Van Broeckhuysen (onder constructie)

 

Omstreeks 1405 trouwden Jan heer van Broeckhuysen en Adriana van Brakel met elkaar. De naam komt in verschillende vormen voor, Brockhusen, Broichusen, Brueckhusen, Bruchusen, en natuurlijk de moderne versie Broekhuizen. Ik heb gekozen voor de spelling Broeckhuysen in een poging om weer te geven, dat het om het oude edele geslacht gaat.

Kroniek Werken Gelre nr 5 (1904) :

p.55
Johan van WEERDENBURG her Willems oudste soen van BROECHUSEN was seer groot ende vet ende was die ZEVENDE heer van WEERDENBERCH, dat hi ontfinc van hertog Willem van Gelre etc. na inhout sijns vaders testaments waarbij als leenmannen: her Hubert heer van CULEMBORG en her Robert van APPELTERN, rittere , int jaar 1401.

p 55
Weerdenbergh verlijt Johan voorschr. nogmaals in een acte voor "hertoch Reynalt" waarbij dan edele her Frederik greve tot MEURS ende her tot BAER en her Gadert van der RUYRE, riddere.

p 55:
Weerdenbergh verlijt Johan voorschr. nogmaals in een acte voor "hertoch Arnolt" in 1424 waarbij als leenmannen: die heer van CULEMBORG ende Johan van OY greve tot UBBERGEN

p 55
hij had aan vast inkomen jaarlijks ca 2000 oude schilden te makken en dat vererfde hij op zijn erven, want hij was "heer to Broichusen, to
Werdenberch ende to Amerzoyen"
 

Uit dit huwelijk werd o.a. geboren Agnes van Broeckhuysen tot Weerdenburg, die omstreeks 1443 trouwt met Frederick van den Rutenberg. Sommigen zeggen, dat Agnes na het overlijden van Frederick van den Rutenberg hertrouwde met Johan van Bellinckhaven, maar Fahne bijvoorbeeld noemt die Agnes van Broeckhuysen afkomstig uit de tak van Broeckhuysen van Barlham. Die Agnes van Broeckhuysen was in elk geval verwant met Gijsbert van Broeckhuysen:

Gelre 1931 blz. 242
DE LEENREGISTERS VAN DE PROOSDIJ VAN EMMERIK.
Dat guet to Elsmer, gelegen in den kirspel van
Diedem, geliick als Herman Tuissch in bouwinge
heft, tot enen rechten viiffmarck leen.

Gerardus de Hekeren quondam, nunc Giisbertus de Bruechusen, bona dicta Eesmer in Dyedem, cum omnibus attinentiis suis, que quondam fuerunt domini Hermanni de Steenre, militis, 1414.
Giisbert van Broickhuisen, behoudens de rechten van Deric van Bellinchaven, 1446 Augustus 28.
Johan van Bellinchaven, beheltlick Giisbert van Broickhuisen siins aendeels aen desen goide, na opdracht door zijn vader Derick, wiens oudste zoon hij is, 1458 Juli 6.
 

Omdat deze Gijsbert van Broeckhuysen uit de tak Broeckhuysen van Barlham stamt, kunnen we dus wel met enige grond stellen, dat Johan van Bellinckhoven getrouwd was met Agnes van Broeckhuysen van Barlham, en dus niet met Agnes van Broeckhuysen van Weerdenburg.

Willem heer van Broeckhuysen (+ ca. 1415) X Agnes de Cock van Weerdenburg waren de ouders van Johan van Broeckhuysen (vette Jan). Johan had zeker 7 broers en zusters, allen geboren uit dit huwelijk, dat gesloten is omstreeks 1380-1385, en daaronder bevindt zich een jongere broer die ook Jan van Broeckhuysen heette. Willem van Broeckhuysen wordt in 1377 genoemd:

21 december 1377
Johan van Harff, Johan van Kessel, Willem van Broekhuisen en anderen zijn getuige bij een verzoek door Willem I, hertog van Gelder, aan de stad Venlo en haar burgers, om ook zijn moeder Maria [hertogin van Gulik, dochter van Reinald II van Gelder] als hun rechte vrouwe te huldigen nu zij hem als hun erfheer hebben gehuldigd, en diens belofte om de stad [Venlo] en haar burgers in zijn landen in al hun rechten te handhaven.
GA Venlo, Oud Archief, Inventaris Hanssen 1919 blz. 11-12

