Van Bevervoorde (onder constructie)

 

Op 9 april 1329 draagt Johan Graaf van Betheim, met toestemming van zijn vrouw en kinderen, het eigendom van de hof Molthem in de Lutte, ksp;. Oldenzaal, over aan ridder Everhard van Bevervoorde. Dit hof hadden de broers Rudolf en Gerard van Bevervoorde, zonen van Everhards broer, van hem in leen. In ruil daarvoor ontvangen zij het huis Veltherinc en de kotte Roderinc in kspl. Delden als erfelijk leen.

Op 9 april 1329 verklaart Johan Graaf van Bentheim, dat hij de broers Rudolf en Gerard, zonen van de overleden knaap Johan van Bevervoorde, beleend heeft met het huis Veltherinc en de kotte Roderinch in het kerspel Delden. Getuigen zijn: Everhard van Bevervoorde, ridder, Adlof van Brantelget, Hugo Bare, Arnold van Schonevelde en Sweder van Bretlar, knapen. De Graaf zegelt beide actes.

De beide broers hadden de hof Molthem al in leen. Daaruit mag afgeleid worden, dat hun vader Johan van Bevervoorde, knaap, broer van Everhard van Bevervoorde, ridder, al wat voor 1329 was overleden.

In een acte van 25 mei 1334 wordt Everhard van Bevervoorde nog eens genoemd, nu met enkele kinderen, namelijk zijn zoon Rudolphus en zijn oudste dochter. beleent met een aantal goederen, Geredinc, Lancinc, Volmerinc, Oldemole e.a.

In datzelfde jaar op 28 december 1334 verklaart Rudolf van Bevervoorde, knaap, zoon van Johan van Bevervoorde, knaap, dat zijn vader aan de kerk te Ootmarsum een jaarrente gaf van 1 molt rogge.

Op 9 augustus 1336 sticht ridder Everhard van Bevervoorde met zijn vrouw Agnes, zijn zoons Rudolf en Johan, en dochters Mechtildis en Gostuwe in de kerk van Rijssen een altaar.

Op 25 februari 1345 doet Rudolf van Bevervoorde, zoon van heer Everd afstand van de Molthof bij de Lutte, Schultinghof in Vasse alsook van alle goederen, die zijn vader en hij aan Rudolfs zuster Gostuwe hebben gegeven, ten gunste van Bertold van Langen, en in handen van de Graaf van Bentheim als leenheer.

Op 2 maart 1352 verpanden Johan en Nese van Bevervoorde, kinderen van de overleden heer Evert van Bevervoorde hun huis te Stoenbrink, een vrij eigen goed, en hun hofstede ter Borch, aan Bartold van Langen en hun zuster Gostuwe.

Hiermee hebben we een aardig overzicht van een stukje familiestructuur in handen gekregen:

Evert v Bevervoorde, ridder (+1337-1345)......................Johan v Bevervoorde, knaap, + voor 1329 .-.-. Hugo v Bevervoorde
X Agnes van Almelo                                                                       X NN.                                                            Thesaurier Oldenzaal
   |                                                                                                      |                                                                 (+ na. 1336)
Rudolf.........Johan.....Mechteld.....Gostuwe.......Nese        Rudolf..............Gerard                                                      |
(+ kort na                                    X voor 1345                  (zie verder onder 2.)                                         Johan v Bevervoorde
 feb. 1345?)                            Bertold van Langen

Of Hugo een broer was van Evert en Johan van bevervoorde is niet duidelijk.

Na 1352 horen we niets meer van Everts kinderen Johan, Mechteld en Agnes (Nese), noch van Rudolf Johanszoon, maar in 1353 draagt Johan van Bevervoorde, zoon van Hugo,  (met toestemming van zijn erfgenamen) het goed Weemslo te Albergen op aan Geerd van Bevervoorde en zijn erfgenamen. Evenzo draagt in 1354 Herbort van Horst de Suthof te Albergen op aan Geert van Bevervoorde (op verzoek van zijn oom ridder Ludolf van Schonevelde), en het huis ten Borch (zie 1352) aan de erfgenamen van Rudolf van Bevervoorde maar ten bate van Geert van Bevervoorde (dit lijkt op een soort achterleen, waarin de erfgenamen van Rudolf het huis ten Borch in leen krijgen van Geert van Bevervoorde).

