Schoolwick

 

Lutgerd Schoolwick was een dochter van Hendrik Scholtwick (Scholwick) en Christina Kreynck. Zij trouwde twee keer, eerst met Quirijn Verhuel en daarna met Peter Sels in 1604. Zij overleed vermoedelijk kort na de geboorte van haar zoon Paulus Sels, ergens tussen 1606 en 1610. In dat jaar hertrouwde Peter Sels met Catharina van Gogh. Lutgerd Schoolwick zal naar schatting zijn geboren omstreeks 1565.

Haar ouders trouwden in 1551 in Deventer, maar zij woonden daar niet lang, want in het burgerboek Zutphen werden zij ingeschreven op zaterdag na palpasen 1556 (4 april 1556). Vermoedelijk waren ook Thomas en Willem Schoolwick kinderen uit dit huwelijk. Lutgerd Schoolwick werd vermoedelijk vernoemd naar haar grootmoeder Lutgard NN., die al voor 1521 gehuwd was met Thomas Scholdewick.

Erg veel gegevens over deze familie heb ik niet. Die zijn misschien nog wel te vinden in het archief Kreynck. Hieronder enkele vermeldingen uit de periode 1521-1567 Zutphen:

1521, 4 februari
Richter en Schepenen van Zutphen oorkonden, dat Tomas Schoildwick en zijn vrouw Lutgert aan het St. Annagilde verkocht hebben een jaarlijkse los- en erfrente van 4 gouden Rijnse guldens uit hun huis in de Spronckstraat.

Gegeven in den jare ons heren duisent vieffhondert ind eyn ind twyntich opten Maendach na onser liever vrouwen dach purificationis.
a. Oorspr. (inv.nr. 39). Met fragment van het stadszegel in groene was.
b. Afschrift in het Kopieboek (inv.nr. 2), fol. 25 e.v..
N.B. T.t.r. II nr. 1688 (p. 137).

1551, 8 mei
Andries Kreynck en Alphart van Tijll, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Thomas Schoelwick en zijn vrouw Lutgert aan olderlieden en gildemeesters van St. Annengilde opgedragen hebben de rente van 1 goudgulden, gelijk beschreven is in de brief waardoor deze is gestoken.

Gegieven int jair ons heren duysent viffhondert ind ein ind vifftich opten Ffridach nae Vocem Jocunditatis.

a. Oorspr. (inv.nr. 44). Met het zegel van de eerste oorkonder en het geschonden zegel
van de tweede oorkonder in groene was.
b. Afschrift in het Kopieboek (inv.nr. 2), fol. 39v e.v..
N.B. Deze brief is gestoken door de brief dd. 14 juni 1536 (reg.nr. 110).
St. Annagilde (archiefnummer 89) pag. 39


1535, 1 juni
Ludolph van Achtevelt, stadhouder van Johan van Keppell, schout binnen en buiten Zutphen, oorkondt, dat Johan Addinck en zijn vrouw Wyssa aan Johanna Scholdewicks verkocht hebben een jaarlijkse los- en erfrente van 1½ goudgulden uit het stuk land ‘Smeinckslach’ kerspel Vorden buurschap Delden.

Gegeven in den jair onses heren dusent vyffhondert ind vyff ende dartich opten Dinsedach nae des hilligen Sacramentsdach nementlicken dem soeven en twintichts dach van den Meij.

1535, 24 oktober
Ottho Keye en Henrick Kailsack, schepenen van Zutphen, oorkonden, dat Johanna Schoiltwicks aan het St. Annagilde opgedragen heeft de rente van 1½ gulden, gelijk beschreven is in de brief waardoor deze is gestoken.

Gegeven int jair ons heren duysent viffhondert viff ind dertich opten Sondach sent Crispini ind Crispiniani avent.

1536, 14 juni
Richter en schepenen van Zutphen oorkonden, dat Henrick Brantz en zijn vrouw Heyle aan Joanna Schoeltwick verkocht hebben een jaarlijkse losen erfrente van 1 goudgulden uit hun huis aan de Kornmarkt.