M. Flokstra noemt in een artikel in Castellogica deel II 1988:

Willem van Broekhuizen, de oudste zoon van de heer van Broekhuzen. Hij erfde van zijn vader de heerlijkheden Broekhuizen, Loe en Ingher Walacken (= het huidige Wallach, gelegen in de buurt van Xandten bij Alpen aan de Rijn in Duitsland). Hij verkreeg de heerlijkheden Spraland en Oostrum als onderpand van Daniel van Apeltern. Toen die zijn schuld niet kon aflossen kocht hij deze heerlijkheden. Hij heeft waarschijnlijk op dezelfde wijze de heerlijkheid Geysteren en Oirlo verworven. Hij bezat het pandrecht op het kasteel van Grebben en de tol van Venlo. Hij kocht het Gelderse erfhofmeesterambt van verre familie te weten Jacob, heer van Mirlaer en Johanna van Broekhuizen. Hij was gehuwd met Agnes de Cock, erfdochter van Waardenburg. Hij overlijdt omstreeks 1415 want dan vindt een boedelscheiding plaats.

Kinderen:
1. Elisabeth abdis van Grafenthal overleden 8-4-1469
2. Jan heer van Broekhuizen, Waardenburg 1424 heer van Ammerzoden, overleden voor 7 juli 1442
3. Gerarda 1411-1467
4. Willem heer van Geysteren, Spraland en Oostum, erfhofmeester 1424 ambtman van Kessel en Horst overleden voor 8 maart 1429
5. Henrica 1414-1455
6. Johan 1405-1451 1405 heer van Loe bij Alpen 1429 heer van Geystern Spraland en Oostrum, erfhofmeester van Gelre 1431 ambtman van Kessel en Horst.
7. Hubrecht 1405-1443 overleden tussen 1443-1451
8. Sweder 1415-1437 overleden voor 1451
9. Alard 1415-1448 overleden voor 1451.
 

Op de site van Loe Giesen vond ik een tweetal oorkondes, waarin Willem van Broeckhuysen voorkomt, in 1380 worden daarin ook Johan heer van Wickrade en Johan van Broickhusen genoemd:

30 april 1380
"des lesten dages in den aprille"
Wij Willem van Broichusen, Johan heer tot Wickrade, Jacob here tot Meirlaer, Otte van Bellichaven, Sander van Kodichaven ridders, Dieric van Ylvervelde, Aloff van Elver, Johan Mompelier, Herman van Mekeren, Herman van Boetbergh, Rost van Verken, Otte van Houtmolen, Gerit van Waembeec, Goetsen Cluet, Johan van Wyenhorst, Reinken van Holthusen, Johan vander Steigen, Eylias van Vossem, Kaerle van Honslaer, Loeff van Berenbroec, Gerit Schardenberg, Brant van Brede, Mathijs van Kessel, Heinric van Merwijc, Gerit Kovoet, Johan van Broichusen, Herman van Yessem, Philips van Steinhorst, Dieric Spoelre, Bernt van Tigelen doen kont allen luden over mitz desen apenen brieff want wij onsen lieve genedigen here den hertoch van Brabant toe dienste gereden sijn, soe bekenne wij dat hi ons guetlic ende wael heet doen betalen allen alsulkenen zolt als wij ende onse gezellen die wij mit ons gevort hebben, oem op dese tijt aff verdient hebben ende schelden oem sijne landen luden ende ondersaten daer aff quijt los ende ledich voer ons ende onse gezellen vors. ende dancken oem sere alle argelist hier inne vyt gescheiden ende wij alle samen vors. bidde u heren Willem van Broichusen, heren Johanne, here tot Wickrade, Johan Mompelier ende Herman van Mekeren dat ghi u zegele toe getuge deser saken vor ons allen an desen brieff wilt hangen ende wij Willem van Broichusen, Johan here tot Wickrade ridders, Johan Mompelier, Herman van Mekeren vors. knapen bekenne dat wij om beide wil all deser guder lude vors. onse zegele toe getuge deser vurs. punten voer oen allen ende voer ons selven an desen brieff hebben gehangen. Gegeven int jaer ons heren dusent drihondert tachtentich des lesten dagen in den aprille.
Algemeen Rijksarchief Brussel, Charters Brabant nr. 5653. Zegels: 1. Willem van Broekhuizen, nr. 26555 vrij gaaf; 2. Johan, heer van Wickrade nr. 26556 vrij gaaf; 3. Johan Mompelier nr. 26557 vrij gaaf; 4. Herman van Mekeren nr. 26558 et 799 vrij gaaf. Lit: A. Verkooren, Inventaire des chartres et cartulaires des duchés de Brabant et de Limbourg et des pays d'Ourte-Meuse, Brussel 1922, (Tome 8), 132-133. Met dank aan M. Flokstra.