Omdat in 1329 Arnd van Schonevelde getuigt, en in 1345 Ludolf van Schonevelde en dan nog eens de bemoeienis van Ludolf van Schonevelde in 1354, lijkt dit te wijzen op een band met de van Bevervoorde's. Uit de genealogie van het huis van Almelo weten we, dat Evert van Bevervoorde gehuwd was met Agnes van Almelo, wiens halfbroer Arnold van Almelo getrouwd was met Odilia van Bentheim.

Tijdrekenkundig Register op het Oud Provinciaal Archief van Overijssel, Anno 1225-1496, Aanhangsel deel F, door J.I. van Doorninck
1335
Rodulph van Bevervorde, Johanszoon, met zijn broers Gerard en Johan en zusters Ermegard en Jutte, verkopen de gemene tienden op Tubberger-esch voor 2 mark penningen, in het gerigt voor Egbert Tackensoen, aan Johan van Stopendael, Meijer te Oetmarsem.
Bij dit extract is gevoegd: dat Gerard was "avus (grootvader) nostri Rudolfi magistri curie" terwijl de slotwoorden luiden: "sub sigillo domini Everhardi militis de bevervorde, avunculi (oom) ipsius [Rodulphi]. Cuius pater vocabatur dominus rodolfus miles in rijssen" In het latijn.
Tegenwoordig: Heer Egbert van Almelo, Ridder, Trade Grijmberch, Egbert diens broeder, Floerken van Tubbergen en Ernest Schaep.

Bovenstaand afschrift van een acte uit 1335 geeft nog wat meer informatie over de kinderen van Johan van Bevervoorde. In 1335 worden genoemd Rudolf, Gerard, Johan en zusters Ermgard en Jutte. Bovendien staat er nog bij geschreven, dat Gerard de grootvader was van 'onze Rudolf, hofmeester, en dat Evert van Bevervoorde, zoon van ridder Rudolf van Bevervoorde uit Rijssen, zegelde.

In de 'Havezaten van Twente' staat nog, dat Gerard van Bevervoorde gehuwd was met Jutte Voet, dochter van Florentius Voet uit Westfalen.

Uit het feit, dat de twee zonen van ridder Evert van Bevervoorde hun goederen overdargen aan hun neef Gerard van Bevervoorde, kunnen we afleiden, dat zij geen wettige nakomelingen hadden. Hun zuster Mechteld was denkelijk geestelijke, en over Nese is verder niets meer bekend.

Uit het feit, dat Johan van Bevervoorde zoon van Hugo, goederen in Albergen overdraagt aan Gerard van Bevervoorde, zouden we dezelfde conclusie kunnen trekken, maar de werkgroep de Kring, uit wiens publikatie 'De Heerlijkheid Bevervoorde/Beverförde in Twente' ik hier gebruik maak, trekt die conclusie niet, maar meent, dat Johan van Bevervoorde Hugoszoon zelf kinderen had, onder wie Willem van Bevervoorde. Inderdaad vinden we deze Willem Johanszoon terug in het Leenregister van Overijssel, en in de Regesten van het archief Almelo.

1357 mei 22 (des manendaghes na unses heren Hemelvaert)
Johan van Welevelde verklaart, met medeweten van zijn vrouw Agneze en zijn zoons Otto en Johan en zijn dochter Gertrude, ten overstaan van Lambert den Meyger, richter van Borghenden (Borne), verkocht te hebben en bij deze te leveren aan de raadslieden van de kerk te Almelo en aan Arnold van Osenbrueghe, koster te Almelo, een jaarlijkse rente van twee mudden rogge, Oldenzaalse maat, gaande uit zijn goed Engelbertinck gelegen in het kerspel Borghenden in de buurschap Zenderen, waarvan één mud ten behoeve van de kosterij te Almelo en één mud ten behoeve van voornoemde Arnold zelf, beide te voldoen binnen het kostershuis te Almelo.

Getuigen: heer Conraed van Hengelo, heer Gherd bij der Straten, vicaris te Almelo, Ecbert Hinrikeszone van Almelo, Ghert van Bevervorde, Johan van Bevervorde, Willam zijn zoon, Herman van Peyse, Arnold van Eghene, Goswin Scaep, Willam Rozinch, Willam Johansz., Ghert van Tubberghe, waarnaast de oorkonder tevens zijn broer Otto van Welevelde heeft verzocht mede te zegelen.
Origineel charter (inv.nr. 3446), met een fragment van het zegel van de oorkonder, terwijl dat van Otto van Weleveld is afgevallen.