Gegieven int jair ons heren dusent vyfhondert ond ses ende dertich op des hilligen Sacramentzaven

1567, 5 februari
Peter van Schoilwick, stadhouder van Johan van Mekeren, schout van Zutphen, oorkondt, dat Toenis Horstinck en Johanna Frericks, zijn vrouw, aan het St. Annagilde verkocht hebben een jaarlijkse los- en erfrente van 10 gouden guldens uit ‘Horstinckskamp’, de helft van ‘de Leuwse hoirne’, ‘de lange worp’ voor de Waterpoort, kerspel Dottinchem buurschap IJsenoorde.
Gegeven inden jare ons heren duesent viffhondert soevenentsestich op Woensdach na Blasii Martijris.

De naam Scholtwick is toch een oude naam, want in het jaar 1353 is er in Zutphen een vermelding van Wenemarus Scoeltwick met zijn vrouw Gese. Maar of er enige connectie is met de Scholtwick's uit de 15de en 16de eeuw valt nog niet na te gaan. De twee oudst bekende generatie, die vrij zeker wél tot deze familie horen zijn Derck Scholtwick, die al in 1460 werd genoemd, en zijn zoon Claes.

 

Kreynck (onder constructie)

 

Christine Kreynck, die in 1551 in Deventer trouwde met Henric Scholtwick, was weduwe van Herman Esbeeck. Zij wordt genoemd in een stuk met haar dan nog levende broers en zusters:

In 1561 is een maegescheyd opgericht tussen Jasper, Melchior, Balten, Albert, Christina (x Henric Schoelwic) en Wilhelmina Kreynck, broeders en zusters.

Dat maaggescheid werd opgesteld naar aanleiding van het overlijden van hun moeder Lutgerd Schaep in 1557, weduwe van Gerryt Kreynck. Uit dat huwelijk werden minstens 11 kinderen geboren, van wie er dus 5 voor 1561 overleden waren. Wie de oudste van de kinderen van Gerryt Kreynck en Lutgard Schaep zijn geweest, is mij niet helemaal duidelijk, maar Jasper was van de overgebleven kinderen in elk geval degene met de meest vooraanstaande positie.

Van Spaen (f. 261) geeft als hoekwapens: Kreynck, Hoemen (3 leeuwen), Schaep en Huirninck (3 rozen).

Gerrit Kreynck, zoon van Dirck en Guede van Hoemen, huwde in 1523 Lutgert Schaep, dochter van Albert en Guida Huirninck. Hun achterkleinzoon Herman Kreynck huwde in 1606 Anna de Rode van Heeckeren, erfdochter van Overlaer.

Door bovenstaande beschrijving van de wapens op een grafsteen van Herman Kreynck, krijgen we meer gegevens over de wederzijdse ouders van Gerryt Kreynck en Lutgard Schaep.  Van Rhemen geeft als huwelijksdatum van Gerryt Kreynck en Lutgard Schaep ca. 1523 op.

Dirck Kreynck en Guede van Hoemen zouden ca. 1482 zijn getrouwd. Van Rhemen noemt als haar vader Johan van Hoemen, en Guede had ook nog een broer genaamd Berend van Hoemen. Ik ken uit dat huwelijk maar drie kinderen: Gerrit, Johan en Jutte. Guede van Hoemen overleed ca. 1506, maar ik weet eigenlijk niets over haar. Op grond van het wapen, kan zij verwant zijn met onderstaande Willem van Hoemen over wie ik overigens verder niets weet.

 

Gerrit Kreynck en jkvr. Stine 

Dirck Kreynck overleed ca. 1518. In zijn leven was hij ondermeer schepen van Zutphen van 1492 tot 1505. Hij was -volgens van Rhemen- de zoon van Gerryt Kreynck en Stine, die genoemd worden in een stuk:

Gelderse Rekenkamer
209. Richter en schepenen der stad Zutphen oorkonden, dat GERYT KREYNCK en jkvr. STYNE, zijn huisvrouw, aan HENRICK VAN KRABBENBORCH een jaarrente van 19 rijnsgld. verkocht hebben, verzekerd op hun huis in de. korte hofstraat aldaar Gegeven in den jair ons Heren duesent vierhondert ende sestich, optes heilligen Kirstaevent
Datering 1460 December 24
NB Oorspr. (inv. no. 450). Met het zeer geschonden zegel der stad Zutphen in groene was
Deze brief is gecancelleerd. Een opdrachtsbrief van 1550 is er door gestoken.-In dorso: "Zallant, joffer Kreinx, 19 g.