15 November 1385.
Fol. 10v. Wij Willem van Gulich etc. hertoge etc. doin kont dat wij bij rade ende goitdunken onser rade ende vriende sijn averdragen mit heren Willem, here van Broichusen, onsen lieven neve, rait ende havemeister, van alsulker scholt als van VIIC alden guldenen schilden, munten des keisers van Romen of des koninx van Vranckrix, die wij hem noch schuldich sijn ende bewijst hadden mit anderen gelde dat wij hem schuldich waren te boren tot Zaltbommel yn onsen tholle, also dat her Willem ons alle alsulke brieve overgheven sal als hè van ons heeft sprekende van den vorscreven gelde tot Zaltbommel te boren. Ende wij onse erven ende nacomelingen sullen denselven heren Wilhem ende vrouwen Agnesen, sijnen elichen wijve, alle jair also langhe als sij beyde of hoire eyn levent, gheven ende schuldich sijn ende doin gheven ende betalen tsente Johanne tot Nymegen bijnnen muntaten ende vriheit up sent Marien Magdalenen dach LXX goide alde guldene schilde als vorscreven sijn, goit van golde ende recht van gewichte of dair voir goide andere gelijc payment dien vorscreven schilden gelijch goit, te heffen ende te boren uyt onsen tholle nu ter tijt gelegen tot Nymegen up der Wale of wair die gelacht moicht werden. Ende ontbieden onsen thollner, die nu is of hir namals tot Nymegen syn sal, dat sy die vorscreven LXX alde scilde alle jair als vorscreven is betalen uyt onsen vorgenoemde thollen, sonder eynich ander neer bevelenisse dairomme van ons of onsen erven en nacomelinghen te wachten, betalen heren Willem ende sijnen wyve vorscreven also lange als sij beyde of hoirre eyn levent. Ende were dat her Wilhelm of sijn wijf vorscreven dat vorgenoemde geit als vorscreven is up eyn jair of meer eyn deil of al onbetailt bleve, so hebben wij heren Wilhelm ende sijnen wyfve vorscreven geoirloft, dat sy of hoerre eyn of hoerre beider of hoirs eyns bade of gesynde alsulk gebreech als hoen beiden of hoerre eyn an den vorscreven gelde dan ongeboirt were selve te voerens boren sullen uyt ende an onsen vorscreven tholle tot Nymegen of so wair dan die lege, sonder wederseggen ons of onsen erven ende nacomelingen of anders ymands, eer onse vorscreven thollner of anders ymant yet dair af boere, ende ontbieden dair omme onsen thollner tot Nymegen ende die dan tholneer sijn sullen up onsen vorscreven thollen, dat sij heren Willem ende sijnen wijven ende horen baden ende gesynde vorscreven dair an nyet hinderen en sullen ende laten hoen die vorscreven gulde jairlix ende alle gebroech dair af boren als vorscreven is. Ende up dat an betalinge deser vorscreven lijftucht gheen hijnder of vertreck en geschie als vorscreven is, so hebben wij voir ons, onse erven ende nacomelingen overgegeven dat men die vorscreven lijftucht nyet en sal, noch en mach besetten of bekummeren overmids onse gerichte bynnen steden of buten steden noch nerghent yn onsen landen. Alle dese vorscreven voirwerde ende punten hebben wij hertoge vorscreven voir ons, onse erven ende nacomelinge gelaift ende gelaven die yn goiden trouwen te halden, sonder alle argeliste.
In orkonde etc. Datum anno Domini MCCCLXXXV proxima feria mita post Martini episcopi hyemalis.