1388 mei 1 (up sunte Walburgedach der hiligen juncvrouwen)
Willam van Bevervoerde verklaart aan Everd van Hekern, heer tot Almelo, knape, en diens vrouw Beatrix, jonkvrouwe van Almelo, gedurende twaalf jaar het recht van wederkoop met 50 guldens gegeven te hebben over het erve en huis geheten Wennekinemole, gelegen in de buurschap Dornynge, in het kerspel Aldenzale.
Origineel charter (inv.nr. 2387), met het zegel van de oorkonder.

1393 februari 21 (up sunte Peters avent den men scrijft in den latine cathedra Petri)
Roelf van Covorde verklaart zijn vrouw Lutgaerd [van Hekeren] het vruchtgebruik te hebben gegeven van het goed te Hamesing c.a., gelegen in het kerspel Aldenzale in de buurschap Voelt (Volthe), ten overstaan van Hinrike van Overhaghe, richter van Aldenzale, en de keurnoten Willam van Bevervoerde, Clawes van Overhaghen, heer Dylies van Bransenborch, kanunnik te Oldenzale, en Arent Grubbe.
Origineel charter (inv.nr. 38), met de zegels van Van Covorde en de richter van Oldenzaal.

Richterambt OOTMARSUM / buurschap Albergen
Die tiende --- over Assinc, over Benering mit horen toebehoren, gheleghen in der buerscap to Alberghe --- in den kerspel to Oetmersem.
** "Lijst leenmannen", blz. 746.
Z.d. [1379-1382] (BA1 fol 53v)
Willam van Bevervoerde.
1394 jan 1 (BB fol 3)
Willem van Bevervoerde.
* In den kerspell van Oetmershem --- dat huys toe Assinc to Albergene mit zynen toebehoeren. Item den tienden over Assinc ende den tienden over Bernerinc, ses molt bescapens tienden ende den smalen tienden over dieselven gueden.
1399 dec 4 (BB fol 3)
Johan van Bevervoerde na de dood van zijn vader Willem van Bevervoerde.
1434 apr 19 (BB fol 36)
Johan van Bervorden.
* In den kerspel van Oetmersem --- den tienden over Assynck, sess molt beschapens tienden over Berneryng ende die smale tiende, gelegen in der buerscap van Alberyge.
1436 mei 21 (BC fol 36)
Aernt van Bervorden na de dood van zijn vader.
** Op 16 mei 1448 (BC fol 36) ontsloeg de bisschop "den thienden te Bernieringh, te weten sess molt bescapenstienden" op verzoek van "Aernt van Bervoirden" uit het leenverband in ruil tegen nr. 1194 (tienden van Holthuis te Tubbergen). Aernts leenvolgers werden echter niet beleend met nr. 1194 maar als vanouds met de tienden van Bernering.

Maar ik vind hierin geen enkel bewijs, dat deze Johan van Bevervoorde identiek is met de zoon van Hugo van Bevervoorde. Ik hou het zeer wel voor mogelijk, dat het hier gaat om Johan van Bevervoorde, de jongere broer van Gerard van Bevervoorde, en daarvoor kan de acte uit 1357 als ondersteuning dienen, omdat daar zowel Gerd van Bevervoorde als Johan van Bevervoorde getuigen, de laatste met zijn zoon Willem.

2. Johan van Bevervoorde, knaap, + voor 1329

Onbekend is met wie hij gehuwd was. Uit zijn huwelijk werden geboren:
1. Rudolf
2. Gerard
3. Johan
4. Ermgard
5. Jutte
6. Frederica

Hoewel hij de oudste was, deed Rudolf afstand van zijn aanspraken. Vermoedelijk is hij geestelijke geworden. Van de bezittingen behorend tot verschillende leden van de familie van Bevervoorde, vielen de meeste, zoals boven te zien is, toe aan Gerard van Bevervoorde. Hij trouwde met Jutte Voet, een dochter van Florentius Voet. Als dochter wordt ook nog Frederica van Bevervoorde genoemd, die trouwde met Everhard van den Schuylenburg, ouders van Symon, Johan en Frederick van den Schuylenburg.

Uit het huwelijk van Gerard van Bevervoorde met Jutte Voet werden tenminste twee zoons geboren, Johan en Evert van Bevervoorde.
Johan trouwde met Greta van Langen, een dochter van Bernd van Langen, de ambtman van Rheine, terwijl Evert met Geertruid van Reve trouwde. Uit dit laatste huwelijk zijn mij geen kinderen bekend.