Het is niet duidelijk, wie deze jkvr. Stine is geweest, maar zij waren in 1460 al gehuwd. Gerrit Kreynck overleed eerder dan zijn vrouw, vermoedelijk stierf hij omstreeks 1501. Maar zijn weduwe, jkvr. Stine leefde nog in 1506:

Anno 1506 op ten goensdach (sic!) post agatendach voor Gerrit van Burloe en Gerrit van voirthuijsen Schepen te Zutphen heeft Johan Kreynck en Jordan sijn wijf mede voor hoer erven bekent, (:soe als zal: Gerrit Kreijnck en Vr. Stine sijn vrou, oeren vader en moeder zal: Henrick Kreijnck en joffer Margaretha, oer huisinge voor den monnicken geleent, en daar uit tot oeren begeerten 3 gold. gl: jaerlicx gevestet hebben, :) dat sij Vr. Stine wed.e zal: Gerrits en oeren erven altijt van de helfte der 3 gold. gl. jaerlix ontheffen en vrijen, en v. de helfte der beswaringe der huisingen v. 3 ggl. jaerlix schadeloos holden sal, en hen des eetsrechte (?) erf waer wesen tot de halfte. besegelt door scepen.

Dit stuk is lastig te interpreteren. Er staat een stuk tussen haakjes. Als je dat wegdenkt, dan staat er, dat Johan Kreynck en zijn vrouw Jordan verklaren, dat Vr. Stine, weduwe van Gerrit Kreynck en hun erven, gevrijwaard worden van het betalen van de helft van 3 gold. gulden jaarlijks en van de helft van de bezwaring op het huis. Het zinnetje tussen haakjes leest het moeilijkste. M.i. staat daar, dat zal. Gerrit Kreynck en zijn vrouw Stine, aan Johan's vader Henrick Kreynck en diens vrouw Margaretha, een huisinge hebben beleend voor 3 gold. gul. jaarlijks.

Johan Kreynck was getrouwd met jkvr. Jorden: zij zal zijn Jorden Schimmelpenninck, dochter van Coenraet Schimmelpenninck en Jutte van Dolre. Johan Kreynck was de zoon van Hendrik Kreijnck met Margaretha Gruters. Met dat in het achterhoofd is de tekst misschien begrijpelijker. Zoals ik het begrijp, leefde Margaretha Gruters ook nog in 1506, en het is mogelijk, dat beide weduwen, Stine en Margaretha beiden in één huis woonden, dat nu in bezit was gekomen van Johan Kreynck en zijn vrouw Jordan. Op grond daarvan dacht ik aan een nauwe familieband tussen Hendrik Kreynck en Gerrit Kreynck, maar die schijnt iets minder nauw te zijn, want Hendrik Kreynck was zelf weer een zoon van Johan Kreynck (en die was vermoedelijk een broer van Derck Kreynck):

Johan Kreynck X Nese
             |
Hendrik Kreynck X Grete
             |
Johan Kreynck X Jordan

anno 1516 Johan Kreynck en Jvr. Jorden sijn vrou droegen op Jvr. Stine Heurnincks als een toevenger der gemeine jofferen uit soittael die veenhoven in Empe.

Het tweede stuk over jkvr. Stine Huernincks gaat over de echtgenote van Andries Yseren. Zij waren al getrouwd in 1469, zoals blijkt uit een beleningsstuk in Hummel in de leenboeken Gelre:

Henrick Sessinck, onmundig, erve sjjnes vaders Henrix, beleent, a°. 1461, Sijn hulder is Johan Huerninck die jonge.
Idem eedt vernijt, anno 1465 
Stijn Huerninx, huysfrou Arnts Yseren, ontfinck des Roden slach, gelegen in den kerspel van Hummel, tot Zutphenschen rechten, anno. 1469.
Eadem, Johans dochter, als erve hares soons Henrick Sessinx ontfinck een stuck lants, geheiten den Roden slach, in den kerspel van Hummel
gelegen, daer naest gelant is die heer van Alden Keppel an beyden sijden, tot Zutphenschen rechten, 12 Oct. 1473.
Eadem tuchtigt haren man Arnt Yseren, eodem die

Stine Huerninck is dus niet identiek aan de vrouw van Gerrit Kreynck, wat ik wél even heb gedacht.

