na mij hier een behoorlijke tijd in verdiept te hebben, kan ik die wel volgen, maar ik verschil toch van mening met hem, dat dit de juiste opstelling is geweest. Kernpunt in alles is een oorkonde uit 1331, waarin Johan van Kuinre wordt beleend met de goederen behorend tot 'Kuinre', die zijn neef Henrik van Kuinre eerder bezat, en die zijn zoons Herman en Johan na zijn dood zullen erven, Johan in achterleen van Herman.

Johan van Kuinre, die zich dus vanaf 1331 wel de heer van Kuinre zal hebben genoemd, stierf echter al voor 1337. In dat jaar valt de Hertog van Gelre de burgers in Kuinre lastig en dat was begonnen na de dood van Johan heer van Kuinre. Volgens de belening in 1331 diende dus de oudste zoon zijn vader op te volgen, maar daar wordt het lastig, want die opvolger zou dus Herman van Kuinre geweest moeten zijn. Toch blijkt uit een aantal stukken o.a. in 1355 en 1357, dat niet Herman, maar Johan van Kuinre de volgende heer was van Kuinre, en dat hij een zoon was van Herman Heer van Kuinre. De Vos van Steenwijk trok daaruit de conclusie dat Herman, de oudste zoon van Johan I al eerder dood is gegaan, en dat dientengevolge de tweede zoon, Johan zijn vader is opgevolgd. En dat na de dood in 1363 van Johan Heer van Kuinre, zijn broer, Herman als jongste broer hem is opgevolgd.

In 1363 is er de bekende oorkonde, waarin Herman van Kuinre meedeelt, na de dood van zijn vader Johan en van zijn broer, ook Johan geheten, is opgevolgd als heer van Kuinre. Volgens de Vos van Steenwijk was hij niet een zoon van de voorgaande, maar een broer van de voorgaande Heer van Kuinre. Op die manier was hij inderdaad ook een zoon van Johan van Kuinre, maar ik vind dit nogal gekunsteld. Waarom zou hij in 1363 zijn vóór 1337 gestorven vader noemen en bijna terloops ook de dood van zijn broer, die tot dan toch immers de heer van Kuinre is geweest. Dat is niet logisch, maar logica is niet altijd een maatstaf. Daarom heb ik nog eens alle gegevens bekeken in NL 1967, maar ook zelf flink wat zoekwerk gedaan.

In de oorkonde van Herman van Kuinre in 1363 zegt hij op het eind:

Alle dese voerscr. punten hebben wy Herman, Heren van Kuenre voersz. voer ons ende voer onse erfghenamen ghesekert, ende gesworen ten heylighen, wettelyc ende wael vol, ende al te holden, ende te voldoen nyet te verbreken. Ende in kennissen der waerheyt aller vorwaerden, ende punten voerscr. hebben wi onsen zeghel aen desen brief ghehanghen ende hebben ghebeden om die meerre zekerheyt, ende vastenisse wille Roederic Here van Voerst, ende van Keppel onsen lieven neven, Heren Vrederic van der Eze, Onsen lieven swager, Heren Dirc van Voerst, onsen lieven Oem, ende Haren Johanne van Kuenre, onsen lieven neven, desen brief mit ons te beseghelen mit horen zeghelen.

Ende wi Roederic Here van Voerst ende van Keppel, Knape, Vrederic van der Eze, Dirk van Voerst ende Johan vanKuenre, Ridders vorghenoemde, hebben om bede wille Hermans, Here van Kuenre, ons neven, ende zwagers voersz. desen brief mit hem beseghelt mit onsen zeghellen tot enen orconde. Ghegheven tot Zwolle int jaer ons Heren dusent driehondert drie ende tsestich op sinte Peters dach ad Vincula".