De andere zoon van de knaap Johan van Bevervoorde (+ voor 1329), was Johan van Bevervoorde. Mijns inziens was hij de vader van Willem van Bevervoorde, die we ook terug zien in enkele beleningen, en in de acte van 1357 wordt hij voor het eerst genoemd met zijn vader Johan van Bevervoorde als getuige. Hij moet dan al  minstens 14 jaar zijn geweest. Willem van Bevervoorde zien we nog genoemd als keurnoot in Oldenzaal in 1393. In de beleningen van het goed Assinc gelegen bij Albergen wordt hij in 1394 nog genoemd, maar in 1399 wordt zijn zoon Johan beleend na het overlijden van zijn vader Willem. In 1420 is er een vermelding van de broers Johan en Hedrik van Bevervoorde. Deze Johan van Bevervoorde was getrouwd met Fenne. In 1457 zien we:

21 juli 1457
Johan van Almelo verklaart Fenne, weduwe van Johan van Bervorde, beleend te hebben met het erve en goed Egbertinck in de buurschap Hasselo, in het kerspel en gericht Oldenzael, onder hulderschap van haar zoon Arent van Bervorde.

Johan van Bevervoorde (+ voor 1329) X NN
    |.....................|...........................................................|............................|........................|.....................|
Rudolf             Gerard                                                  Johan                 Ermgard             Jutte           Frederica
kinderloos      X Jutte Voet                                        X NN                                                           X Evert van Schuylenburg
                            |                                                         |
      Johan..............................?Evert                          Willem
     X Grete                            X Geertruid               X [Jutte Sasse]
     van Langen                     van den Reve              
           |                                                                 |............................|    
1. Jutte                                                         Johan X Fenne           Hendrik
2. Grete X Herman van Twickelo                        |
3. Gerd                                                               Arnt
4. Bernt X Elisabeth van Oer Kakebeke
5. Rudolf X NN
6. Johan                                               

Uit het huwelijk van Bernt van Bevervoorde met Elisabeth van Oer van Kakesbeke worden tenminste 5 kinderen geboren:
1. Anna X Henrik van Esschede
2. Johan X Wibbeke Valcke
3. Gerd X Margaretha NN.
4. Bernd
5. Heidenreich, kannunik

Bartold van Langen X Gostuwe van Bevervoorde

Dit huwelijk noemde ik al eerder. Vermoedelijk is het huwelijk gesloten ruim voor 1345.

Immers in 1344 worden Bertold van Langen met zijn vrouw Gostue al genoemd in een acte met enkele van zijn kinderen:
1. Rolf
2. Bertold
3. Godeke
4. Christine
5. Evert

Ik noem ook nog een zoon Evert uit dit huwelijk. Hij wordt genoemd in een acte van 1353 in het archief Huis Middachten:

Er moet hier even aandacht worden geschonken aan de gebruikte formulering in de acte van 1344. Er wordt immers gesproken over Bertold van Langen, zijn vrouw Gostue en zijn kinderen Rolf, Bertold, Godeke en Christine, terwijl zijn zoon Rolf meezegelt. Dat laatste feit betekent, dat Rolf handelingsbekwaam was, en dus vermoedelijk ouder was dan 14 jaar. Op grond van het feit, dat er in 1336 ook een acte bestaat waarin Bertold van Langen, knaap, wordt genoemd met zijn vrouw Gertrudis, is het heel goed denkbaar, dat Bertold 2x gehuwd is geweest eerst met Gertrudis NN. en vervolgens met Gostue, en dat de 4 kinderen uit zijn 1ste huwelijk stammen, en Evert van Langen uit het tweede huwelijk (er staat in 1353 namelijk duidelijk hun zoon).

Wat het allemaal nog wat ingewikkelder maakt:

In 1334 is Bertold van Langen, knaap, borg voor ....
In 1336 Bertold van Langen, knaap, met zijn vrouw Gertrudis, verkoopt een goed bij Dummetherebroke.
In 1344 Bertold van Langen, knaap, met zijn vrouw Gostue en zijn kinderen, Rolf, Bertold, Godeke en Christine
In 1353 verkopen Bertold van Langen met zijn vrouw Gostue en hun zoon Evert .....
In 1356 verkoopt Bertold van Langen, Bertoldszoon, met zijn vrouw Gertruid ....
In 1366 koopt Bertold van Langen, zoon van Bertold het erf Niehus bij Dummethe van Ludike van Asbeck
In 1367 verkopen Bertold van Langen, knaap, met zijn vrouw Ghese het goed Nygehus (getuige is overigens Johan Voet, vader van Florentius Voet).
In 1374 is er een oorkonde, waarin Bertold van Langen Bertoldszoon en zijn vrouw Gese....
In 1392 getuigt Bertold van Langen

Met name de acte uit 1356 is wat verwarrend: daar verkoopt Bertold van Langen, Bertoldszoon met zijn vrouw Gertruid.
De vermelding van Bertold van Langen in 1336 is ook met een Gertrudis.... Voorlopig hou ik het erop, dat in 1356 een verschrijving is geweest, en dat met Gertruid bedoeld wordt Gese, en dat we te maken hebben de zoon Bertold van Bertold van Langen, knaap.