Voorlopig blijft het nog een raadsel, wie jkvr. Stine was. Ook onduidelijk is de relatie, die er bestond tussen Kreynck en Iseren. Zo wordt in 1465 Rense Kreynck een neef genoemd van Andries Yseren. Maar welke Rense Kreynck is dat, en welke Andries Iseren. Want daarvan waren er in beide geslachten wel meerdere. Maar we gaan toch een poging doen, want in 1466 is een uitgebreide huwelijksacte van Alphert Iseren, die toen in huwelijk trad met Bele. Helaas is deze door van Rhemen overgeschreven acte op mijn foto erg lastig leesbaar.

Wat ik eruit tevoorschijn krijg, geef ik verkort hieronder weer:

Wij Zander en Andries Schimmelpenninck gebroedere en Johan van Holthuisen Rentmr. als hylixlude wegen Alphert Yserens: en Zeelman Keppelman, Henrick Asse end Wilhem Lerijnck wegen Belen, zal: aelt Schelwerts vrou, en Gerrits F en Vr. Belien ..... echte dochter hebben een witlick hijlick gemaect in manieren en vorwerden als volgt. Ersten sal Alphert trouwen tot een echten wive en bedgenoten. Daer hem Bele, Belien moeder, en Gerrit belien broeder in gerechter ende gave geven den alingen halven henden (?) te Eine (?) van welcken Gerrit Kreynck andrieszoon die weder helftte van toebehoirt..... (nog veel tekst volgt hierna) ANNO 1466

F oude Schelewert

Hierover enige verduidelijking: van Rhemen placht in zijn stukken altijd de vorm te kiezen:

Naam man + aanvullende gegevens, en dan de voornaam van zijn vrouw, en opgave van wie zij een dochter was. Bijvoorbeeld:

Gerrit Kreynck blah blah blah, s(ijne).  h(uis).v(rouw). Stine, Willemsdochter van Koevorden en Anna van Hoenderlo (fictief voorbeeld)

Maar in het stuk, dat ik hiervoor citeerde, heeft hij kennelijk iets vergeten en dat achter de tekst bijgevoegd met een F-teken ervoor. Ik zal de betreffende tekst hier onder plaatsen, maar betwijfel, of die leesbaar is:

 

Het gaat er nu om, dat van Rhemen zelf onderstaande interpretatie geeft:

Hij noemt Gerrit Kreynck X Stine een broeder van Alphert Yseren, wiens vrou is Bele Schelewert? haer suster.... Oftewel, dat Bele Schelewert en Stine zusters waren. Maar ik zie niet goed in, waarom hij tot deze interpretatie komt van de eerder gegeven tekst. Want staat daar niet, dat Bele, met wie Alphert Yseren in 1466 trouwt, weduwe was van Aelt Schelewert?

 

Andries Kreynck en Alijt van Ruderlo 

 

Gerrit Kreynck was vermoedelijk een zoon van Andries Kreynck X Alijt van Ruderlo, die al in 1440 getrouwd waren. Naar schatting is Gerrit Kreynck geboren rond 1440, + 1501. Zijn huwelijk met jkvr. Stine zal hebben plaats gevonden ca. 1460... Van Rhemen noemt als hun huwelijksjaar 1459. In 1506 was Gerrit Kreynck al dood, want in dat jaar verkoopt zijn weduwe Stine een jaarlijkse erfrente aan de vicarissen van de Grote Kerk.