Daaruit kunnen we duidelijk zien, dat Herman van Kuinre en Roderick heer van Voerst en Keppel, elkaar neef noemen. Vaak was dat een term die gebruikt werd tussen verwanten, waarbij de verwantschap wat verder weg ligt, maar ook uit andere stukken blijkt de nauwe band tussen Kuinre en Voerst, zodat het aannemelijk is, dat Herman's moeder een dochter uit het huis van Voerst is geweest. Maar ik betwijfel, dat zij uit het huis van Voerst tot Rechteren stamde, zoals de Vos van Steenwijk ons voorhoudt. Want wordt ook niet Herman's oom genoemd, Heer Dirk van Voerst, die omgekeerd Herman van Kuinre ook zijn neef noemt. Als die verwantschapsrelaties juist zijn, dan heeft Herman van Kuinre als moeder gehad een zuster van de kort daarvoor gestorven Sweder Heer van Voerst en Keppel.

Hoe kan echter Frederik van der Eze een zwager zijn geweest van Herman van Kuinre? In 1371 wordt dezelfde Herman van Kuinre genoemd met zijn vrouw Mechteld, dochter van Boldewijn van der Eze. Kat in het bakkie, zou je denken, want dan was Frederik van der Eze dus haar broer, en dus Herman's zwager.

Zo eenvoudig is dat echter niet, want er schijnen twee verschillende families te zijn geweest, de ene genaamd van der Eese bij Eesveen in het huidige Drente, en de andere heette 'van Hekeren genaamd van der Eze' afkomstig van bij Almen dichtbij Zutphen. Van hen trouwde Frederik van Hekeren vd Eze waarschijnlijk al ruim voor 1362 met Lutgard van Rechteren. Maar deze Frederik van Hekeren van der Eze, die we vanaf zeker moment in de Cameraarsrekeningen genoemd zien worden als Frederik van Rechteren, was dus niet verwant aan Mechteld van der Eze, Boldewijnsdochter. Dat betekent, dat niet hij de hier genoemde getuige was, maar dat er dus kennelijk ook een broer van Mechteld is geweest met de naam Frederik van der Eese (Ese).

Maar juist de omstandigheid dat Frederik van Hekeren van der Eze trouwde met Lutgard van Voerst van Rechteren, en de omstandigheid, dat haar oom was heer Diederick van Voerst van Rechteren, heeft bij de Vos van Steenwijk en vermoedelijk veel andere genealogen, de overtuiging gebracht, dat Herman van Kuinre's moeder een dochter is geweest uit het huis van Voerst en Rechteren, dochter van Herman van Voerst en Lutgard van Keppel.

Maar de Cameraarsboeken van Deventer tonen overduidelijk aan, dat er inderdaad tussen 1345 en 1363 talloze keren genoemd wordt heer Diederik van Rechteren, in wie we dus de zoon kunnen herkennen van Herman van Voerst en Rechteren. Maar tussen 1355 en 1363 zijn er ook een aantal vermeldingen van heer Diederik van Voerst. Soms staan ze in dezelfde bladzijde slechts enkele regels uit elkaar genoemd:

Cameraars Rekeningen Deventer anno. 1358 pag. 553

Je zou kunnen denken, dat de namen Rechteren en Voerst door de Cameraars door elkaar zijn gebruikt voor één en dezelfde heer Diederik, maar ik zie dat toch anders, zeker op grond van de getoonde afbeelding, waarin zij dus kort na elkaar worden genoemd. Mijn inschatting is derhalve, dat het wel degelijk gaat om verschillende personen, van wie Diederik van Rechteren een stuk ouder was dan Diederik van Voerst, en die komen we daarom ook pas 10 jaar later voor het eerst tegen. Deze Diederik van Voerst was ook al ridder in 1355, zijn 1ste vermelding in de Cameraarsboeken.

Het is derhalve mijns inziens heel goed mogelijk, dat hij genoemd wordt als oom van Herman van Kuinre in 1363, en niet zijn verwant Diederik van Rechteren. Daarmee zijn dan deze twee getuigen van Voerst uit 1363 inderdaad te zien als echte oom en echte neef van Herman van Kuinre (en van elkaar).