Samenvattend:
 

                    Bertold van Langen, knaap, + na 1353
X bef. 1330 Gertrude NN.                               XX ( 1344) Gostue van Bevervoorde
                        |                                                                                       |
Rudolf......... Bertold........Godeke.........Cristine                         Evert
              X voor 1356 Gese

Evert van Langen trouwde met Aleyd NN, en uit dat huwelijk zijn geboren:

1. Bartold
2. Godert
3. Johan
4. Gostuwe

Op grond van de vernoemingen blijkt ook nog overduidelijk, dat hij een zoon was van Bartold van Langen. Dit is een belangrijk gegeven, want uit dit huwelijk is een tak ontstaan, die zich ook wel van Langen van Bevervoorde noemde.

Rudolf van Bevervoorde

Hij werd genoemd in een acte uit 1235, en was vermoedelijk de vader van Rudolf, Evert en Johan van Bevervoorde en waarschijnlijk ook van Willem van Bevervoorde, die genoemd wordt in een acte uit 1288, waarvan ik slechts het slot weergeef:

1283 (April 17). Datum anno Domini 1283, in vigilia Pasche
Egbert, broeder van wijlen Otto graaf van Bentheim, draagt de voogdij over de hoeve Espelo welke aan het kapittel van St. Pieter te Utrecht toebehoort, in leen op aan Rudolph en Everhard van Bevervorde en Berner Vantenholte die hem door den proost van St. Pieter gepresenteerd waren. („Quum ut ail".)
HS. 8 829 f, 29 (Coll. v. Buchel!) (volgens orig.). — Univ. Bibl.. (Coll., Matthaus) no. 1253 p. 505—508. (Uit: Brom Stichtse Regesten).

Over bovenstaand regest schrijven Gevers en Mensema in de havezaten van Twente:
'De te Rijssen wonende Evert van Bevervoorde was een zoon van Rudolf van Bevervoorde, die in 1283 optrad als voogd -namens de graaf van Bentheim- van de hof te Espelo, samen met zijn oom Everhard van Bevervoorde.'
Ter Kuile, Oorkondenboek, II, nr. 373.

Ik kan hier niet opmaken of het ging om twee broers dan wel vader en zoon, maar ik heb de betreffende oorkonde dan ook niet bekeken. Maar gek genoeg wordt 14 mei 1283 Rudolf van Bevervoorde genoemd als kannunik in Oldenzaal. Dat gaat vermoedelijk dus over een andere Rudolf van Bevervoorde.


In 1299 is er een vermelding van Rudolf van Bevervoorde, knaap, in 1308 wordt hij genoemd als ridder.
1299 oktober 9 (in die beati Dyonisii martyris et sociorum eius)
Getuigen: de borgmannen van het huis Almelo Arnoldus Grip, ridder, Rodolfus de Bevervorde, Johannes de Haslo, Henricus de Dike, Nycolaus de Thye, Ecbertus Welege, Goscuinus Scap en Wilhelmus Crane, knapen, terwijl voor medebezegeling zijn verzocht Phylippus de Almelo, proost van Oldenzaal, en Fredericus, plebaan te Almelo.
Origineel charter (inv.nr. 1823), met het beschadigde zegel, met tegenzegel, van de heer van Almelo en restanten van de zegels van de proost en de plebaan.
Druk: Ketner, Oorkondenboek, V, tweede stuk nr. 2936; V. M. Overijss. Regt, XXI (1900) p. 31.
Regest: Ter Kuile, Oorkondenboek, II nr. 485.

1308 juli 15 (in Divisione apostolorum)
Getuigen: Hermannus de Lage, Otto de Welevelde, Bernardus de Zebelinge, Rodolfus de Bevervorde, Arnoldus Grip, ridders, Rodolfus de Peze, Everhardus de Bevervorde, Hermannus de Enthere, Ecbertus Welege, Nycolaus Ruthere en Jacobus en diens broer Fredericus de Thye, knapen.
Origineel charter (inv.nr. 3443), waarvan de zegels van de oorkonders zijn afgevallen.
Druk: V. M. Overijss. Regt, XXI (1900) p. 35.
Regest: Ter Kuile, Oorkondenboek, III nr. 548.