Alijt van Ruderlo had een broer Willem van Roderlo, die getrouwd was met Agnes Caelsack. Deze Willem van Roderlo stierf in 1496, zoals is na te zien in de ridderschap van de Veluwe:

Willem van Roderlo tot Bakenweerde en Nederlaer, schepen van Zutphen, overleden op 6 juni 1496 en begraven te Utrecht, zoon van Willem van Roderlo en Margriet Cloeck, hij trouwt Agnes Caelsack, overleden op 6 juni 1506 en begraven te Zutphen.

Huis Hackfort (1290-1845)
309 Een brieff mit 3 uijthangende segels in dato 1445, waerbij Berent van Ridderloe, Geerdert ende Willem, gebroederen, gelaven Willem van Baeck, Rijckwijn Cloeck etc. wegen sodanijghe belofften als sij an Andries Kreinck van 800 averlensche gulden hebben gedaen

Hieruit blijkt de familiaire betrekking, die er bestond tussen Riquijn Cloeck, die overigens zelf met Mente van Roderlo was getrouwd, en Alijt van Roderlo. Waarschijnlijk was Riquijn Cloeck ook nog een broer van Alijt's moeder Margaretha Cloeck. Welke relatie er precies was met Willem van Baeck is mij niet bekend.

Alijt van Ruderlo zelf overleed ongeveer 1492-1495. Alijt van Roderlo heeft haar man, Andries Kreynck, ver overleefd, want die stierf voor 1454, terwijl zij zelf nog in 1492 in leven was, zoals te zien is aan onderstaande beleningsreeks.

STEENRE.
't Goet te Bakerweerde te vijffmarckenleens heeft ontfangen Derick van Vorden, anno 1378.
Willem van Vorden ontfinck dat goet tot Bakerweerde met sijnen tobehoren, in den kerspel van Steenre gelegen. Item dat goedeken ende erve tot Lutteken Wynnekinck 3), in den kerspel van Voerden gelegen, tot eenen Zutphens leen, a°. 1402.
Derich van Blo ontfingh dat goet gelegen in Bakerweert, dat vortijts Willems van Vorden plag te wesen, tot eenen Zutphenschen leen, a°. 1408.
Margriet, Godert Cloicks dochter, huysfrou Willems van Roderlo, bij transport Derichs van Baloe beleent, a°. 1418.
Willem van Roderlo, a°. 1424.
Bernt van Roderlo beleent, a°. 1439.
Aleyt, huysfrou Andries Kreyinx, bij transport hares broders Bernts, a°. 1446.
Eadem, weduwe Andries Kreyinx, eertijts ontfangen hebbende dat goed geheiten Bakerweert met sijnen tobehoren, in den kerspel van Steenre gelegen, tot Zutphenschen rechten, vernijt eedt deur heuren broder
Willem van Roderlo, a°. 1454.
Eadem, anno 1465.
Eadem vernijt eedt van den goede geheyten Bakerweert met sijnen tobehoren, in den kerspel van Steenre, in der buyrschap van Baeck gelegen, daer naest gelant is Wijer ton Avercamp an d'een ende Gerrit van Hackfort an d'ander sijde, 12 Oct. 1473.
Eadem vernijt eedt, 23 Aug. 1484.
Eadem eedt vernijt, a°. 1492.
Willem van Ruerlo, erve sijner suster Aleyt, a°. 1495.
Henrica van Ruerlo bij transport hares vaders Willems, a°. 1495. Haer oom Henrick Caelsack is hulder.

We zien dat de eedt door Alijt van Roderlo vernieuwt wordt in 1454 (als zij al weduwe is), in 1465, 1473, 1484 en 1492, waarna in 1495 haar broer Willem van Roderlo het goed erft. Tegelijk zien we ook de band met Henrick Caelsack genoemd worden, die een broer was van Agnes Caelsack (Kaelsack) met wie Willem van Roderlo getrouwd was.

In 1454 was Alijt dus al weduwe en van Rhemen noemt haar met haar kinderen in 1455:
anno 1455 Juffer Alijt van Roderlo, weduwe Andries Kreynck en haer kinderen Rolof, Rense, Willem, Jutte ende Gerrit Kreynck.

De kinderen, die genoemd worden verdienen enige aandacht. Die zijn vermoedelijk gerangschikt van ouder naar jonger. In die tijd werd er behoorlijk vernoemd, en we zien in dit lijstje kinderen inderdaad Willem staan, vernoemd naar Alijt's vader. Maar hij wordt pas als derde zoon genoemd, achter Rolof en Rense.