Als we dan een korte opstelling geven van de heren van Voerst dan kunnen we ook proberen enkele data bij te plaatsen:

 

SCHEMA 2

Sweder Heer van Voerst
+ na 1297, voor 1310
              |
Roderik I heer van Voerst (geboren voor 1290)
+ 1342 X Beatrix van Keppel
              |..............................|........................................|
Sweder Heer van Voerst     
Diederik van Voerst          Dochter v Voerst                
+ 1362/63 X Heylwig                                                X   Johan van Kuinre                       
              |....................................|                                  |
Roderik II Heer van Voerst    Wolter heer van Voerst      Herman van Kuinre
+ ca. 1370                                                               X (voor 1363) Mechteld van der Eese

 

Dat deze stamlijn van de heren van Voerst juist is, blijkt o.a. uit een stuk van 10 okt. 1365, waar Roderick van Voerst en Keppel oorkondt over een rente van III brabantse mark 's jaars gaande uit het goed Sweervelde vanwege zijn overgrootmoeder vrouwe Jutte, vrouwe van Keppel. Jutte is zonder twijfel Jutte de Sluse, de vrouw van Wolter van Keppel, ouders van Beatrix van Keppel, die Rodericks grootmoeder was. Omdat ook de sterfdata van de Heren van Voerst tamelijk nauwkeurig bekend zijn, is het wellicht mogelijk een schatting te maken van het tijdsplaatje.

 

Naar mijn inschatting zijn de kinderen van Roderik I heer van Voerst, dood in 1342, geboren rond 1310, dus ook zijn veronderstelde dochter, moeder van Herman van Kuinre zal rond 1310 geboren zijn. Veel eerder is niet erg waarschijnlijk, omdat Beatrix van Keppel niet veel eerder dan 1290 kan zijn geboren.

Daarmee kan Herman van Kuinre geboren zijn rond 1330-1340. Dat is tamelijk redelijke schatting, want als we vervolgens naar Machteld van der Eese kijken, Boldewijnsdochter dan is bekend, dat Boldewijn van der Eese voor het eerst genoemd wordt in 1340, en hij oorkondt dan in aanwezigheid van zijn moeder en van zijn broers en zusters. Het maakt de indruk, dat hij dus op dat moment hooguit jonge kinderen had, want anders waren die waarschijnlijk ook genoemd, maar misschien was hij zelfs nog niet eens gehuwd. Mechteld van der Eese zal dus niet of niet ver voor 1340 zijn geboren. Maar zeker is het wél, dat Herman van Kuinre in 1363 al getrouwd was, want hij spreekt immers over zijn zwager Frederik van der Eze. Verder klopt deze opstelling met het gegeven, dat Herman van Kuinre een zoon was van Joannes Heer van Kuinre.

Dus nogmaals: uitgaande van de veronderstelling, dat Herman van Kuinre een zusterzoon was van Sweder Heer van Voerst, dan zal hij geboren zijn 1330-1340, en dat hij vermoedelijk rond 1360 getrouwd was met Mechteld van der Eese, dochter van Boldewijn.

SCHEMA 3

 

Johan Heer van Kuinre (dood in 1363)
X Rodericksdochter van Voerst
                |.......................................|
Herman heer van Kuinre                  Johan (dood in 1363)

De vraag is dus nu: is deze opstelling juist? Was immers niet in 1331 vastgelegd, dat de oudste zoon van Johan van Kuinre zou opvolgen? Herman van Kuinre uit bovenstaande opstelling kan dus bijna niet één van de in 1331 genoemde twee zoons zijn, want de kans is tamelijk groot, dat hij geboren is ná 1330, en kan dan niet één van die twee zoons zijn. Bij De Vos van Steenwijk is dat probleem ongewild opgelost door een derde zoon op te voeren van Johan I van Kuinre, die dan dus na 1330 is geboren (zie schema 1). Maar hij voerde die jongere zoon Herman op, om te voldoen aan de rechte lijn-opvolging. En als eerst Johan heer van Kuinre was, dan kan dat alleen maar als de oudste Herman dood was. Dus had hij een jongere broer Herman nodig.