Uit de laatste oorkonde kunnen we opmaken dat heer Willem van Broeckhuysen voor november 1385 is getrouwd met Agnes de Cock van Weerdenburg. In 1409 worden Willem van Broeckhuysen en Agnes nog samen genoemd:

1409 September 11 [des Woensdages na onser Vrouwendach Nativitas]
Willem heer tot Broechusen. en Agnese vrouwe tot Broechusen en Werdenberch, erkennen door heer Hubrecht, heer van Culenborch etc., voldaan te zijn van hetgeen hun moeder Henric van Culenborch, vrouwe van Weerdenberch, aanbestorven was van haar broeder heer Jan, heer van Culenborch etc.

Heer Willem's vader was Johan, heer van Broeckhuysen, die we in 1368 en 1371 genoemd zien:

In 1368 worden in een akte van huwelijksvoorwaarden tusschen Eduard hertog van Gelre en Catharina, oudste dochter van hertog Albrecht van Beijeren, als getuigen genoemd Johan heer van Broeckhuysen en Johan heer van Wickrade.

28 juni 1371
"op sente Peters ende sente Pauwels avont der heiligher apostelen"
Johan, heer van Bruechusen, verzoekt Johan van Buren, ridder, zijn "maag" en vriend, of deze borg wil staan voor 440 dubbele Mutunen op sint Matthijs aanstaande (24 februari) te betalen aan Segher van Egher.
J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 30.

11 september 1371
"des derden daighs nae ons vrouwendach nativitatis"
Reynolt, hertog van Gelre, scheldt de stad en burgers van Roermond de breuken en misdaden kwijt die zij tegen hem hebben gepleegd samen met hertog Edewart, zijn broer.

Getuigen: Henricus van Steenbergen, proost, de raden Johan van Meurs, Wilhelmus van Bronckhorst, Johan, heer van Broickhusen, Johan, heer van Leenden, Wernerus van Swalmen, Sanderus van Voshem, Johan van Wic, Henricus van Homoet, Arnoldus van Lawyc, ridders ("milites") en de knapen Wolterus van Voirst en Petrus van Steenbergen.
GA Roermond, Oud Archief, inv.nr. 345, blz. 14-15; regest nr. 102.

In de acte van 1368 zien we Jan, heer van Broeckhuysen, Janszoon en Jan, heer van Wickrade, Willemszoon gezamelijk optreden als getuigen bij het huwelijk van Hertog Edward van Gelre en Catharina van Beyeren. Wanneer Johan heer van Broeckhuysen precies is gestorven is niet helemaal duidelijk. Ik meen van hem nog een vermelding te hebben gezien uit 1379 bij het huwelijk van de dochter van Arnold van Alpen, heer van Honnepel.

Willem van Broeckhuysen zal wel geboren zijn rond 1350-1360. In de acte van 1380 zien we bovendien nog zijn broer Johan van Broeckhuysen genoemd worden, van wie mij niet veel meer bekend is. Zij waren zoons van Johan heer van Broeckhuysen. Wie precies hun moeder was, is eigenlijk niet bekend. In literatuur wordt zij genoemd Elisabeth van Buderich.

In dit stuk uit 1376 wordt Bernd von Egher genoemd als zwager resp. oom van Deniken van Buderich en diens zoons Willem en Bernd. Daaruit lijkt de conclusie gewettigd, dat Denike van Buderich getrouwd was met een zuster van Bernd van Egher. Bernd van Egher draagt aan hen over het huis en de heerlijkheid Frymersheim, en de goederen Die Waellake.

28 juni 1371
"op sente Peters ende sente Pauwels avont der heiligher apostelen"
Johan, heer van Bruechusen, verzoekt Johan van Buren, ridder, zijn "maag" en vriend, of deze borg wil staan voor 440 dubbele Mutunen op sint Matthijs aanstaande (24 februari) te betalen aan Segher van Egher.
J. Stoel: Oorkondenboek Archief Kasteel Arcen deel 1 1303-1450. Cahiers Hist. Werkgroep Arcen-Lom-Velden nr. 13, blz. 30.