Andries Kreynck trouwde vermoedelijk tussen 1430-1440 met Alijt van Ruderlo, en hij overleed in 1454. Omstreeks 1438 werd hij Andries Kreynck 'de olden' genoemd. Volgens van Rhemen was hij een zoon van Andries Kreynck en N. van Graes. Uit dat huwelijk zouden zijn geboren: Andries, Johan, Rolof en Trude Kreynck. Andries Kreynck werd dus wel 'de olden' genoemd, en het is juist deze toevoeging, gecombineerd met de kinderen, die uit Trude zijn geboren, en die uit Alijt van Ruderlo zijn geboren, die mij ertoe brengen om te veronderstellen, dat Andries Kreynck twee keer getrouwd was: tussen 1420 en 1432 met Trude van Wilde, Roloff's dochter, en daaruit de kinderen Andries, Johan (?), Rolof en Trude, en tussen 1434 en 1454 met Alijt van Ruderlo, waaruit geboren zijn Rense, Willem , Jutte en Gerrit Kreynck.

Andries Kreynck X (ca. 1420) Trude de Wilde (+ voor 1432)                                               XX (ca. 1432) Alijt van Roderlo
                |...................|.                                                      |..........................|.............................|...............................|................................|
            Andries             Rolof                                                Trude                    Rense                        Willem                        Jutte                          Gerrit

Hoe de kinderen precies verdeeld zijn over deze twee huwelijken is mij niet duidelijk. Misschien waren Trude en Rense ook uit het 1ste huwelijk, maar zij worden in 1432 niet genoemd. Dit 1ste huwelijk van Andries Kreynck zien we bevestigd in onderstaand stukken:

Van Rhemen is tijdens zijn onderzoek vermoedelijk in de war geraakt door meerdere huwelijken van een Andries Kreynck met een Trude:

In 1403/1404 overleed Mr. Andries Kreynck en hij liet een weduwe Trude na. Deze Trude ontving een jaarlijkse uitkering, en die is in de Rekeningen Zutphen makkelijk terug te vinden. Vermoedelijk betreft dat het huwelijk van Mr. Andries Kreynck met N. van Graes, Johansdochter. Uit de Rekeningen Zutphen halen we nog:

1403-1404

1404-1405

Verwarrend zijn ook een aantal andere stukken van van Rhemen:

Anno 1454 hebben Henric van Essen, Derc van Dorth en Henric van Essen toe Vorchten, v. wegen Johan van Essen an d'eene; en Rolof Kreynck, Derck v den Wiele, en Evert van Graes van wegen Trude, zal: Andries Kreynck dochter een hylick gemaect rapsod. 4. p. roi

Anno 1460 Hebben Evert van Graes en Henneken sijn vrou, en Johan v Essen met Trude : Andries Kr. en .... v. Graes docht : sijn vrou en los gegeven Griete Ludeken Randings dochter van alle hoericheit.

Anno 1462. Andries Kreynck en sijn suster Trude opgedragen de halfte van t goet Haemel in Tonger buirschap, de Smalle Tienden daervan aen Henrick Kreynck, Derck van der Capelle en Rense Kreynck Andriessoon
.

Anno 1468 getuiget Evert van Graes, dat sijn vader Johan van Graes geschenket hadde sijner dochters dochter Trude Kr. Johan v Essens vrou, alsodane horicheit en to seggen als hij hadde aen Evert Neut Randinges soon.