 

Omdat Herman van Kuinre uit schema 3 een vader Johan van Kuinre had, zijn er nu een aantal mogelijkheden:

1. Hermans vader van Kuinre was één van de zoons van Johan I van Kuinre
2. Er zit nog een generatie tussen Johan I van Kuinre en Hermans vader
3. Hermans vader is geen nazaat in rechte lijn van Johan I van Kuinre

Door een schrale oogst aan genealogisch nuttige gegevens, is dit dus erg lastig. In de periode na 1337 zien we eigenlijk steeds een enkele Kuinre vermeld worden, en dat is ridder Johan van Kuinre. In bronnen zoals de Cameraarsrekeningen tussen 1355 en 1363 zijn er geen uitgesproken stukken van de heer van Kuinre, behalve dan een tweetal stukken, waarin in 1355 de twee broers, de ridders Johan en Henric van Kuinre aan Johan Heer van Kuinre, hun neef, vragen om zijn zegel te hangen aan dat stuk. En ten tweede zijn er de vermeldingen in de boeken van Kampen, Hamburg en de Hansesteden in de periode 1357-1363, en die zijn verre van duidelijk.

In 1357 is er strijd tussen de Kuinre's en de stad Hamburg. En in één van de stukken, die daarop betrekking hebben wordt gesproken over de twist tussen Hamburg en Johan van Kuinre, ridder, Hermanszoon, maar uitgerekend dat stuk wordt in Kampen en Hamburg verschillend gedateerd.

Archief Kampen:

 

Hansische Urkundenbuch


De grote vraag is nu, of er inderdaad in 1327 ook al enige twist is geweest tussen Hamburg en de heer van Kuinre, of dat er toch sprake is van een foutieve datering. Maar zeker lijkt wel te zijn, dat er in 1357 een conflict was:

Archief Kampen

Hansische Urkundenbuch

 

In deze stukken wordt gezegd, dat het gaat om een doodslag aan de knecht van ridder Johan Heer van Kuinre. Kennelijk hebben we hier te maken met de voorgaande heer van Kuinre, want in het stuk dat staat in het Hansische Urkundenbuch wordt duidelijk gesproken over Heer Johan Heer van Kuenre ridder. Maar in de stukken die gedateerd zijn op 20 januari 1357 (1327) wordt gesproken over 'die sake Johans sone Hermans van Kuenre' oftewel de zaak van Johan zoon van Herman van Kuinre.

Als de datering hiervan inderdaad 1357 moet zijn, zoals de stukken uit Hamburg nogal stellig lijken (Willkürich und unrichtig führt Nanninga Uitterdijk .... dies Stück zu 1327 zurück...) dan weten we nu in elk geval dat Johan's vader Herman van Kuinre is geweest. Bij mijn weten, is dit zo'n beetje het enige stuk, waaruit blijkt wie de vader was van Johan van Kuinre, omdat bijvoorbeeld in de Cameraarsboeken van Deventer in die periode 1344-1360 er slechts spaarzame vermeldingen zijn van 'de heer van Kuinre' dus zonder voornaam. en dan ook nog enkele vermeldingen dominus Johan van Kuenre en dominus Henric van Kuinre, maar dit zijn waarschijnlijk allemaal vermeldingen van de twee broers Johan en Henric van Kuinre, ridders, die ook in een acte uit 1355 worden genoemd, en die daar vragen aan hun neef Johan Heer van Kuinre om te zegelen. Daarmee is dit één van de weinige stukken, waaruit wellicht blijkt, wie de voorgaande Heer van Kuinre was.