Ik ken dit stuk alleen in regest-vorm.

Enkele jaren later in aug. 1381 draagt dezelfde Bernd van Egher het goed 'die Waellace' op aan Willem heer van Broeckhuysen uit vriendschap en vanwege diens verdiensten, zoals hij (Bernd van Egher) het goed eerder ontvangen had van Willem's vader Johan heer van Broeckhuysen.

In 1368 wordt aan Arnt Vinck en diens vrouw Katharina een huis, hoeve met landerijen, nabij de hof van de hertog van Gelre te Venlo verkocht door Johan, heer van Bruchusen en zijn vrouw Lysbeth. (Arch Armenbest. Venlo, Msg 1959-25).

 


Het goed 'die Waellake' was dus een goed uit het bezit van Johan heer van Broeckhuysen, dat in 1376 door de kanunnik Bernd van Egher aan Denike van Buderich wordt overgegeven, maar door diezelfde Bernd van Egher in 1381 wordt overgedragen aan Willem Heer van Broeckhuysen, Johanszoon, in bijzijn van onder andere Arnt van Egher, ook kanunnik in Luik, en jonkvrouw Liesbet van Egher.

Johan Heer van Broeckhuysen, vader van Willem van Broechuysen, overleed vermoedelijk rond 1380, want in 1379 was hij nog in leven, terwijl hij in 1381 kennelijk dood was. Zijn vrouw heette Liesbeth, en was vermoedelijk uit het geslacht van Buderich. Johan heer van Broeckhuysen komt niet erg veel voor in oorkondelijke stukken, maar volgens Flokstra was zijn eerste vermelding als heer van Broeckhuysen in 1354. Dat meent hij op grond van het feit, dat Johan heer van Broeckhuysen in dat jaar een zegel gebruikt, dat verschilt van de zegels, die bekend zijn uit de jaren daarvoor. Bovendien is dat zelfde zegel ook nog in 1371 gebruikt, en dan is het volstrekt zeker, dat de voorgaande heer van Broeckhuysen dood was, omdat in 1364 zijn weduwe Sophia van Loe (Loo) wordt genoemd. Deze argumentatie lijkt mij tamelijk plausibel, zodat we mogen aannemen, dat Johan heer van Broeckhuysen is geweest van ca. 1354-1380. Zijn ouders zijn dan geweest Johan van Broeckhuysen en Sophia van Loe, die een paar keer voorkomt in stukken. Allereerst komt zij voor in 1338, vervolgens in 1364 als weduwe, en ook nog in bovenstaande overdrachtsacte van het goed Wallach in 1381.

Flokstra meent uit de overdrachtsacte van 1381 op te kunnen maken, dat Johan's moeder Sophia van Loe dan nog in leven is, maar ik meen uit de tekst op te mogen maken, dat zij dan wel dood is. Er staat immers: '....als dy vrou van Loe uter den lande toe hebben plagh....' Het lijkt mij, dat daarin in de verleden tijd wordt gesproken. Op grond daarvan meen ik ook, dat zij vermoedelijk al dood was in 1376, omdat Bernd van Egher dan al het goed Wallach bezit.

In 1338 zien we dus de ouders van Johan van Broeckhuysen genoemd worden, als Johan heer van Broeckhuysen, ridder, en zijn wettelijke vrouw Sophie, aan het klooster Grafenthal een jaarrente meegeven vanwege de intrede van hun dochter Sophia in dat klooster. Daaraan kunnen we zien, dat Johan van Broeckhuysen en Sophia van Loo toen al geruime tijd getrouwd waren, maar een nauwkeurig tijdstip van hun huwelijk is niet te geven. Flokstra suggereert, dat zij wellicht al in 1322 getrouwd waren, omdat Johan van Broeckhuysen dan het ambtmanschap van Rheinberg ontvangt. Dat lijkt mij vrij goed mogelijk, ook omdat hun dochter Sophia bij intrede in het klooster vermoedelijk ouder zal zijn geweest dan 8 jaar, en omdat Johan van Broeckhuysen in 1319 met een eigen zegel zegelt, en volgens Flokstra dan vermoedelijk volwassen was. Dat vermoeden wordt nog eens versterkt, doordat zijn vader zich in 1314 al Johan van Broeckhuysen senior noemt.