Met name het laatste stuk verwijst ernaar dat Andries Kreynck en zijn vrouw, Johansdochter van Graes, een dochter Trude hadden, die in 1454 trouwde met Johan van Essen. In 1462 dragen Andries Kreynck en zijn zuster Trude smalle tienden op aan Henrick Kreynck onder getuigenis van o.a. Rense Kreynck. Maar hieruit wordt in elk geval één ding duidelijk: Andries Kreynck die met zijn zuster Trude wordt genoemd, leefde nog in 1462, zodat hij nooit identiek kan zijn aan Andries Kreynck + 1454 x Alijt van Roderlo ).
Maar ook is er een tweede 'moeilijkheid', want Evert van Graes, die in 1468 de uitspraak doet over zijn vader en zijn zuster, leeft dan dus nog, en leeft ook nog in 1472, terwijl zijn vader Johan van Graes nog leeft rond 1444, zoals blijkt uit de belening van het goed Randing (!):

Dat guet toe Randing, --- . Item vier molder roggen uut der Hegen, gelegen bi den Essche tot Delden, ende de smalen teenden aver die Hege.
** In 1433 volgt na een opsomming van onder meer de hierboven genoemde goederen : "Desse voirgenoemte tende ende guede, gelegen in den kerspel van Delden".
1408 okt 8 (BB fol 66v)
Johan van Graes na de dood van zijn vader.
1433 aug 3 (BC fol 15v)
Johan van Graessen.
1445 nov 17 (BC fol 15v)
Evert van Graessen na de dood van zijn vader Johan van Graessen.

We mogen best de conclusie trekken, dat Evert van Graes en zijn zuster niet vóór 1410 zullen zijn geboren. En daaruit kunnen we dan de conclusie trekken, dat Andries Kreynck, die gehuwd was met de dochter van Johan van Graes, vermoedelijk niet voor 1425 getrouwd zal zijn, mogelijk zelfs pas rond 1430. En uit dat huwelijk is tenminste een dochter Trude geboren, die 1354 trouwde met Johan van Essen. En omdat Rolof Kreynck haar uithuwelijkt en Trude in 1462 met haar broer Andries wordt genoemd, mogen we misschien voorzichtig de conclusie trekken, dat we hier te maken hebben met Andries en Rolof Kreynck, die in 1432 genoemd worden als kinderen van Andries Kreynck en Trude.

Gaat het dus misschien in totaal om drie huwelijken van een Andries Kreynck met een Trude?

1. Mr. Andries Kreynck + 1403 X Trude NN. met zoons Andries (vermeld 1404) en Johan (verm. 1415)
2. Andries Kreynck X Trude van Graes (+ voor 1432), zoons Andries en Roloff
3. Andries Kreynck X voor 1421 Trude de Wilde, dochter Alijt

We zullen zien, dat hetwaarschijnlijk iets anders zat.

In 1423/1424 sterft Andries Kreynck:
extract uit de overmeesterrekening Zutphen
Elf scepenen want Andries Kreyng storf op Zunte Johan ante Portam Latinam ende elken scepen 24 lb. maket 264 lb.

Uit andere stukken valt te construeren, dat het gaat om Andries Kreynck Johanszoon, die gehuwd was met Fenne. In 1425 zien we zijn zoon genoemd worden, Johan Andrieszoon Kreynck met zijn moeder Fenne.

Ook rond die tijd, misschien iets eerder  is ook Trude overleden, en ik denk dat daarmee Trude de Wilde wordt bedoeld. In 1421/1422 worden zij nog samen genoemd, maar in 1423/1424 zien alleen nog Andries Kreynck genoemd worden:

1422/1423 Andries Kreynck en Trude sine wive en oere kinder 50 lb.
1424/1425 Andries Kreynck en sine kinder  50 lb.

Omdat in 1428 Andries Kreynck de Voortmaet verkocht aan Andries de Wilde (en ook omdat naar mijn mening Andries Kreynck in 1421 nog niet getrouwd kon zijn met een dochter van Johan van Graes, die dan nog te jong was), moet het vrijwel zeker betekenen, dat Trude de Wilde rond 1422/1423 is overleden. Uit dat huwelijk zijn kinderen en het is niet gewaagd om te veronderstellen, dat daartussen in elk geval een Rolof Kreynck kan hebben gezeten (vernoemd naar Trude's vader Rolof de Wilde).

Omdat in 1404 een stuk bekend is, waarin Andries Kreynck Johanszoon zijn neef Andries Kreynck, zoon van mr. Andries Kreynck, beleend met de helft van Luttike Zuytwijck, weten we in elk geval een stukje familiegeschiedenis. Volgens van Rhemen was Andries Kreynck, mr. Andrieszoon, getrouwd met Jutte Iseren, die rond 1440 stierf. Hun kinderen noemt hij ook naar aanleiding van een maaggescheidt, dat hij kennelijk gezien heeft.