In de Cameraarsboeken was het gebruikelijk om de heren van een goed zonder voornaam te schrijven, omdat iedereen toen wel wist om wie het ging. Helaas is dat nu vaak wat minder evident, zodat het voor ons niet duidelijk is wie precies hij was. Voor de Heren van Kuinre is de hele periode vanaf het begin van de 14de eeuw een lastige periode geweest. Waren zij voorheen gewend om zich autonoom te gedragen, dan schijnt dat in deze periode onmogelijk te zijn geweest. Zowel de graaf van Holland als de Bisschop van Utrecht deden hun best om de Heren van Kuinre onder hun overheersing te brengen, en dat schijnt min of meer gelukt te zijn, want in 1318 is er geen sprake van een Heer van Kuinre. We zien dan wel domicellus Johan de Kuenre genoemd worden, en uit het feit dat er ook munten zijn geslagen met datzelfde omschrift mogen we de conclusie trekken, dat deze Johan van Kuinre zichzelf beschouwde als de rechtmatige Heer en erfgenaam van Kuinre. Maar de betiteling domicellus lijkt aan te geven, dat hij, ridder zijnde, niet erkend was in zijn bezit. En dat betekent mijns inziens ook, dat hij zich kennelijk had onderworpen aan een Leenheer .

In 1331 blijkt die Leenheer de Graaf van Holland te zijn, want die geeft dat aan heer Johan van Kuinre de goederen van het voormalige 'graafschap' Kuinre, zoals eerder Johan's neef, Henric van Kuinre die had bezeten, en de Graaf van Holland stelt nog als voorwaarde dat na Johan's dood deze goederen zullen vererven op zijn zoons Herman en Johan in rechte lijn, waarbij Johan zal houden van Herman. Daarmee is tegelijk duidelijk, dat Herman de oudste zoon was van Johan van Kuinre, die zich vanaf dat moment Heer van Kuinre mocht noemen. Maar in 1337 is Johan Heer van Kuinre al dood, en doen enkele lokale bestuurders een beroep op de graaf van Holland 'als zijnde van oudsher Leenheer' om het graafschap Kuinre op te heffen, en een schout aan te stellen.

Maar ook de Bisschop van Utrecht meende aanspraken te hebben op 'Kuinre' dat hij vermoedelijk beschouwde als een onderdeel van Overijssel. Deze Bisschop van Utrecht had nogal wat expansiedrift, en probeerde krachtig om allerlei 'souvereine' lokale Heren aan zijn gezag te onderwerpen. Dat kostte ook erg veel geld, en toen dat geld op was, zag de Bisschop zich gedwongen om Overijssel 'uit te zetten' bij de Graaf van Gelre om schulden af te lossen. Het is dus waarschijnlijk dat over Kuinre tussen de Graaf van Holland en de Bisschop van Utrecht onenigheid heeft bestaan, en dat ook de Graaf van Gelre daarin is gaan roeren. Toch zien we in de Cameraarsboeken vanaf 1344 een dominus de Cuenre genoemd worden, en ook al zijn die vermeldingen schaars, ze lopen wel door tot 1363.

 

1347 een bode naar Doesburg en Nijmegen naar de graaf van Gelre met het antwoord van de heer van Kuinre
1349 brengt een dienaar van de heer van Kuenre een brief naar Deventer, waarin deze zijn beklag doet over de Bisschop (van Utrecht)
1351 gaat een ruiter naar Kampen, Zwolle en naar de heer van Kuinre
1353 gaan Schepen van Deventer naar Zwolle vanwege de heer van Kuinre en vanwege Brugge en Sluis
1353 wordt gesproken over de klachten van Brugge en Sluis tegen de heer van Kuinre

Daarna vinden we in de Cameraars rekeningen van Deventer alleen nog maar vermeldingen van heer Johan van Kuinre (1355-1366 en Heer Henric van Kuinre (de laatste in 1351, 1355 en 1366)

1365 zien we dan een vermelding van enkele Schepenen met Willem de Rode en de jonkheer van Kuenre, en
1366 zijn er bezoekers uit Hamburg naar Vollenhove gekomen tegen Herman van Kuinre (dus geen titel !)