In 1320 zijn vader en zoon beiden aanwezig bij de verkoop van Arnold, voogd van Straelen, aan Zeger van Baarle, van zijn bezittingen te Well. Zij worden daar genoemd senior Iohannis dominus de Bruchusen eiusque filius Iohannes. Wanneer Johan heer van Broeckhuysen senior overleed, is niet geheel duidelijk, maar dat hij in 1333 dood was, lijkt tamelijk waarschijnlijk. Johan van Broeckhuysen senior had tenminste twee zoons, de al genoemde Johan, en ook nog Willem van Broeckhuysen. Deze laatste, die in 1331 al ridder wordt genoemd, wordt in 1338 samen met zijn echtgenote Alferade van Endelsdorp, Gerardsdochter, beleend met Wickrade.

1326, z.d.
LEUTH - Willem van Brochusen houdt in leen de hof te Barle.
Henric van Barle houdt in leen de hof te Barlo, de molen en alle toebehoren
Sloet: Register op de Leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen. Arnhem, 1904. Blz. 60.

14 november 1328 getuigt Willem van Broeckhuysen, knaap, met Heer Jacob van Mirlaer de jonge, en met heer Otto van Haelt, voor graaf Reynald van Gelre bij het vriendschapsverdag met graaf Willem van Gulick. Voor deze laatste getuigt o.a. heer Gerard van Endelsdorp. Op 7 juli 1330 zien we Willem van Broeckhuysen vermeld als knaap in een acte. In 1331 wordt ridder Willem van Broeckhuysen genoemd.







 

In 1331 (vermoedelijk rond september) worden in de stukken vanwege het huwelijk van Graaf Reynald van Gelre met Eleanora onder meer genoemd: Jan van Bruchusen, Willem van Bruchuse, miles, en Stephanus v Bruchusen, famulus (Nijhoff Gedenkwaardigheden I, nr. 252). Op 27 maart 1335 worden in het testament van Reynald, Graaf van Gelre, als getuigen de twee broers heren Johanne van Broechuysen, heren Willam sinen bruder, ridders, genoemd (Nijhoff I). 

Het lastige is nu, dat in 1338 Willem van Broeckhuysen met zijn vrouw Alferade van Endelsdorp (Engelsdorp) wordt beleend met Wickrade, maar in Maasgouw 1960 pag. 58 wordt gezegd, dat niet zij, maar Mechteld van Meer de moeder is geweest van de kinderen van Willem van Broeckhuysen, en dat zij haar man vele jaren heeft overleefd. Die bewering zou zijn op grond van stukken ontleend aan het archief van de heerlijkheid Wickrade in het staatsarchief Düsseldorf, en aan het archief van kasteel Gymnich. Mechteld van Meer zou de moeder zijn geweest van Johan en Henrich van Broeckhuysen. Het lastige daaraan is, dat Johan van Broeckhuysen Willemszoon al in 1352 benoemd werd als ambtman van Kessel, en op grond daarvan zal hij geboren zijn voor 1334. In 1364 tot aan zijn dood in 1375 is hij ook heer van Wickrade, zodat we hier met de ongerijmdheid zitten, dat indien Mechteld van Meer inderdaad de moeder was van Johan en Henrich, dat zij dan de 1ste vrouw moet zijn geweest van Willem van Broeckhuysen, maar als zij hem ook overleefd heeft, dan was zij dus tegelijk zijn enige vrouw. Maar tegelijkertijd is de acte van overdracht van het goed Wickrade aan Willem van Broeckhuysen in 1338 onvermijdelijk. Daar wordt hij genoemd met Alferade van Engelsdorp, zijn wettelijke vrouw, en wordt er gezegd, dat de mannelijke nazaten die hij met haar krijgt, erfgenaam zullen zijn van Wickrade. Tegelijk kan het nauwelijks waar zijn, dat er in dezelfde periode twee Willem van Broeckhuysen zijn geweest, die ook allebei het goed Wickrade ontvingen. Het zal duidelijk zijn, dat ik die ingezonden mededeling in Maasgouw als onjuist zie, en dat met tenminste twee stukken aangetoond is, dat Willem van Broeckhuysen, heer van Wickrade, getrouwd was met Alverade van End(g)elsdorp, die weduwe heet van Rutger van Geilenkirchen.