Mr. Andries Kreynck + 1403.....................................................Johan Kreynck
X Trude NN + na. 1429                                                              X NN.
                  |                                                                            |
Andries ......................Johan                                                Andries Kreynck + 1423                      Andries Kreynck                      Andries Kreynck         Andries Kreynck   + 1454       
X Jutte Iseren (+1440)                                                              X Fenne                                  X Trude de Wilde (+ 1422)        X Johandr. van Graes       X Alijt van Roderlo
     |                                                                                          |                                                       |                             huw. ca. 1440                        |
Johan   Andries   Mechteld    Rense     Willem                             Johan Kreynck                       Alijt.............Andries..........Rolof                                   Rolof   Rense   Willem   Jutte  Gerrit

Wat mij in deze tabel stoort, dat is dat van de kinderen van Andries Kreynck en Jutte Iseren, als oudste zoon Johan wordt genoemd door van Rhemen. Veel logischer zou het zijn (maar wat is logica), dat hun oudste zoon ook Andries zou zijn vernoemd.

In de Renunciatieboeken van Deventer (het oudste daarvan begint in 1430) vinden we ook vermeldingen van de families van Graes en van Kreynck. Johan van Graes was schepen in Deventer, en hij was getrouwd met Engele. In de renunicatieboeken komt hij vrij veel voor (in elk geval is hij dood in 1445), evenals ook zijn zoon Evert, die we vanaf ca. 1438 ook genoemd zien met zijn vrouw Henneken. Ook worden enkele zusters genoemd: Hadewijch van Graes, die kennelijk kloosterlinge was (1434) in het klooster Langenhorst, en een zuster Mechteld, genoemd in 1434. Deze Mechteld van Graes zien we in Deventer vanaf 1444 genoemd als vrouw van Andries Kreynck. Daarmee wordt mijn eerder uitgesproken vermoeden bevestigd: de dochter van Johan van Graes, met wie Andries Kreynck tenslotte trouwde, is vast geboren na 1410. In 1434 was zij zeker nog niet getrouwd met Andries Kreynck. Vermoedelijk zijn zij getrouwd rond 1440, want in dat jaar wordt Andries Kreynck burger van Deventer, waarbij als zijn borg optreedt Evert van Graes. Vermoedelijk is dus ook rond die tijd het huwelijk gesloten, mogelijk ook wat eerder. Andries en Mechteld waren nog steeds getrouwd in 1447. In 1446 wordt er gesproken over Andries Kreynck sr. en Andries Kreynck jr., en verder zien we genoemd worden: Geert Kreynck en Andries Kreynck jr.in een zelfde stuk in 1438, Johan Kreynck in 1435 en 1450, en Rolof Kreynck in 1446 en 1450.

Het heeft er derhalve alle schijn van, dat we hier genoemd zien worden de broers Andries, Johan, Geert en Rolof Kreynck, en dat hun vader Andries Kreynck sr. ook genoemd wordt. Deze gegevens uit de Renunciatieboeken lopen van 1430-1458, maar Andries Kreynck wordt na 1453 niet meer genoemd (en zijn vrouw Mechteld dus al niet meer sinds 1448, terwijl zij tussen 1444 en 1447 telkens wél wordt genoemd). Ik vermoed, dat dit betekent, dat Andries Kreynck rond 1448 weduwnaar werd van Mechteld van Graes, en dat hij zelf rond 1454 stierf. Dat is opvallend, omdat ook Andries Kreynck X Alijt van Ruderlo rond 1454 stierf.

Makkelijk is het intussen niet met al die Andriessen Kreynck in een betrekkelijk kort tijdsbestek.

Hiermee ben ik voorlopig aan het eind van mijn onderzoek. Er zijn veel onduidelijkheden in deze generaties, die nog opgehelderd moeten worden. Daarvoor is het ook nodig om de originele stukken te bekijken, omdat die soms nog wat meer informatie bevatten.