In 1363 had Herman van Kuinre al zijn oorkonde gegeven, waarin hij oorkondt dat hij Herman Heer van Kuinre, na de dood van zijn vader heer Johan Heer van Kuinre en van zijn broer Johan van Kuinre, zijn burcht in rechte erfleen in dienstman staat houdt van de Bisschop van Utrecht.

Voor een goede inschatting van deze spaarzame gegevens moeten we dus zien te achterhalen, hoe het zit met die akte, waarover onenigheid bestaat in welk jaar die is afgegeven. Uitterwijk en in navolging de Vos van Steenwijk stellen die akte op 1327, waarschijnlijk omdat in 1329 ook sprake is van een Johan van Kuinre Hermanszoon, die zich dan inschrijft als burger van Kampen. En omdat het stuk van 1327/1357 ook spreekt over Johan van Kuinre Hermanszoon kan dat voor hen de doorslag hebben gegeven om het stuk te dateren op 1327.

Daarmee is dan de weg vrijgemaakt om Johan Heer van Kuinre, die genoemd wordt in 1355 te beschouwen als de oudere broer van Herman van Kuinre uit 1363, en ook diens voorganger als Heer van Kuinre.

Zelf ben ik van mening, dat het stuk wel degelijk dateert van 1357, vooral omdat het gestuurd is vanuit Hamburg, zodat ik toch aanneem, dat het daar juist zal zijn gedocumenteerd. En deze inschatting betekent, dat de voorgaande Heer van Kuinre een zoon was van Herman Heer van Kuinre. Het is mijn overtuiging, dat deze Herman van Kuinre, de oudste zoon was van de vóór 1337 gestorven Johan Heer van Kuinre. Ook ben ik van mening, dat deze Herman van Kuinre rond 1353 is gestorven en is opgevolgd door Johan van Kuinre, zijn zoon.

Daardoor ontstaat deze stamlijn:

 

                                                                                      Johan Heer van Kuinre + 1332-1337
                                                                                                                     |
                                                                                    Herman van Kuinre...............Johan van Kuinre 
                                                                                        + ca. 1353
                                                                                               |
                                                                                    Johan Hr. van Kuinre
                                                                                        + 1363
                                                                                               |.....................................|
                                                                                   Herman Hr. van Kuinre           Johan v. Kuinre
                                                                                                                                 + 1363

De vraag is nu, of dit ook qua tijd allemaal wel mogelijk is. Als we ervan uitgaan, dat de oudste in dit schema in 1331 beleend wordt met de goederen, die eerder zijn neef Henric Heer van Kuinre hield, en dat hij zichzelf in 1318 domicellus van Kuinre noemde, dan lijkt het mij tamelijk waarschijnlijk, dat hij geboren is rond 1280. Zijn neef Henric Heer van Kuinre wordt in 1294 gemeld als knaap, zodat die zeker geboren is voor 1280.

Zijn zoons Herman en Johan kunnen dan geboren zijn rond 1300/1310, en dan kan Johan (+ 1363) best geboren zijn rond 1330, en zelf kinderen hebben gehad in 1350.

Dus qua tijd is deze stamlijn in elk geval niet onmogelijk, maar is hij ook aannemelijk? Dit alles zou immers inhouden, dat Herman van Kuinre, de laatste in dit overzicht, nog jong was toen zijn vader dood ging. In 1365 wordt er in de Cameraarsboeken gesproken over de Jonkheer van Kuinre (terwijl hij zich dus 2 jaar eerder al Heer van Kuinre noemt). Maar anderzijds is hij waarschijnlijk wél al getrouwd in 1363, want hij noemt daar als zijn getuige onder meer Frederik van der Eze 'mijn zwager'. In 1370 leren we ook de naam kennen van zijn vrouw:

Zijn vrouw Mechteld is een dochter van Boldewijn van der Eze. Is dan Frederik van der Eze, zijn zwager, een broer van Mechteld van der Eze?
Ook deze vraag is moeilijk te beantwoorden. Boldewijn van der Eze zien we genoemd worden in 1340, als hij met zijn moeder en zijn broers, verklasart dat de inwoners van Eesveen door hem worden vrijgesteld van het betalen van een pacht. Mogelijk is Tijden van der Eze, die als getuige wordt genoemd, één van die broers. Maar we zien hieruit, dat Boldewijn van der Eze stamt uit het huis Eese bij Eesveen, en algemeen wordt aangenomen, dat dat een andere familie is dan Hekeren van der Eze, die zo'n vooraanstaande plaats inneemt in de geschiedenis. Maar het is natuurlijk wel mogelijk, dat Frederik van der Eze (zwager) uit de familie te Eesveen stamt, en dat het louter toeval is, dat hij dezelfde voornaam draagt als Frederik van Hekeren van der Eze.

Maar als het nu eens wél gaat over Frederik van Hekeren van der Eze, die na zijn huwelijk ook wel Frederik van Rechteren werd genoemd, omdat hij trouwde met Lutgard van Rechteren ca. 1348? Hoe kan die eventueel zwager zijn van Herman van Kuinre? Ik zie daarvoor geen directe oplossing, behalve dan als Herman van Kuinre en Lutgard van Rechteren dezelfde moeder zouden hebben. In dat geval zijn Herman en Lugard halfbroer en zus, zodat haar man dan Herman's zwager is. Ik heb nog gekeken, of 'zwager' misschien anders te interpreteren is, maar dat lijkt mij lastig want Herman van Kuinre en Frederik van der Eze noemen elkaar zwager in die akte van 1363.

De moeder van Lutgard van Rechteren was Margaretha (wier familienaam niet bekend is). Als Margaretha na haar huwelijk met Sweder van Rechteren hertrouwt is geweest met Herman's vader Johan van Kuinre, dan kan dat qua tijd best. Lutgard is immers geboren rond 1325 (zij trouwde vermoedelijk ca. 1345-1348). Haar moeder Margaretha was weduwe in 1339, en als zij dan korte tijd later getrouwd is met Johan van Kuinre, dan kan Herman van Kuinre geboren zijn tussen 1340 en 1345.

Aan deze constructie zit nog een bijkomende familierelatie gekoppeld, want ook in diezelfde acte van 1363 noemt Herman van Kuinre, Diederick van Voerst die als getuige aanwezig is 'myn oom' terwijl andersom Diederick van Voerst spreekt over zijn neef Herman van Kuinre. In de hier voorgestelde constructie is Diederick van Rechteren, die een oom was van Lutgard van Rechteren, daarmee ook een oom van Herman van Kuinre.

Andere genealogen gaan ervan uit, dat Johan van Kuinre getrouwd is geweest met een dochter van Herman van Voerst en Lutgard van Keppel, en dan is Diederick van Rechteren inderdaad ook oom van Herman van Kuinre, maar qua tijdsplaatje is dat allemaal niet goed mogelijk. In de hier voorgestelde constructie past het allemaal wel.

Natuurlijk ben ik me ervan bewust dat er veel vragen open staan, en dat het allerminst zeker is, dat deze constructie juist is, maar het is misschien toch een aardig alternatief voor de opzet, zoals de Vos van Steenwijk die heeft gemaakt.

 

                                                                                    Johan I Heer van Kuinre + 1332-1337
                                                                                                               |
                                                                             Herman I van Kuinre...............Johan van Kuinre 
                                                                                    + ca. 1353
                                                                                          |
                                                                             Johan II Hr. van Kuinre   XX
    Margaretha     X    Sweder van Voerst van Rechteren..............Diederick van Rechter
                                                                                     + 1363                                                            + 1338                                                      + na 1363
                                                                                               |.....................................|.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.- |..............................|.........|
                                                                                   Herman II Hr. van Kuinre         Johan v. Kuinre     Lutgard van Rechteren     Jan    Sweder
                                                                                       geb. ca. 1340/45                  + 1363                    geb. ca. 1325
                                                                                    X Mechteld van der Eese                                  X (ca. 1346) Frederik v Hekeren (Eze)