 

Maar er is nog een tweede punt waaraan aandacht moet worden gegeven. In de acte van 25 september 1338 waarin Willem van Broeckhuysen het goed Wickrade ontvangt, staat in het begin: ..... ende geven, mit desen apenen brieve, hoem ende der mansgeboert, die hi winnen sal bi veren Alfrade, sinen witteliken wive.....ende alre mansgeboert die voert van hoem comen mach, also lange, alst mansgeboert is, die borgh tot Wickrade.

Iets verderop:
Voert eest vorwarde, weert sake dat her Willem soene hedde, ende die soene voert soene hedden van veren Alfrade sinen wive voergenoemt, ende also lange alse mangeboert vander mansgeboert bleve, so soude hi bezitten die borgh te Wickerade.......mer wert sake dat her Willem ende vere Alfrade voergenoemt en gene mansgeboert te samen en hedden, ende hedden si mansgeboertende di mansgeboert hedden voert mangeboert alse dat geviel dat die mansgeboert aflivig wurde also dat daer en geen mansgeboert en bleve, die van hoem twen comen were so soude die voergenoemde borgh .... weder aan ons

Bij goede lezing staat hierin, dat  tijdens de opstelling van dit stuk Willem en Alverade nog geen kinderen hebben. De verklaring hiervoor gaf mij Willem Oving aan, die heel scherpzinnig opmerkte, dat dit stuk inhoudelijk waarschijnlijk een herhaling is van een eerder stuk, dat echter niet meer bestaat, of misschien zelfs een deel is van hun huwelijksovereenkomst.
Willem van Broeckhuysen was in 1329 nog genoemd als knaap, maar in 1330 is hij gemeld als ridder, en dat betekent dat hij in dat jaar tenminste 18 jaar zal zijn geweest. Zijn broer Johan van Broeckhuysen werd voor het eerst genoemd samen met zijn vader in 1314. In 1318 is er een andere vermelding van de knaap Jan van Broeckhuysen, en dat betreft toch vermoedelijk dezelfde Johan van Broeckhuysen, zodat hij in dat jaar wel ouder zal zijn dan 14 jaar. Zijn geboortejaar ligt derhalve omstreeks 1304, misschien iets eerder. Zijn 1ste publieke optreden met zijn vader was dus tenminste op 10-jarige leeftijd. Het valt te verwachten, dat Johan van Broeckhuysen met Sophia van Loo is getrouwd rond 1330. Hij was dan vermoedelijk ca. 25 jaar oud. Willem van Broeckhuysen is vermoedelijk iets later dan zijn broer getrouwd met Alferade van Engelsdorp.


                                                                                                           Willem I heer van Broeckhuysen......................................................................Seger van Swalmen
                                                                                                                                         |                                                                                                              dictus de Bruchusen 1271

                                                       Johan II van Broeckhuysen senior......................................Seger van Broeckhuysen (van Ooijen)
                                                                       X NN                                                                                            verm.  1321, 1331 (senior)
            |...................................................|.........................................|                                                        | 
Johan III van Broeckhuysen ........Willem II van Broeckhuysen         Elisabeth                                     Seger v Broeckhuysen                                                      Ô
X Sophia van Loe                              X Alferade van Endelsdorp           verm. 1328                                                                                                                   Heren van Swalmen
   |......................|                           |.............................|
Johan                 Sophia                  Johan                         Henric
X Liesbeth         kloosterl.         heer v Wickrade      hr. v Wickrade
 v Buderich                                    tot 1375                     na 1375
    |                                                                                              |
Willem                                                                                   Johan
x Agnes v Weerdenburg                                           geen wettelijke zonen

De zoons Johan en Willem van Broeckhuysen zullen zijn geboren kort na 1300. In elk geval noemt Flokstra een stuk, waarin Johan van Broeckhuysen senior en junior gezamelijk voorkomen, gedateerd op 31 oktober 1314, terwijl in 1319 vader en zoon bekend zijn met hun zegels, waarbij de zoon dan zegelt als Johan van Broeckhuysen junior, en zij bovendien genoemd worden als vader en zoon in een stuk uit 1320.